Britse tv-kijker verkiest snooker boven voetbal

ROTTERDAM, 24 APRIL. De eerste ronde van het wereldkampioenschap snooker in Sheffield heeft geen verrassingen opgeleverd. De aanstormende jeugd was in het Crucible Theatre kansloos tegen de ervaren spelers. Op één na bereikten alle zestien geplaatste spelers de volgende ronde. De grootste overwinningen waren voor Stephen Hendry en John Parrott, de nummers één en twee van de plaatsingslijst. Beiden wonnen hun partij met 10-1. De hoogste break tot dusver staat op naam van Steve James met 138.

Intussen zijn miljoenen Britten dagelijks aan de televisie gekluisterd. De BBC zendt honderd uur uit van het WK, wat neerkomt op zes uur per dag. Maar niet alleen Britten zijn in deze dagen de verslaving nabij. In ons land trok de finale tussen Hendry en Jimmy White vorig jaar 180.000 kijkers in de middag en 300.000 (2,2 procent) in de avond. Het gemiddelde kijkcijfer in Nederland van de BBC was vorig jaar 0,2 procent. De Britten keken met gemiddeld 8,9 miljoen mensen, met een piek van 11 miljoen. Deze cijfers verbleken bij de 18,5 miljoen die getuige waren van de historische finale tussen Dennis Taylor en Steve Davis in 1985.

Het tv-succes van snooker dateert van 1969, toen de BBC het niet eens kon worden met de voetbalbond over de rechten. Er was net kleurentelevisie en iemand van de omroep stelde voor om snooker te gaan uitzenden, een kleurrijk spel en niet duur in produktie. Bovendien was het spel vanuit de stoel als het ware zelf mee te spelen. Al gauw scoorde het programma Pot Black tussen de 10 en 12 miljoen kijkers. Voordat snooker op tv kwam waren er 3 miljoen Britten die zelf speelden, tegenwoordig zijn dat er 6 miljoen. Tegenstanders van snooker mopperen graag dat de sport haar populariteit geheel en al te danken heeft aan de televisie.

Het hoogtepunt in kijkcijfers kwam in het seizoen '84-'85. Sindsdien zijn er vele zenders bijgekomen en heeft de kijker meer knoppen om in te drukken. De cijfers hebben sindsdien dan ook een daling vertoond, maar dramatisch is die terugval niet wanneer we de cijfers op een andere manier tegen het licht houden. Volgens de Broadcaster's Audience Research Board (BARB) was snooker van oktober tot en met december vorig jaar de meest bekeken sport met 142,4 miljoen kijkers verdeeld over 62 programma's. Met een kijkdichtheid van 18,8 procent liet snooker daarmee voetbal (17 procent), paardenraces (5,6 procent) en boksen (4,9 procent) achter zich.

Behalve tijdens het wereldkampioenschap wordt in de geschreven pers weinig aandacht besteed aan snooker. Dezelfde tegenstanders gebruiken dat argument graag in hun kruistocht om de sport van de tv af te krijgen. Ten onrechte, want snooker is juist in de eerste plaats een sport om naar te kijken, om het vervolgens zelf te gaan doen.

Als een commentator voldoet en in zijn tak een nationaal begrip is geworden, ziet de BBC geen enkele reden om deze experts te vervangen door jongeren. Golf had de bejaarde Henry Longhurst, Dan Maskell deed tot zijn tachtigste Wimbledon, Peter O'Sullevan verslaat sinds jaar en dag de paardenraces en snooker heeft vanaf het begin Ted Lowe.

Deze 72-jarige "voice of snooker' zat aanvankelijk met zijn microfoon tussen het publiek en moest noodgedwongen fluisteren. Inmiddels zit het team van zes commentatoren al jaren in geluiddichte cabines, maar Lowe fluistert nog steeds. Hij kan niet anders. Met een donkere stem zegt hij zinnen als: “Jimmy can make these balls talk, and what a story they are telling.” Lowe verheft snooker tot poëzie en is in zijn rol medeverantwoordeijk voor de ontwikkeling van snooker. Tv-sport of niet.