Vrijdag 23; Kinderkast

Het is in dit land niet in de mode om je publiekelijk druk te maken over het televisieaanbod voor kinderen. Aangenomen wordt dat kinderen zonder uitzondering houden van grof getekende, smerig gekleurde tekenfilms en dat ze van generatie op generatie tevreden zullen blijven met Bassie en Adriaan, Peppi en Kokki, Black Beauty en Meneer Kaktus. Zelfs Flipper is in achtentachtig delen weer van de plank gehaald. Zolang het scherm beweegt zitten de kinderen stil.

In het Hollands Dagboek van zaterdag 17 april ontwikkelt de scheidende chef informatieve programma's van de NOS Henk Suèr een aandoenlijke hypothese. Aanstaande moeders die in het museum hun dikke buiken ostentatief naar de kunstwerken wenden, hopen op een nieuwe generatie die en masse voor kwaliteit op de televisie zal kiezen. Maar wat valt er te kiezen wanneer deze kunstzinnig gestimuleerde embryo's de oogjes eenmaal open hebben? Met een beetje geluk en zolang kinderen als Nina de Waal - die actie voerde voor het bedreigde programma Klokhuis - op het vinkentouw blijven zitten, houden ze dagelijks hun drie NOS-kwartieren (Sesamstraat/Jeugdjournaal/Klokhuis) wekelijks hun drie VPRO-uren en een verdwaald IKON- of AVRO-halfuurtje. Daarmee is de koek op en wat zou het ook: kinderen vinden toch alles mooi? Bijna niemand denkt na over kindertelevisie en informatie over kinderen en televisie is nauwelijks voorhanden.

Als het over kinderen en lezen gaat is het heel anders. In veel bibliotheken kunnen kinderen nog altijd gratis boeken lenen. Schrijvers komen gesubsidieerd op school over hun werk vertellen. De stichting Krant in de klas probeert de jeugd ervan te doordringen dat de pers mooi en nuttig werk doet. Er bestaan allerlei prijzen om auteurs en illustratoren te eren, er bestaan goed gesorteerde kinderboekwinkels en jeugdliteratuurrubrieken in kranten. Zodra bekend wordt dat kinderen het boek de rug dreigen toe te keren, schieten de leesbevorderingsprojecten als paddestoelen de grond uit.

De tegenkant van minder lezen is meer kijken. Als er dan toch zoveel gekeken wordt zou het niet onlogisch zijn om daar studie van te maken en te investeren in de audiovisuele toekomst. Sinds 1979 kent ons land één miniscuul instituutje, waar dat op zeer bescheiden schaal gebeurt: De Kinderkast.

De Kinderkast, de stichting die zich bezighoudt met toezicht op de kwaliteit van kindertelevisie, zwengelt de kwaliteitsdiscussie aan onder televisiemakers en omroepbazen. De Kinderkast zet mooie programma's met een prijs in het zonnetje. De Kinderkast probeert ouders en opvoeders te informeren en de publieke opinie te benvloeden. De bijdrage die de overheid aan dit werk levert is minuscuul. Drie jaar lang kwam er anderhalve ton uit de kraan en onlangs bleek dat dat miezerige straaltje met ingang van 1994 zelfs geheel afgeknepen gaat worden. De politieke argumentatie zal ongetwijfeld sluitend zijn, maar de Kinderkast moet blijven.