Victorine Hefting over Jongkind; De schilder en het schaap

Victorine Hefting: J.B. Jongkind. Voorloper van het Impressionisme. Uitg. Bert Bakeer, 204 blz. Prijs f 80,-.

De kunsthistorica Victorine Hefting heeft opnieuw een boek laten verschijnen over de in Nederland geboren en in Frankrijk werkende schilder Johan Barthold Jongkind (1819-1891). Hefting schreef eerder onder meer J.B. Jongkind (1947), Jongkind d'apres sa correspondance (1969) en de grote monografie Jongkind, sa vie, son oeuvre, son epoque (1975). De gegevens voor het recente boek kon Hefting dan ook in haar eigen werkkamer vinden, schrijft ze in het voorwoord.

Het resultaat is een compilatie van al het materiaal dat ze in de loop der jaren in haar publikaties over Jongkind verwerkte. Het is duidelijk dat het samenstellen van de recente monografie geen uitdaging voor de schrijfster heeft betekend. Veeleer is ze tijdens het schrijven op herhalingsoefening gegaan.

Maar dankzij haar gedegen kennis van zaken en weinig zwaarwichtige toon is het een informatief en leesbaar boek geworden. Op een bijna kabbelende toon geeft ze een levensbeschrijving die gelardeerd is met artikelen en correspondentie van tijdgenoten en brieven van Jongkind zelf. Jongkinds persoonlijkheid en zijn beeldende oeuvre, dat onder meer etsen, schitterende aquarellen en schilderijen van (maan)landschappen omvat, zijn boeiend genoeg om de aandacht vast te houden.

Uit de monografie spreekt genoeg bewondering voor Jongkind maar te weinig verwondering. Hefting noemt Jongkind een ongecompliceerde natuur die vertrouwen had in de mensheid terwijl ze tevens overtuigend aantoont dat de schilder aan paranoia leed. Bovendien was Jongkind een alcoholist die er steeds weer in slaagde om een tijdlang droog te staan en dan keihard te werken. Hij werd ook nog geplaagd door hallucinaties.

Als hij met zijn levensgezellin, de in Nederland geboren Josephine Fesser, op reis ging, nam hij soms een jonge tortelduif mee die op zijn beurt weer bevriend was met een patrijs. Onderweg maakte Jongkind zich dan zorgen dat de tortelduif de patrijs zou gaan missen. Aan het eind van zijn leven trok Jongkind op met een schaap. Het schaap was ook op zijn begrafenis aanwezig en liep achter de kist. Na Jongkinds dood hield het schaap op met eten, om tien dagen later eveneens het tijdelijke voor het eeuwige te verwisselen. De natuur van Jongkind was kortom dus minstens zo gecompliceerd als die van het schaap, dunkt mij.

De visie op de kunstenaar van ''s werelds grootste Jongkind- autoriteit', zoals Hefting royaal wordt aangeprezen in de flaptekst, klinkt evenmin erg overtuigend: 'Hij dankt mede zijn betekenis aan het feit, zoals wel is gezegd maar niet voldoende herhaald kan worden, dat hij het dampige, grijzige van de luchten van zijn vaderland heeft weten te combineren met de Franse helderheid en de twee tot grote harmonie heeft kunnen brengen'. Heftings nieuwe monografie is geillustreerd met foto's, zwart-wit reprodukties en een beperkt aantal reprodukties in kleur.