Twee jaar uit het leven van vijf dementerende mensen

Vergeten, een nare geschiedenis. Eerste deel van tweedelige documentaire. Ned 1, 23 april, 22.53 - 23.41 uur.

Vier van de vijf dementerende oudere mensen die met hun familie en vrienden door Ireen van Ditshuyzen zijn gevolgd in de documentaire Vergeten, een nare geschiedenis zijn nog in leven aan het eind van de twee afleveringen die deze maand worden uitgezonden. De slimste en beste van de vijf is dood. Verongelukt in het ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij was voor een oogoperatie. Een deur naar een technische ruimte zat niet op slot en binnen was een schacht van enkele verdiepingen. Zijn schoonzoon: “Ik krijg de indruk dat ziekenhuizen niet zijn ingericht voor dementerende mensen.”

Of hij gevallen of gesprongen is, laat iedereen in het midden. Zeker is dat Nick Hobbelman, oud-verzetsstrijder, oud-graficus, oud-rugbyspeler, niet het verval meemaakt dat de overblijvende vier treft. Hij was zich het meest bewust van zijn achteruitgang. Hij probeerde het althans tegenover de interviewster onder woorden te brengen. “Ik moet er doorheen. Dat gaat gebeuren. Dat gaat op weg naar de dood bij ieder ander ook gebeuren.”

In twee afleveringen trekt de achteruitgang van vijf dementerende mensen als een versnelde film voorbij. Ongeveer twee jaar drama samengevat in tweemaal drie kwartier. Gezichten vervallen en verstrakken; lichamen teren in; bewegingen worden doelloos; spraak wordt onbegrijpelijk; echtelieden vervreemden van elkaar.

Een voor een verdwijnen de dementerenden met een ambulance of busje voor gehandicaptenvervoer naar een verpleegtehuis. Voor onderzoek zogenaamd. Maar als meneer Foppen zegt: “Onderzoek? daar heb ik geen interesse in. Wie weet wat ze met me doen.” Zegt de intaker tegen mevrouw Foppen: ""Voor ons is dit geen probleem.” En hij neemt Foppen mee om eens rond te kijken. Mevrouw Foppen (evenals haar man huilend): “Had ik hem maar wel gezegd dat hij moest worden opgenomen.”

Als de interviewster een tijdje later weer bij Foppen langs komt vraagt ze hoe hij het in het verpleegtehuis vindt. Foppen: “Gezellig. Anders was ik hier niet gebleven.” Het echte decorumverlies komt later pas. Ook bij mevrouw Sproet die tweemaal in de week naar de dagbehandeling voor dementerenden gaat: “Ik krijg heus geen geheugentraining hoor.”

De documentaire Vergeten gaat over Alzheimerpatiënten. Maar Alzheimer is bij levende mensen slecht vast te stellen. Ook met moderne PET-, en NMR-technieken kunnen de seniele plaques die rond de uiteinden van neuronen ontstaan en de amylode-neerslagen nog niet worden waargenomen. Wel is daarop de gekrompen hersenschors te zien, maar die komt bij andere ziektebeelden ook wel voor. Alzheimer is een diagnose voor na de dood. Maar de naam wordt veel gebruikt en klinkt waarschijnlijk beter dan het halve scheldwoord dement.

Aanvankelijk zijn er inprentings- en geheugenstoornissen. Mevrouw Sproet geeft er in alle onschuld een treffend voorbeeld van. Een onderzoekster van het Amstelproject, een groot onderzoek onder leiding van neuroloog dr. C. Jonker van de Vrije Universiteit, naar het verloop van vroege dementie, vraagt mevrouw Sproet wat er op een plaatje staat. Een stoel. Ze omschrijft het meubelstuk beeldend als een oud model degelijke stoel. Daarna krijgt ze een aap te zien waar ze grapjes over maakt. Volgende plaatjes zijn een stoel met een egel erop en een aap met een parasol in zijn hand. Weer hilarisch omschreven. Dan komt het plaatje met de stoel weer. “Wat zat er net nou op de stoel?” Mevrouw Sproet valt stil. Haar ogen zoeken hulp bij haar vriend, haar voetveeg en toeverlaat. Maar die mag dit keer niets zeggen.

Dementeren gaat verder met bemoeilijkte woordvinding, verarmd taalgebruik, verdwijnen van ruimte-inzicht, niet meer herkennen van mensen, gebrek aan initiatief en verdwijnen van belangstelling voor de omgeving.

Dat laatste is vooral schrijnend duidelijk als enkele bezoekende familieleden afgezonderd de mogelijkheden en onmogelijkheden de euthanasie van hun demente wilsonbekwame naasten bespreken. Niemand van de getroffenen roept tenminste: “Hé, wat doen jullie daar?”

Hoe dat uitpakt kunnen we in mei 1994 zien, als het vervolg op deze twee uitzendingen wordt uitgezonden.