Smachtend naar een pannenbakker; De geletterde prostituees van negentiende-eeuws Japan

"Bijin-ga', Mooie Vrouwen, werden ze genoemd - maar ook wel "keisei', Kastelen- verwoesters. De macht van Japanse prostituées in de 19de eeuw was zo groot dat zij mannen met een afwijzing konden runeren. Het Van Goghmuseum in Amsterdam exposeert voor het eerst alle courtisane-prenten uit eigen bezit. “Of ze nu het licht in een lampion aansteekt of een wandeling maakt, de Mooie Vrouw toont ons allereerst haar schoonheid en niet haar beroep.”

Tentoonstelling Courtisanes in de Japanse prentkunst, t/m 31 oktober in het Van Goghmuseum Amsterdam. Bulletin: fl 5,-. Catalogue of the Van Gogh Museum's Collection of Japanese Prints (1991). Prijs: ƒ 69,-.

Op het hoogtepunt van zijn bestaan telde Yoshiwara, "het Gelukkige Moeras", 120 bordelen, vele thee- en badhuizen en tientallen theaters en restaurants. De rosse buurt van het voormalige Edo, nu Tokyo, was een stad in een stad die meer dan een miljoen bezoekers per jaar trok.

Geen wonder dat prostituées aanzien genoten in het Japanse leven. Talloze malen werden zij afgebeeld op bewerkelijke houtdrukken waarin zij paraderen in prachtig gedessineerde kimono's, omringd door dienaressen. Over het algemeen betreft het hoeren van de hoogste rang, tayu, die niet alleen beeldschoon waren maar ook geschoold in de conversatiekunst, muziek en poëzie. Zij boden hun klanten vermaak van niveau, onderhielden hen tijdens het eten, declameerden, zongen en dansten voor hen. Zo groot was de macht van deze vrouwen, dat zij klanten naar believen konden afwijzen; niet zelden runeerden zij de mannen die hen onderhielden, vandaar hun bijnaam keisei, "kastelen-verwoesters'.

Anders dan de intellectuele geisha bood de courtisane tegen betaling seksuele diensten aan; het bewijs daarvoor is de obi, de knoop in de gordel die bij "nette' vrouwen en geisha's op de rug werd gedragen maar door courtisanes en lagere prostituées aan de voorzijde van het lichaam.

Hoffelijk aangeduid als Bijin-ga, Mooie Vrouwen, vormen de courtisanes een belangrijk genre in de prentkunst, naast de acteursprent, het stadsgezicht en het landschap. Onder de 450 Japanse prenten uit de negentiende eeuw die het Amsterdamse Van Goghmuseum in zijn bezit heeft en die grotendeels door Vincent en Theo van Gogh bijeen werden gebracht, zijn er zeventig aan prostituées gewijd. Tot eind oktober zullen ze in twee opeenvolgende exposities voor het eerst allemaal worden getoond.

Alle zijn houtdrukken, vaak in een oogstrelende waaier van overwegend groen, blauw, geel, cyclaamroze en zwart gedrukt; hun bijnaam "brocaat druk' is daarom goed gekozen. Deze kleurendrukken, ontwikkeld in de achttiende eeuw, roepen zeventiende-eeuwse Hollandse schilderijen in gedachten waarin de weergave van fluweel, satijn, borduursel en tapijt, de zogenaamde "stofuitdrukking', zoveel nadruk kreeg. Maar in de Japanse prenten lijkt een gebloemde kimono soms één geheel met een boom op de achtergrond, of het behang, of een sprei. Dat ontbreken van perspectief is overigens één van de Japanse karakteristieken die de Europese (post)-impressionisten zo sterk zouden benvloeden.

Geblankette huid

Temidden van de overdaad aan bloemen, vogels, draken, sterren, schelpen en andere decoratieve motieven steekt het gezicht van de afgebeelde vrouw onder de toren van opgestoken haar ineens ingetogen af. De geblankette huid is spierwit, de ogen heeft zij vaak neergeslagen waardoor de verfijnde trekken maar zelden emotie verraden. De Japanse prostituée kijkt op het eerste gezicht bedachtzaam waar je een wervende blik zou verwachten. Komt schoonheid beter uit op een gezicht in ruste? Of is die geserreerdheid en bijbehorende melancholische uitstraling niets anders dan de pose van een beschikbare vrouw, een teken van dienstbaarheid? Of ze nu het licht in een lampion aansteekt of een wandeling maakt, in een boot zit of uit het raam kijkt, de Mooie Vrouw toont ons allereerst haar schoonheid en niet haar beroep.

(Voor de yotaka, de "nachthaviken' die met een slaapmatje over straat zwierven op zoek naar klanten, lag dat uiteraard anders. Zij werden het maar zelden waard geacht op een prent vastgelegd te worden.)

Die schoonheid wordt vaak vergeleken met een bloem, zodat de courtisane nogal eens onder een bloeiende boom staat, die tegelijk het heersende jaargetijde aanduidt. Kersebloesem staat voor lente, de iris voor zomer en de rood-bruine chrysant geeft aan dat de herfst is begonnen.

Preutsheid of moralisme kan niet de reden zijn van het verhullen van het lichaam; dat blijkt wel uit de erotische prentkunst die in Japan nooit aan censuur bloot heeft gestaan. Omhelzingen met klanten heb ik in de Van Goghcollectie niet aangetroffen en alleen badende prostituées worden naakt getoond. De in vol ornaat opgevoerde "Mooie Vrouwen' lijken kuis, maar die kleren verhullen eigentijdse favorieten, wier naam en kwaliteiten genoegzaam bekend waren.

Naast de in onze ogen volmaakt onschuldige beeltenis uit 1830 van de mooie Ise Koichi uit Chigiri staat het volgende gedichtje: De goddelijke storm:/ na de pelgrimstocht naar Ise/ worden de mensen verleid/ door het weelderige meisje/ van het Chigiri-bordeel.

Toch krijgen we van haar lichaam niet meer te zien dan haar gezicht, hals en blote voeten. Lippen, nek en voeten waren voor een Japanner echter juist zeer opwindende lichaamsdelen, en zo'n prent moet op hem een uitwerking hebben gehad die wij ons niet meer kunnen voorstellen: de Mooie Vrouwen fungeerden als pin-ups. Invoelbaar is dat wel bij de vrouw die met een handspiegel haar nek bekijkt; lelieblank welft de aanzet van rug en schouders onder het zwarte, opgestoken haar.

Langzaam ga ik steeds meer kleine maar betekenisvolle details zien: een courtisane die een brief leest en haar kimono daarbij laat openvallen, verschillende vrouwen die al brieflezend een zakdoekje in hun mond proppen en zo hun lippen accentueren, een elegant voetje dat tussen de weelderige plooien tevoorschijn komt, een mollige pols die een sierlijk gebaar maakt.

Pen en papier

Volgens de literatuur was zo'n prent tegelijk een soort modeplaat, bedoeld om je te vergapen aan de prachtigste stoffen en meest exotische dessins. Maar er zijn ook verwijzingen naar de artistieke bezigheden van deze modebewuste vrouwen. Op veel prenten zijn de courtisanes met pen en papier in de weer: behalve brieven en boeken lezen, zien we ze aan een gedicht schrijven, een rol papier in de handen houden en tegelijk een schrijfpenseel tussen haar lippen klemmen, en hier en daar staat een kastje met schrijfbenodigdheden naast het bed. Er is zelfs een afbeelding van een prostituée die met een stokje een gedicht in de as van een kolenhaard schrijft.

Ook is op de prent dikwijls een gedicht afgedrukt; soms refereert dat aan een volksverhaal of wordt uit de klassieke literatuur geciteerd, nu en dan ook wordt er iets in aangeduid van de stemming waarin de geportretteerde verkeert.

Het bestaan van een chique prostituée heeft zijn aantrekkelijke kanten, zoals ook blijkt uit de plaat van een getrouwde courtisane die met weemoed naar een voorbijtrekkende parade van ex-collega's kijkt. Bemind worden biedt veiligheid, maar welke vrouw wil afstand doen van het idee begeerd te worden? De keerzijde van die lofzangen op het hoerendom, waarvan de prenten voortdurend getuigen, is de melancholie die bij veel courtisanes valt te bespeuren. Ze staren uit het raam, wachtend, hangen landerig rond of dromen van een beter bestaan. Een animeermeisje uit een theehuis dat haar ogen boven haar waaier ten hemel slaat, verlangt naar een rustig leven met een "pannenbakker' op het platteland, aldus het bijschrift. En natuurlijk was er altijd de dreiging van tanende schoonheid en (daardoor) uit de gratie te raken bij een beschermheer.

Een door haar vorst versmade Japanse courtisane, Gio, is op dramatisch wijze vereeuwigd tijdens het schrijven van dit gedichtje op het rijstpapieren deurbeschot waarachter zij is buitengesloten: De grassen op de woeste grond/ ze groeien, ze vergaan/ het is allemaal hetzelfde:/ is er iets dat leeft/ en niet de herfst ontmoet?

Het blijft verleidelijk de courtisanes te bezien als mysterieuze, ingetogen vrouwen terwijl de bonte klerenpracht en de oorlogszuchtige haarpinnen toch ook agressiviteit uitstralen. Japanse prostituées werven zoals exotische vogels op zoek gaan naar een partner: ze zetten hun veren op om te imponeren. Na de openstelling van Japan in 1853 deed de fotografie zijn intrede en verving de "snapshots' van acteurs en courtisanes. Met de mogelijkheid om alles zichtbaar te maken, werden de begeleidende gedichten overbodig. Verdwenen zijn ook de citaten uit hoofse liefdesverhalen, zoals dat van de Japanse prins Gentji die verliefd wordt op het mooie handschrift van een hem onbekende vrouw dat hij aantreft op een waaier. Wie valt er nog voor de intimiteit een handschrift als je gewend bent aan het publieke bloot van de centerfold?