SCHRIJVERSBLOK 6

In Vrij Nederland van deze week staat een interessant artikel over het schrijversblok. Rudie Kagie heeft een aantal Nederlandse patiënten aan de tand gevoeld en komt op grond van dit veldwerk tot de slotsom dat "de gevreesde writer's blocks er in vele soorten zijn. Schrijvers geven er dan ook verschillende verklaringen voor. Faalangst. Een verhaal "kapot denken'. Een vorm van contactstoornis. Het gevoel te zijn "opgedroogd.' Hoe komt dat? En: hoe kom je er weer overheen?

Ernstig was het gesteld met Maarten Biesheuvel: vier jaar had hij niet geschreven maar toen opeens ontdekte hij een eenvoudige route naar de hemel van het niet-meer-gestoord-worden en toen ging het weer. Achteraf stelt hij bij zichzelf "een gigantische faalangst' vast. “De waanzin die dan komt bovendrijven: als ik niet op weg ben een Nabokov, een Kafka of een Heine te worden, dan snijd ik maar liever mijn strot af. Het is vreselijk hysterisch en kinderachtig, maar er valt niets aan te doen. Ik moet ermee leven.”

Hier hebben we een van de voornaamste oorzaken: faalangst. Althans, dat nemen we aan maar het is een vergissing. De schrijver is geen renpaard dat, geconfronteerd met de horde, het voor gezien houdt en de ruiter in de sloot laat belanden. Hippisch gezien is de schrijver eerder een eenheid van ruiter en paard waarbij we het paard als het talent moeten zien en de ruiter als degene die de horde uitzoekt. Is de horde te hoog dan denkt het paard: spring er zelf maar overheen. De val van de ruiter heet dan in de literatuur: schrijversblok. In werkelijkheid is de faalangst dus geen zelfstandig verschijnsel maar een verlengstuk van de eerzucht, van het hoge doel dat de schrijver zich heeft gesteld. Nabokov, Kafka, Heine.

De kwelling van een schrijversblok niet onderschattend moet het me toch van m'n hart dat men in de literatuur vaak hoog van de toren blaast. De ene snijdt, zoals gemeld, liever z'n strot af, de andere ervaart bij het opheffen van de blokkade een "geweldig gevoel van bevrijding', de derde ziet zich alleen gered door "een geweldige erfenis in zijn schoot', de vierde hoort geweldig klokgebeier en hosannah als hij na jaren de indruk krijgt dat hij weer eens een behoorlijke zin op papier heeft gekregen. Stel je voor, dacht ik terloops, dat het zo in de journalistiek toe zou gaan. De hoofdredacteur zit met schrijversblok aan het als geweldig bedoelde hoofdartikel. Geen geweldig scherpe voorwerpen in de buurt. De redactiebediende brengt een geweldige erfenis. En dan opeens: geweldige saluutschoten. Er zou geen dagblad meer verschijnen.

De reportage van Rudie Kagie eindigt niet met de oplossing die aan het begin wordt beloofd maar met een opmerking van Marijke Höweler: "...de moed niet laten zakken, dàt is de kunst.' Zo'n simsalabim is een beetje een anticlimax na al het verstandige dat ze heeft verteld: "Ik dacht dat ik iets vreselijk hoogstaands had te melden' en toen kwam ze tot de slotsom: "Er is geen mieter aan'. Alweer terloops noteer ik: iets vreselijk hoogstaands, en denk: als je eens met iets gewoon hoogstaands zou beginnen. Maar ze slaagt erin, de onbarmhartige blik op zichzelf te werpen: van haar 220 pagina's waren er misschien twaalf de moeite waard.

Goed schrijven, dat wil om te beginnen zeggen het vak van het zinnen maken, leert men door de klassieke schrijvers van zijn voorkeur te lezen en na te doen in hun ambachtelijke handigheidjes. Van lieverlee voegt men daaraan zijn eigen handigheidjes toe en als men dat een jaar of tien heeft gedaan heeft men een eigen "stijl' ontwikkeld. Dat is de grondslag. De stijl beantwoordt zelden helemaal aan het doel; er moeten telkens weer nieuwe foefjes en trucages worden verzonnen opdat de bedoelingen zo dicht mogelijk worden benaderd. Helemaal congruent wordt het nooit.

Ik druk me zo laag bij de gronds mogelijk uit om de indruk te vermijden dat ik iets geweldigs, gigantisch, strotafsnijderigs aan het behandelen ben. Na het bereiken van een zeker vakmanschap, of terwijl men daarmee doende is, werkt men aan de verwezenlijking van een plan. Dat is bijvoorbeeld te schrijven van een roman, of een toneelstuk, of een essay. Dit werk wordt alleen maar vertraagd, tot stollens toe gehinderd als men het zichzelf toestaat bij het schrijven Nabokov, Kafka of Heine over zijn schouder te laten kijken. Anders gezegd: zoals de schrijver het gereedschap van zijn eigen stijl ontwikkelt, zo moet hij dat ook met zijn plan doen. De plannen van anderen werken bij de schrijver als een getransplanteerd hart dat wil worden afgestoten.