Referendum in Eritrea is uitbundig overwinningsfeest

ASMARA, 23 APRIL. “Dit is geen referendum, dit is een overwinningsfeest.” Een man van middelbare leeftijd lacht en biedt omstanders een drankje aan. Er wordt opnieuw gejuicht in de kleine bar in de Eritrese hoofdstad Asmara. Buiten op de brede avenuën schalt uit geluidsinstallatie die in het hele stadscentrum te horen valt, muziek gelardeerd met politieke spreuken. Voetgangers die langs de versierde etalages slenteren, maken danspasjes. Overal wapperen vlaggen, de vlaggen van Eritrea, van het Volksbevrijdigingsfront (EPLF). Gisteravond werd de vreugde zo uitbundig dat een deinende massa er een spontaan volksfeest van maakte op de straten van de hoofdstad. In Eritrea, twee jaar na de bevrijding op weg naar de onafhankelijkheid, blijft grote euforie heersen. Het referendum symboliseert de overwinning.

Bij de stemlokalen heerst vanochtend opnieuw een feeststemming. Jubelende vrouwen in hun mooiste kleren en mannen die voor de gelegenheid hun tulband hebben opgezet, staan gedisciplineerd in lange rijen te wachten. Uit het stemhokje klinkt een overwinningskreet.

Over de uitslag van het referendum bestaat geen enkele twijfel. “Misschien weten slecht opgeleiden het verschil tussen rood en blauw niet, dat kan tot fouten leiden”, grapte gisteren Issayas Aferworki, president van de Eritrese interim-regering. Een blauwe kaart in de stembus - blauw is de kleur van de Eritrese vlag - betekent een ja-stem voor onafhankelijkheid. Diplomaten in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba ontvingen onlangs al de uitnodiging voor de feestelijkheden op onafhankelijksheidsdag: op 24 mei scheidt Eritrea zich officieel van Ethiopië af.

President en secretaris-generaal van het EPLF, Issayas Aferworki, heeft al een groot deel van zijn rebelse verleden van zich afgeschud. “De koloniale grenzen van Afrika moeten niet worden herlegd”, betoogt hij in een vraaggesprek. “Dat zal tot chaos leiden en destabiliserend werken.” Exact hetzelfde argument werd door vrijwel alle Afrikaanse regeringen, Amerika, de voormalige Sovjet-Unie en de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) - die dertig jaar geleden de koloniale grenzen van toen heilig verklaarde - gebruikt tégen de Eritrese vrijheidsstrijders. Onafhankelijkheidsstrijders in Zuid-Soedan of Somaliland die regelmatig Eritrea als hun voorbeeld noemen hoeven dus niet op steun te rekenen van Eritrea. En de talrijke Afrikaanse presidenten die de onafhankelijkheid van Eritrea vrezen wegens de precedentwerking, kunnen rustig gaan slapen.

“Zelfs een steen kan veranderen”, verklaart Issayas deze opmerkelijke wijziging in zijn filosofie. Ik wijs hem op een vraaggesprek dat we zeven jaar geleden in de bush voerden, waarin hij Afrikaanse leiders despoten en corrupt noemde. In zijn ondergrondse hoofdkwartier voorspelde hij toen radicale veranderingen op het continent als gevolg van de Eritrese strijd. Hij glimlacht een beetje verlegen: “We zijn veranderd.” Dan komt weer even de rebel in hem op: “Voorzover het democratie aangaat hebben we niets te leren van de rest van Afrika”.

Na een verleden als marxistisch-leninistische beweging bekeerde het EPLF zich in 1987 tot de vrije-markteconomie en beloofde het een méérpartijensysteem in te voeren. Het EPLF is nog niet werkelijk op de proef gesteld of het deze democratische belofte zal nakomen. Meningsverschillen met andere Eritrese guerrillagroepen werden al in de jaren zeventig tijdens grote veldslagen in de bush uitgevochten, waarna het EPLF als enige verzetsbeweging in Eritrea overbleef. De bevolking geeft nu alle krediet aan het EPLF wegens de overwinning op het Ethiopische regeringsleger; van oppositie is hoegenaamd geen sprake. Issayas laat zich niet verleiden tot een belofte wanneer politieke partijen zuillen worden toegelaten. “We moeten eerst democratische instanties opzetten, zoals een onafhankelijke rechtspraak en een gekozen parlement. Ik wil me zelfs niet vastleggen op een periode van vijf jaar. Dat zou uiterst riskant zijn, politieke partijen moeten zich op natuurlijke wijze ontwikkelen. Ik wil niemand belazeren, er komen werkelijk vrije verkiezingen, maar wanneer, dat weet ik niet.”

Nog in de roes van de overwinning maken de Eritreeërs zich weinig zorgen over wat er na de onafhankelijkheid zal komen. De voormalige vrijheidsstrijders gedragen zich naar ieders mening voorbeeldig. Van corruptie of het met ellebogen pogen lucratieve overheidsbaantjes te bemachtigen, blijkt geen sprake onder de nieuwe machthebbers. “Evenals vroeger in de bush”, vertelt de EPLF-strijder Fesaha, “verblijven we nu gezamenlijk in de kazernes, of we nu ambtenaren zijn geworden of soldaat zijn gebleven. Eritrea is arm, er valt dus ook niets van de overheid te stelen. Misschien bestaat er daarom geen corruptie.”

Alleen sommige buitenlanders zetten vraagtekens bij Eritrea's nieuwe status. De ironie wil het dat het traditionele argument vóór de herlegging van de koloniale grenzen, namelijk de vorming van homogeen samengestelde staten, niet van toepassing is op Eritrea. Want Eritrea vormt geen homogene natie, zijn grenzen verdelen bij voorbeeld het Afar-volk onder drie verschillende landen. De bevolking van Eritrea en van de Noordethiopische provincie Tigré lijken wat taal en cultuur betreft sprekend op elkaar. De Italiaanse koloniale heersers trokken eind vorige eeuw arbitrair de Eritrese grenzen, zonder daarbij te letten op de belangen van de plaatselijke bevolking. Eritrea is dus een even kunstmatige natie als vrijwel alle andere Afrikaanse landen. Dertig jaar oorlog tegen Ethiopië is het enige dat de diverse Eritreeërs verenigt.

In Ethiopië bestaat het grootste verzet tegen Eritrea's afscheiding. De Ethiopische president Meles Zenawi zegt in privé-gesprekken geen historische redenen te zien voor Eritrea's onafhankelijkheid. “Maar een nieuwe oorlog is tè verschrikkelijk om te overwegen”, luidt zijn argument om zich bij de situatie neer te leggen. Zo valt het eeuwenoude Ethiopische rijk opnieuw uiteen, een keizerrijk dat tot bloei kwam toen zijnmachtscentrum in Eritrea lag.