Raadsel

Je voelt het, je ziet het. Een bepaalde uitdrukking op het gezicht. Een soort vermoeidheid, méér dan vermoeidheid. Een zekere berusting ook. Dan weet je: vandaag gaat het gebeuren.

Je ziet het op een ochtend bij mevrouw N, drieënnegentig jaar oud, bijna een eeuw verleden tijd. Als kind zag ze haar moeder zelfmoord plegen. Begin van een moeilijk leven, vol zorg voor het welzijn van anderen.

Anneke: “Je gaat samen aan haar bed zitten. Je slaat je armen om haar heen. Je praat nog wat. Over prettige dingen die we hebben gedaan, misschien dringt het nog tot haar door. En van lieverlee stopt de ademhaling. Dat is niet erg. Dat is gewoon zoals het op dat moment moet zijn.”

Die ene minuut. Je neemt de pols, je voelt aan de keel. Die ene minuut voor alle zekerheid. Maar het is gebeurd. En altijd weer verwondering. Wat is er nu gebeurd?

Zojuist kon je nog iets zeggen en misschien werd het gehoord. Je kon haar aanraken en misschien werd het gevoeld. Niet meer. Nooit meer.

Het lichaam is er nog, maar aan dat lichaam ontbreekt het wezenlijke. Waar zijn de gedachten, waar is het gevoel, waar is het leven, waar is mevrouw N?

Anneke is gereformeerd geweest. Onwillekeurig ziet ze mevrouw N voor Gods rechterstoel.