Jippiekreten

Veronica Hazelhoff, Elmo. Uitg. Querido. ƒ 22,90. Vanaf 13 jaar.

Dolf de Vries, Laat me maar. Uitg. Leopold. ƒ 19,90. Vanaf ca. 12 jaar.

Behalve voor gefiedel, gehuppel en hartverscheurende smartlappen staat countrymuziek voor vlezige heren in uitbundig versierde overhemden, voor dames met te veel franje en stroken aan hun kleren en een snik in hun stem, voor riemen met monsterlijke gespen en gevlamde cowboylaarzen. De liefhebbers variëren van onvervalste rednecks tot oudere jongeren die het genre als camp-verschijnsel omarmen, maar het is hoe dan ook iets voor boven de vijfendertig. Bij de gemiddelde tiener hoef je er niet mee aan te komen, want country wordt al gauw geassocieerd met oubollig, truttig en reactionair.

Des te origineler was het idee van Veronica Hazelhoff om in haar nieuwste jeugdroman Elmo de countrymuziek en de bijbehorende cultuur zo'n prominente rol te laten spelen. Vera, de vijftienjarige ik-figuur in haar boek, moet aanvankelijk niets van het genre hebben: "Ik kreeg visioenen van cowboyhoeden, jippiekreten en paarden. Soms viel ik als ik de radio aanzette wel eens per ongeluk in een programma van een christelijke omroep en die draaiden dan country, alleen noemden zij het kuntrie.' Via haar vriendje Elmo maakt Vera kennis met zijn moeder, die eigenlijk gewoon Jannie heet maar die zich met het oog op haar comeback als countryzangeres de naam Jolene heeft aangemeten. Jolene is slordig, charmant en onevenwichtig en Vera, zelf afkomstig uit een gewoon ordentelijk gezin, gaat onherroepelijk voor haar door de knieën. Naarmate Vera's band met Elmo inniger wordt, wordt ook haar vriendschap met Jolene sterker en op den duur moet ze constateren dat ze daarmee ook in de problemen van dit rommelige gezinnetje betrokken wordt. Want achter de onweerstaanbare Jolene gaat een hulpeloos kindvrouwtje schuil dat gewend is alle verantwoordelijkheden op haar zoon en haar vriend af te schuiven. Het moet wel misgaan met Jolene, en dat doet het ook: het leven van deze countryzangeres blijkt al net zo smartelijk te zijn als de liedjes die ze met zoveel overgave ten gehore brengt.

Het kan niet anders of Elmo zal veel jongeren aanspreken. Het boek leest als de spreekwoordelijke trein. Op zichzelf is het verhaal van Elmo en zijn moeder, over haar rise and fall en over hun onverbrekelijke band die uiteindelijk toch verbroken wordt, een smartlap bij uitstek. Maar wel een intelligente smartlap: omdat de schrijfster bewust voor die opzet heeft gekozen weet ze, mèt haar ik-figuur Vera, de juiste afstand te bewaren. Vera doet haar verhaal als een buitenstaander die toch betrokken is, en als lezer is het niet moeilijk je in haar te verplaatsen. Met overtuigingskracht schetst Hazelhoff Vera's fascinatie voor de countrymuziek en de "exotische' sfeer die eromheen hangt, en voor de complexe relatie tussen Elmo en Jolene. Vooral die twee zijn intrigerende personages, raadselachtig maar met liefde neergezet door een schrijfster die opnieuw - na Naar Nebraska en De bijenkoningin - bewijst voor jongeren te kunnen schrijven. En dat, nogmaals, zonder haar publiek naar de mond te praten.

Voor dezelfde lezerscategorie is Laat me maar van Dolf de Vries, een eveneens in de ik-vorm geschreven boek over de eeuwige puberkwestie: "zelfstandig worden'. Laat me maar bestaat ten dele uit de dagboekfragmenten die ene Boukje schreef tussen haar dertiende en zestiende jaar. Eenmaal uitgepuberd geeft ze enkele jaren later commentaar op die fragmenten, een tamelijk voor de hand liggend procédé om het voorafgaande te analyseren en te relativeren. Wat er mis is of was met Boukje was mij na lezing van het boek nog steeds niet duidelijk: haar ouders - zo te oordelen toch redelijke mensen - gaan zover dat ze hun dochter op jeugdige leeftijd het huis uit plaatsen, want het gaat zo niet langer. Maar waarom? Meer dan een gewone puber met gewone puberproblemen kan ik er niet van maken. Op de achtergrond speelt een naderende echtscheiding, maar ook dat lijkt me geen bevredigende verklaring, evenmin als Boukjes moeizame verhouding met haar vader (die toch weer aardig wordt gecompenseerd door de sterke band met haar moeder).

Het ligt niet aan de fragmentarische opzet dat Laat me maar als jeugdroman tekort schiet. Het ligt wel aan het feit dat Boukjes analyse achteraf zo weinig toevoegt aan de feitelijke gebeurtenissen, terwijl je toch mag aannemen dat ze inmiddels een stuk ouder en wijzer is geworden. Maar vaak is niet eens op te maken waar de dagboekfragmenten over gaan in het naderhand verstrekte commentaar, en dat zegt al genoeg.