"Ja-ja-nee-ja' of "nee-nee-ja-ja'; Stemadviezen te over bij Russisch referendum

MOSKOU, 23 APRIL. Op het commerciële FM-station zingt een onduidelijk articulerende Moskoviet luidruchtig met Freddy Mercury mee. “I want to break free. I want to break free from your love. I want to live alone”. Het gesprek met disc-jockey Gleb van Radio Maximum gaat donderdagavond over van alles en nog wat, met name over hun beider liefde voor de aan aids gestorven leadzanger van Queen. Over het referendum dat zondag volgens president Boris Jeltsin én zijn tegenstanders het “lot van Rusland” zal gaan bepalen, reppen ze met geen woord.

Hoe zou het ook gekund hebben. Er circuleren aan de vooravond van het plebisciet, waarin de kiezers zich via vier vragen moeten uitspreken over hun “vertrouwen in president Jeltsin”, diens “sociaal-economische beleid” alsmede vervroegde verkiezingen voor het presidentschap en/of het parlement, maar liefst zes stemadviezen van een veelvoud van organisaties. Dat zijn er maar tien minder dan de zestien aanbevelingen die maximaal mogelijk zouden zijn geweest.

De radicale democraten in het parlement hebben het advies gegeven om “ja-ja-nee-ja” te stemmen. Met andere woorden: steun voor Jeltsin en zijn beleid, geen voortijdige presidentsverkiezingen maar wel ontbinding van het Congres van Volksafgevaardigden. Dit advies wordt elk uur op de radio ondersteund met een eenregelig liedje, getiteld da-da-njet-da, een deuntje dat varieert op de muziek uit de beroemde film Lente uit de jaren dertig. De gematigd oppositionele Burgerunie van werkgeversleider Arkadi Volski heeft opgeroepen om op de laatste twee vragen “ja” in te vullen, zonder zich over de eerste twee uit te laten. Vice-president Aleksandr Roetskoj, hét gezicht van de Burgerunie, heeft niettemin aanbevolen om geen vertrouwen in zijn eigen president uit te spreken. Dat kan hij doen omdat Jeltsin en het parlement hem uit twee volstrekt tegengestelde motieven uitdrukkelijk buiten de vraagstelling hebben gelaten. De president omdat die nu beseft dat hij twee jaar geleden een “fout” heeft gemaakt met keuze voor de Afghanistan-veteraan Roetskoj, zoals hij deze week in een interview met het weekblad Argoementi i Fakti heeft toegegeven. En de volksvertegenwoordiging omdat de vice-president haar geheime wapen is tegen Jeltsin. De oppositionele fractie Smena (Wisseling) heeft zich bij Roetskojs reeks “nee-nee-ja-ja” aangesloten. De nationalisten van Russische Eenheid hebben eveneens gevraagd om de serie “nee-nee-ja-ja”. De communisten, die deel uitmaken van deze brede coalitie, hebben dit advies op hun beurt weer genuanceerd en willen dat de Russen overmorgen “nee-nee-ja-nee” zullen stemmen. En parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov tenslotte heeft zich over de laatste vraag tot nu toe in het vage gehouden omdat hij weet dat er maandag weer een dag zal zijn die hij moet zien door te komen.

Wie daar nog een touw aan vast kan knopen, is een boon. Jeltsin zelf heeft de burgers aangeraden om voor het gemak overal positief op te antwoorden. Dit appèl spoort weliswaar niet met zijn eigen diepere verlangens - hij wil helemaal geen presidentsverkiezingen dit najaar - maar wordt door het volk tenminste begrepen. Het staatshoofd hoopt met deze heldere aansporing bovendien de kiezers naar de stembus te krijgen. Want daar gaat het overmorgen allemaal: komen ze wel of komen ze niet?

Jeltsin en zijn medestanders doen er alles aan. Hun campagnemachine draait op volle toeren. De televisiejournaals laten geen middel onbenut om de “dag waarop het lot van Rusland” moet worden bepaald onder de aandacht te brengen. Zij staan aan de kant van de president. In de zijlijn zendt de staatsomroep ook nog eens fraai documentaires uit over het leven van echtgenote Naina Jeltsina, die als gewone volkse vrouw en oppassende moeder in alle opzichten contraseert tot haar wat hoogneuzige voorgangster Raisa Gorbatsjova. De regering op haar beurt heeft afgelopen weken allemaal maatregelen genomen die het volk mild moeten stemmen, variërend van een inflatiegarantie voor de spaarders, verhoging van de wedden voor de militairen en de studiebeurzen tot een verlaging van de benzineprijzen. En Jeltsin zelf heeft vandaag, twee dagen voor het referendum, een uitstreksel van zijn nieuwe “burgerlijk patriottische grondwet” gepubliceerd waaruit moet blijken dat hij kiest voor een soort Frans model met een staatshoofd dat de mannen op de sleutelposten mag benoemen en verkiezingen kan uitschrijven en een Federale Vergadering (bestaande uit een regionaal samengestelde senaat, de Staatsdoema, en een algemene Federatieraad) mag controleren en wetgeven. In de samenvatting wordt een aantal cruciale bevoegdheden van zijn gaullistisch opgetuigde presidentschap niet behandeld. Maar de kiezers weten nu tenminste dat ze zondag niet voor “iets abstracts” naar de stembus gaan, aldus Jeltsin.

De oppositie en de met haar sympathiserende pers (zoals de dagbladen Sovjetskaja Rossia, Pravda en de gematigder Rabotsjaja Triboena) lijken precies het omgekeerde na te streven: verwarring zaaien, geruchten verspreiden, angst aanjagen, is daar de strategie. Zo is vice-president Aleksandr Roetskoj al enige weken op oorlogspad met het dreigement dat hij de corruptie in de naaste kring rond Jeltsin zal gaan openbaren die hij inmiddels in elf koffertjes heeft verzameld. Hij eist daarom televisiezendtijd op prime time om de feiten van het “rode kwik-schandaal” naar buiten te brengen. Wat dat "rode kwik' precies is, is vooralsnog onduidelijk. Het zou een valse naam zijn voor een onderneming die hoogwaardige militaire goederen voor goed geld het land heeft uitgesmokkeld. Concretere gegevens zijn nog niet aan het licht gekomen. Maar het openbaar ministerie van procureur-generaal Valentin Stepankov heeft Roetskoj gisteren indirect wel in de kaart gespeeld met een verklaring waarin de namen van enkele betrokkenen bij een ander project (Oogst 90, een dekmantel voor de verkoop van materieel van het voormalige Sovjet-leger in de DDR) worden genoemd: niemand minder dan minister van defensie Pavel Gratsjov persoonlijk en Jeltsins intellectuele rechterhand Gennadi Boerboelis. “Geen nieuwe feiten”, aldus Gratsjov vanmorgen. Maar toch, rond Jeltsin stinkt het weer een beetje harder.

Het oppositieblok Russische Eenheid en het parlement zelf zitten evenmin stil. Als Jeltsin tijdens zijn verkiezinscampagne in de autonome republiek Oedmoertië (in alle republieken binnen de Russische Federatie, met uitzondering van Tsjetsjenië, zal het referendum zondag gehouden worden, ook al wensen de plaatselijke presidenten zich niet vast te leggen op de uitslag) zegt dat hij voor de 26e april niet al zijn “geheimen wil prijsgeven” maar dat hij wel wenst te zeggen dat er een “aantal stevige en ferme maatregelen genomen zullen worden”, reageert de volksvertegenwoordiging onmiddellijk met een verklaring waarin ze melding maakt van het plan om nog in de nacht van 25 op 26 april met behulp van Kozakken en andere gewapende formaties “presidentieel bestuur” af te kondigen. Het ministerie van staatsveiligheid zou de machtsgreep in voorbereiding hebben. En wanneer dit betrokken departement de beschuldiging onmiddellijk daarna met klem van de hand wijst, is het oppositieblok Russische Eenheid vervolgens niet te beroerd om het vuurtje verder op te stoken met mededelingen als dat het op zijn beurt klaar is voor “burgerlijke ongehoorzaamheid” en “zelfverdediging”. “De methodes voor de verdediging zijn indentiek aan de methodes voor de aanval”, aldus Stanislav Terechov van de nationalistische Unie der Officieren die nu al maanden het ontslag van Gratsjov eist.

Hoe scherp de twee kampen ook tegenover elkaar staan, over één ding zijn beide groepen het niettemin eens. Dat het referendum van zondag, dat 21 miljard roebel kost (of wel 47,3 miljoen gulden), slechts een momentopname is. Dat er met het plebisiciet dus niets fundamenteels zal worden beslist. Want hoe de uitslag ook zal uitvallen, de strijd over de interpretatie ervan is nog allerminst beslecht. Voor de eerste twee vragen is slechts een meerderheid van de opgekomen kiezers nodig, als de participatie tenminste de vijftig procent overschrijdt. De laatste twee vragen hebben slechts betekenis als een meerderheid van de 106 miljoen stemgerechtigden er zich over uitspreekt.

Met andere woorden: iedereen zal zondag winnen. En dus zal zal iedereen er vanaf maandag 26 april alles aan doen om de ander alsnog te laten verliezen.