Historie VOC keert terug als pretpark

Als het aan de cultuurmakelaars van Coopers & Lybrand en de door de overheid aan te stellen cultuuraanjagers ligt dan krijgen Middelburg, Rotterdam, Enkhuizen en alle andere steden waar de Verenigde Oostindische Compagnie ooit actief was hun eigen VOC totaal-recreatie-pakket.

Iedere stad haar eigen VOC-replica, een VOC-stadswandeling, een VOC-shop en natuurlijk de mogelijkheid om op, of om, het VOC-schip het "verleden' mee te beleven. Daarnaast voorziet het VOC-totaalpakket in een VOC-themapark en in het jaar 1999 (wanneer herdacht wordt dat de VOC tweehonderd jaar geleden werd opgeheven) een internationale supermega-VOC-manifestatie. Want volgens de onderzoekers van het adviesbureau Coopers & Lybrand geldt: "history is fun'. “De toeristen zullen”, zo schrijven zij in een opdracht van de ministeries van WVC en EZ gemaakte rapport, “ondermeer worden aangesproken vanwege de avontuurlijke uitstraling van de herosche zeereizen.”

Maar hoe groot is de kans dat dit soort overspannen, pretentieuze plannen ook echt wordt uitgevoerd? Heel reëel als het aan de ministeries van EZ en WVC ligt. Als de ambtenaren van de afdeling Cultuur Historisch Toerisme het voor het zeggen krijgen dan wordt het "totaalconcept', waarover het rapport zo opgewekt doet, binnenkort verwezenlijkt. Er is intussen op grond van deze rapportage al besloten tot het oprichten van een projectbureau (à raison van drie ton per jaar). Daar zullen twee "cultuuraanjagers' (zoals deze toekomstige functionarissen in de advertentietekst omschreven werden) te werk worden gesteld om onder andere dit pilotproject van de grond te trekken.

Blijkbaar zien sommigen in Den Haag iets in al die opgeblazen plannen van de snelle Coopers & Lybrandjongens. Omwille van de inkomsten komt er dus overal meer van het zelfde. Bij elk monument dat de moeite waard is een horecagelegenheid. En een parkeergelegenheid waar de minder draagkrachtige toerist zich bij een als VOC-matroos verklede puber een patatje-VOC kan aanschaffen. Want onze geschiedenis is een pretpark. En alle mooie stukjes Noord-Holland worden opgenomen in een voorgeprogrammeerde en uitgekauwde autoroute. Want in dat deel van ons land moet het tweede pilotproject dat de titel "Leven met het water' draagt, zich gaan afspelen.

In tien jaar tijds is het aantal bezoekers aan cultuurhistorische objecten en evenementen zeer sterk gegroeid. Ruim 22 miljoen bezoekers passeerden vorig jaar de poorten van de meer dan achthonderd musea die ons land inmiddels rijk is. Tel daar nog eens bij op de meer dan twintig miljoen mensen die in dat jaar een historisch monument bezochten of die op een van de vele honderden cultuurhistorische attracties afkwamen, en het zal duidelijk zijn dat er een enorme belangstelling bestaat voor dit soort vormen van ontspanning. Omdat de 42 miljoen binnen- en buitenlandse recreanten in 1991 samen goed zijn voor ruim 1 miljard gulden omzet, vertegenwoordigt het "Cultuur Historisch Toerisme' (CHT) een economische factor van belang. Het is dan ook niet verbazend dat allerlei groepen proberen hun deel van deze "financiële' koek te bemachtigen. Naast de direct betrokkenen, zoals musea en evenementen-uitbaters, hebben zich in toenemende mate ook overheidsinstellingen en projectontwikkelaars op de markt van CHT gestort.

Om ervoor te zorgen dat het aandeel van het Cultuur Historisch Toerisme in het totaal van de Nederlandse recreatie op peil blijft of liever nog, versterkt wordt, moesten er, zo meende men op het ministerie van economische zaken, een aantal dingen gebeuren. De hoofdlijnen van dit nieuwe beleid waren al te vinden in het masterplan Cultuur Historisch Toerisme dat in 1989 door een werkgroep waarin ambtenaren van WVC en EZ waren vertegenwoordigd, was opgesteld. En eind vorig jaar verscheen het rapport van Coopers & Lybrand.

In dit rapport is dus allereerst sprake van een "totaalconcept' met als motto "history is fun'. Na een aantal pagina's geschiedenis met de diepgang van een platboomschuit, komen de onderzoekers tot de volgende conclusies: “Er dienen een tweetal pilot-projects op het gebied van CHT te worden ingesteld. Deze twee projecten moeten laten zien hoe selectieve en intelligente stimulering kan leiden tot toename van participatie.” Deze twee concepten zijn volgens dit rapport “getoetst aan de hand van het door ons ontwikkelde toetsingsmodel voor de indicatieve haalbaarbeid, resulterend in de selectie van de twee modellen.”

Wanneer we ons door deze ondoorzichtige woordenbrij heen worstelen dan blijkt het in de praktijk globaal hier op neer te komen: Waar mogelijk samenwerken en de verschillende bestaande projecten beter op elkaar afstemmen. En die projecten stimuleren waarvan men mag aannemen dat ze in het buitenland aanslaan. Maar vooral betekent het dat het marktgerichte denken voorop moet staan. Ook voor recreatie geldt namelijk: zorg ervoor dat je je aanpast aan de grootste gemene deler dan heb je de meeste kans op succes (lees: inkomsten).

Maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat een deel van de museumbezoekers zich nu juist tot een museum of een monument aangetrokken voelt omdat het even de moderne wereld vol met gelijkgeschakeld Veronica-gehuil achter zich wil laten. Dat steeds meer mensen gewoon even alleen willen zijn met iets uit het verleden, wegdromend in een stil straatje of voor een mooi schilderij. Of een oud havenplaatsje willen bezoeken en dat alles zonder last te hebben van een "totaalconcept' van Coopers & Lybrand.