"Hilversum' vindt zender zonder quizzen te elitair; "Televisie is een medium dat normen en waarden doorgeeft'

HILVERSUM, 23 APRIL. “Elitair”, beoordeelt "Hilversum' de plannen voor een radicale hervorming van het omroepbestel. Een nieuw bestel, bevrijd van commerciële invloeden en triviale programma's. “Grachtengordelgedachtes” worden deze ideeën in de Hilversumse wandelgangen genoemd, televisie voor de "happy few'. “Wat heb je aan een net waar maar één procent van de bevolking naar kijkt?”, is de algemene vraag in de omroepbastions.

Maar de roep om een wezenlijk andere opzet van het bestel klinkt de laatste maanden steeds luider. Zo stelde enkele maanden geleden het D66-Kamerlid Wolffensperger voor niet langer de omroepen zelf te financieren uit de omroepmiddelen, maar het geld uitsluitend nog in programma's te steken met een zuiver publiek karakter. De huidige spelletjesshows en quizzen hebben het kijkgeld niet nodig, betoogde hij.

In februari van dit jaar riep FNV-voorzitter Stekelenburg tot veler verrassing dat het tijd werd een echte publieke zender in het leven te roepen. Stekelenburg was het zat drie keer per dag door omroepen gevraagd te worden of zijn bond bereid was een programma te sponsoren. In maart kwam het VVD-Kamerlid Dees met een voorstel van de drie nationale tv-netten er één volledig publiek te maken en van de andere twee op zijn minst één commercieel.

Het meest recente pleidooi in deze reeks was van prof.mr. G.A.I. Schuijt, afgelopen dinsdag bij de aanvaarding van een hoogleraarschap. Hij suggereerde van de drie huidige tv-netten er één aan een "echte' publieke omroep te geven met een BBC-achtige programmering.

In Hilversum worden deze voorstellen grommend ontvangen. De omroepvoorzitters zitten er niet op te wachten. Zeker niet nu ze net, na lange discussies en met veel moeite, tot een voor "Hilversum' revolutionaire andere opzet van het bestuur hebben gekozen, met "netsgewijze' organisaties en plannen voor verregaande samenwerking tussen de omroepen. “De nieuwe radicale voorstellen zorgen alleen maar voor verwarring”, klonk het gisteren klagelijk op een symposium georganiseerd door het Commissariaat voor de Media over de toekomst van de omroep, ter gelegenheid van het eerste lustrum van het toezichthoudende instituut. “Waarom nu praten over een conceptueel geheel anders opgezet omroepbestel?”, vroeg NOS-voorzitter Max de Jong zich vertwijfeld en enigszins gepikeerd af.

Het antwoord van de opponenten is dat het huidige bestel juridisch nauwelijks een poot heeft om op te staan. Zo betoogde Schuijt in zijn oratie dat het streven van de omroepen om een marktaandeel van tenminste 50 procent te behouden op gespannen voet staat met het EG-mededingingsrecht, evenals het zich toeëigenen van drie tv-netten en vijf radiozenders. Overheidsvoorschriften zijn in conflict met het particuliere karakter van de Hilversumse omroepen en met de in het Europese Verdrag tot bescherming van de mens gewaarborgde vrijheid van meningsuiting.

De omroepen hebben geen boodschap aan deze mededelingen. “Televisie is een massamedium dat normen en waarden doorgeeft”, zei KRO-Voorzitter Braks gisteren. “Dat moet niet alleen getoetst worden aan het mededingingsrecht. Pluriformiteit is belangrijk voor Europa. Dat moet erkend worden, anders ontstaan er conflicten. Er moet dus in Europa ook in cultureel opzicht over televisie worden gesproken.”

Maar de ultieme verdedigingslinie waarop de omroepen terugvallen bij een aanval op hun existentie, is het volgens Wolffensperger “heilig verklaarde” onderzoek van mr. J.P.H. Donner naar de EG-rechtelijke legitimatie van het bestel. “Het Donner-rapport wordt overal bijgetrokken”, zei Wolffensperger gisteren cynisch. “En dat terwijl we veel beter gewoon hadden kunnen handelen in plaats van onderzoeken, bijvoorbeeld toen TROS en Veronica overwogen om met medeneming van een tv-net commercieel te worden. Tien tegen één dat we er na toestemming nooit meer iets van hadden gehoord.”

Donner zelf noemde gisteren de juridische zijde van omroepvraagstukken “sterk overgewaardeerd”. “Door in deze kwestie te zoeken naar de mazen in de wet gedraagt de politiek zich net als de calculerende burger waar zo op wordt afgegeven”, aldus Donner. Volgens hem is er niettemin ruimte voor het bestaande Nederlandse omroepbestel in het EG-recht. Het gaat volgens Donner daarbij om de vraag of de overheid zich bemoeit met een "totaalprogramma' of een "complementair' programma. In het laatste geval staat de overheid zeer sterk, omdat het gaat om programma's met een kleine kijkdichtheid. In het geval van "totaalprogramma's', met grote hoeveelheden kijkers, zoals de omroepen dat bieden, kan de overheid haar bemoeienis via kijk- en luistergelden en voorschriften hooguit legitimeren door zich te beroepen op een noodzakelijk geachte versterking van het "wij-gevoel in een versnipperde samenleving'.

Minister d'Ancona van WVC heeft die mogelijkheden met beide handen aangepakt, Vandaag wordt haar wetsvoorstel met de bestuurlijke wijzigingen van het bestel, inclusief de tienjarige concessie die de omroepen zullen krijgen, behandeld in de ministerraad. De trein is in beweging gezet, maakte ze gisteren duidelijk, en zal niet meer worden gestopt. Een echt, "zuiver' publiek net komt volgens haar niet boven een kijkcijfer van 5 procent uit. Dat zou inhouden dat de commerciële omroepen met hun programma's gaan domineren. De kaalslag zou door voorstellen als die van Schuijt groot zijn. Schuijt moest trouwens maar eens aantonen wie er echt behoefte heeft aan een BBC-achtig net. “Mijn voorkeur gaat uit naar een minder zuiver net dat bijdraagt aan de democratische ontplooiing van diverse delen van de bevolking”, aldus d'Ancona. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat een sterke publieke omroep een belangrijk fundament is voor de audiovisuele-industrie, een groei-sector.

Maar waarom dan toch de vele triviale shows en spelletjes bij de Nederlandse omroepen, het grootste bezwaar van de tegenstanders van het huidige bestel? “Omdat de budgetten gewoon te klein zijn voor kwaliteitstelevisie op drie netten”, merkte producent Joop van den Ende gisteren op. “Als je dat wil dan moet je als regering de beschikbare budgetten op internationaal niveau brengen. Nederland staat nu al voor gek in Europa als ze gevraagd wordt een bijdrage te leveren. Als een programma zesmiljoen kost, kan Nederland hoogstens een ton bijdragen. Dat is belachelijk.”