Hilarische effecten in piccolosolo; On-Janssense allure in Janssen's Danspassen

Concert: Nieuw Ensemble o.l.v. Jurjen Hempel. Werken van Ruyneman, Janssen, Bons en Rolfe. Gehoord 21/4 De IJsbreker, Amsterdam.

Guus Janssen is tegen troebelheid, of het zou een uitgangspunt moeten zijn voor een compositie: kleine ongelukjes zoals een net niet zuiver octaaf.Maar die troebelheid moet dan weer wèl helder geponeerd worden. Het centrale werk woensdagavond in De IJsbreker in de serie Nederlandse muziek rond Guus Janssen was Danspassen voor klarinet, mandoline, gitaar, viool en contrabas, dat klonk als de ongecoördineerde eerste bewegingen van een vijftal kleuters, die welgemoed op stap gaan maar daarbij dreigen om te vallen. Althans in het begin, want geleidelijk aan neemt een wel degelijk geroutineerd corps de ballet het spel over en wordt het ernst in een strikt gecoördineerde climax van on-Janssen-achtige allure.

Evenals Elliott Carter past de componist hier het principe toe van de metrische modulatie, maar dient dit bij de Amerikaan om vloeiende overgangen af te dwingen, Janssen houdt meer van schokkende bewegingen, opeens zitten wij in een geheel ander tempo. Het meest overzichtelijk is zijn werkwijze in solostukken, zoals Voetnoot 1 voor piccolosolo, waarin weer die beweging frappeert als van een onregelmatig uitschietende peuter, Janssen spreekt van “uitgecomponeerd zwalken” en het effect is hilarisch.

Wat Daniël Ruynemans Réflexions No. 2 uit 1957 op dit programma deed was niet duidelijk, want dit expressionisme is precies alles wat Janssen niet vertegenwoordigt: een buigzaam a-metrische muziek, nooit schokkerig verspringend en allesbehalve van Voetnoot-kwaliteit.

Maar wel degelijk paste uitstekend James Rolfe's Shame uit 1993 voor het Nieuw Ensemble gecomponeerd. In de Gaudeamusweek maakte deze componist furore met Railway Street. Ook dit kamermuziekstuk was weer minimalistisch droog en scherp: alles gaat stapjesgewijs, het stijgen en dalen, het vertragen. Alleen de vorm wekt enige bevreemding: er is een zeer uitgesponnen fluisterintroductie à la Kagel, gevolgd door enkele korte en uitgelaten bewegingen, een soort van abstracte hoorspelmuziek. De concentratie is groot, met name de microtonen werken ijzersterk.

Het concert vormde overigens een pleidooi om ook kamermuziek te dirigeren, want met Jurjen Hempel voor het Nieuw Ensemble ontstond meteen meer tucht en orde in de goede zin van het woord: voetnoten horen ook heel precies te zijn.