"Er is in principe geen reden voor bijstand voor jongeren'; Ter Veld is blij dat bijstandswet zelf "overeind' is gebleven

DEN HAAG, 23 APRIL. “Het klinkt misschien schandelijk, maar ik ben al lang blij dat ik het principe van de bijstand overeind heb kunnen houden.” Staatssecretaris Elske ter Veld van Sociale Zaken en Werkgelegenheid oogde gisteravond ongebroken, ondanks het feit dat de sociaal-democratische bewindsvrouwe fors het mes heeft gezet in de bijstand. Jongeren tot 21 jaar hebben straks helemaal geen recht meer op bijstand, en de uitkering voor veel alleenstaanden tot 27 jaar gaat met ruim een kwart omlaag.

Diverse jongerenorganisaties, ook de christelijke, reageerden woedend. Ter Velds eigen PvdA-fractie betrachtte uiterste terughoudendheid. Alleen de CDA-fractie toonde zich tevreden, zelfs zeer tevreden.

Als FNV-bestuurder en PvdA-parlementariër stond Ter Veld op de bres voor de "echte minima'. Keer op keer ontdekte ze nieuwe zwakke groepen die moesten worden beschermd. Verloochent ze nu haar sociaal-democratische verleden? Ter Veld: “Vanuit de visie die ik sociaal-democratisch vind is het zo dat als je kan werken, dan doe je dat in principe ook. En als je kijkt naar jongeren: vroeggehandicapten zitten in de AAW, studerenden zitten in de studiefinanciering, en als ze zelf geen werk kunnen vinden kunnen ze altijd een beroep doen op het jeugdwerkgarantieplan. Er is een sluitende aanpak, zowel voor werkloze jongen als voor schoolverlaters. Er is in principe geen enkele reden waarom er voor de jongeren een bijstandsuitkering zou moeten zijn.”

Hoeveel jongeren van 18 tot 21 jaar zitten nu in de bijstand?

Ter Veld: “Dat zijn er ongeveer zestienduizend.”

Die raken dus straks hun uitkering kwijt.

“In principe is dat zo, maar ook nu krijgen jongeren het eerste half jaar geen bijstand, en ontvangen hun ouders kinderbijslag.”

Bij de 21- tot 27-jarigen met een bijstandsuitkering zitten heel veel alleenstaanden. Die gaan er fors op achteruit.

“Inclusief vakantiegeld gaan zij - als ze geen schoolverlater zijn - terug van 1300 gulden naar 925 gulden per maand. Schoolverlaters gaan er daarentegen iets op vooruit.”

Normaal leidt een koopkrachtdaling van twee of drie procent al tot grote politieke discussies, hier gaat het dus om een daling van bijna 30 procent. Om hoeveel mensen gaat het?

“We hebben dat nog niet precies kunnen nagaan. We hebben de indruk dat het om een vrij kleine groep gaat. Het gaat om ongeveer vijfenzestigduizend alleenstaanden, waaronder natuurlijk ook schoolverlaters. Van deze vijfenzestigduizend zal een deel door de gemeente met een toeslag worden gecompenseerd. Denk maar aan een alleenstaande moeder van 25 jaar met drie kinderen. Daar stellen we ook geld voor beschikbaar.”

Maar de gemeenten krijgen nu wel erg veel vrijheid. Soortgelijke gevallen kunnen in de ene gemeente veel minder krijgen dan in de andere.

“Oorspronkelijk hadden de gemeenten ook de volledige vrijheid, maar in 1972 heeft Wim Meijer de landelijke normering vastgesteld. Nu komen er weer meer mogelijkheden voor gemeenten. Tot dusver geldt de wettelijke norm als maximum: als een gemeente minder voldoende vindt krijgt men een lagere uitkering. Straks geldt de wettelijke norm als minimum. Men kan dan bij de gemeente om een toeslag vragen.”

Maar de norm gaat voor veel mensen tot 27 jaar fors omlaag. Vindt u de verontwaardiging bij de jongerenorganisties niet begrijpelijk?

“Voor een deel wel. Toen ik jong was zeiden we: als je op je 18de voor je land mag sterven heb je ook recht op kiesrecht (lacht). Eh.. ik vind op zichzelf ook dat als je op je 18de niet op school zit en niet arbeidsongeschikt bent, dat je een economisch zelfstandig bestaan moet verwerven. Er ligt al een brief aan die jongerenorganisaties gereed, want ik ben hier al geruime tijd mee bezig. Die grens van 27 jaar is getrokken omdat die ook voor de studiefinanciering en voor het jeugdwerkgarantieplan geldt. Ik heb er heel bewust niet voor gekozen om de bijstand voor alle leeftijdsgroepen te verlagen. De vraag was toen: welke leeftijdsgroep is relatief gezien het gemakkelijkst beschikbaar voor de arbeidsmarkt, en in welke groep wijken de normen op papier het sterkst af van de werkelijkheid, met als doel een hogere uitkering te krijgen. Mensen van 21 tot 27 jaar zitten relatief kort in de bijstand. Overigens krijgen alleenstaande ouders met kinderen ook straks nog steeds 20 procent meer dan hun leeftijdsgenoten.”

Maar wel een kwart minder dan nu.

“Ja, maar ik kan me ook daar voorstellen dat een deel van die groep - ze wonen niet allemaal alleen hoor, die alleenstaande moeders - van de gemeente meer krijgt dan de wettelijke norm.”

Ter Velds bijstandsplannen brengen bij elkaar 845 miljoen gulden op: de afschaffing van de uitkering tot 21 jaar moet 345 miljoen opleveren, met de beperking van de uitkeringen voor 21-27-jarigen moet 310 miljoen gulden worden bezuinigd. Een verdere bezuiniging op de uitkering voor oudere groepen (wie op één adres woont krijgt voortaan niet meer dan 925 gulden per maand, ook als het om onderhuur gaat) levert nog eens 190 miljoen gulden op. Maar bijna de helft van de totale bezuiniging van 845 miljoen - de totale kosten van de bijstand belopen 12 miljard gulden - wordt weerteruggesluisd. De gemeenten krijgen voor hun toeslagen 295 miljoen gulden, voor het jeugdwerkgarantieplan wordt 35 miljoen gulden extra uitgetrokken, en de kinderbijslag zou met 75 miljoen worden verhoogd. Resteert een netto bezuiniging van 440 miljoen gulden.

Ter Veld: “Zelf heb ik een voorkeur om niet de kinderbijslag uit te breiden maar vooral meer geld uit te trekken voor het jeugdwerkgarantieplan en voor de gemeenten. Want dan is een beroep op de ouders niet nodig.”

Gelden de nieuwe bijstandsregels alleen voor nieuwe gevallen, of ook voor bestaande?

,Ik ga er van uit dat de nieuwe normen voor de groep tot 21 alleen voor nieuwe gevallen gelden. Voor de oudere groep komt er een overgangsregeling.''