EOE-index moet een evenwichtiger beeld gaan geven

ROTTERDAM, 23 APRIL. De EOE-index, de meest aangehaalde graadmeter van de Amsterdamse beurs, verandert in 1994 drastisch van samenstelling.

In de nieuwe vorm zal de index gebaseerd zijn op de marktkapitalisatie (koers maal uitstaande aandelen) van de deelnemende beursfondsen.

Op basis van het reglement van de European Options Exchange worden jaarlijks 25 fondsen met de hoogste effectieve aandelenomzet over de laatste drie jaar op de Amsterdamse effectenbeurs geselecteerd voor opname in de index. De tien fondsen met de grootste marktkapitalisatie tellen ieder voor vijf procent mee in de index, terwijl de andere vijftien fondsen elk een gewicht van 3,33 procent hebben meegekregen.

Die wegingsregeling wordt nu veranderd, zo maakte het beursbestuur van de EOE-optiebeurs gistermiddag op een persconferentie bekend. De 25 meest verhandelde beursfondsen tellen niet meer mee op basis van een fictief percentage, maar krijgen hun eigen gewicht in de index op grond van de marktkapitalisatie. Daarbij heeft het beursbestuur wel als voorwaarde gesteld dat het maximale belang van een fonds in de index bij de jaarlijkse herweging wordt beperkt tot tien procent.

De nieuwe samenstellingsgrondslag van de EOE-index heeft tot gevolg dat een aantal belangrijke hoofdfondsen, zoals Koninklijke Olie, Unilever, ABN Amro en ING, vanaf volgend jaar voor veertig procent de bewegingen van de index zullen bepalen. Daarmee verdubbelt het belang van deze fondsen ten opzichte van de huidige situatie. Deze ontwikkeling zal grote gevolgen hebben voor de Amsterdamse effectenbeurs, omdat een aanzienlijk deel van de aandelenhandel het directe gevolg is van handel op de optiebeurs.

Achterliggende reden voor het beursbestuur om het reglement te veranderen is “omdat wij streven naar een evenwichtig beeld in de index”, aldus een woordvoerder van de Amsterdamse Optiebeurs. Nu tellen kleine fondsen, met een fictief gewicht van 3,33 procent, volgens hem vaak onevenredig zwaar mee in de samenstelling van de index. “Dat kan er toe leiden dat een koersval bij een relatief klein fonds als Fokker tot grote verschuivingen in de index leidt”.

De aanpassing van de regels is in de plaats gekomen van de normale jaarlijkse "herijking' van de EOE-index, die eigenlijk al op 22 februari had moeten plaatsvinden. Het beursbestuur vreesde dat - gezien de koersdalingen in een aantal fondsen - de markt verstoord zou raken als de index volgens de nu nog geldende regels was aangepast.

Volgens het bestuur van de optiebeurs is nog onduidelijk hoeveel aandelen van ieder fonds in de nieuwe EOE-index terecht zullen komen, omdat dat wordt bepaald op grond van het koersniveau dat geldt als de verandering van het reglement ingaat. Dat gebeurt pas in de derde week van februari 1994.