De pil van Simons

HET MEDICIJNENKARTEL in Nederland vertoont treffende overeenkomsten met het kartel in de landbouw in de Europese Gemeenschap.

De prijzen en de afzetmarkt zijn gegarandeerd, de lobby heeft zich overal genesteld, de belangengroepen zijn invloedrijk. Overheidsregulering verzekert de markt, en de geneesmiddelenindustrie kan voor haar heilzame produkten min of meer vragen wat ze wil. Hoewel de rijen bij de apotheek anders doen vermoeden, zijn Nederlanders geen grote pillenslikkers. Het relatief lage volume maakt de industrie goed met hoge prijzen. In Nederland zijn de geneesmiddelen zo'n 35 procent duurder dan in omringende landen.

Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) heeft de strijd aangebonden met de geneesmiddelenindustrie. Hij toont daarmee onmiskenbare durf. Want hij zet een dikke streep door zijn eigen voornemens van een nationale gezondheidszorg die alles omvat en uit de gemeenschappelijke pot wordt betaald. Tientallen jaren politieke zalving heeft opgeleverd dat alle mogelijke middeltjes, van homeopathische elixers tot kruidendrankjes en van steunkousen tot brilleglazen, onder de collectieve ziektekostenverzekering zijn gebracht. Het plan-Simons om de AWBZ op te tuigen tot een medisch panopticum dat alles vergoedt, dreigde hiervan het universele sluitstuk te worden.

Simons heeft nu voorgesteld de vergoedingen in de AWBZ drastisch te beperken. Het is een begin om de “perverse incentives”, de foute financiële prikkels waarvan het wemelt in de gezondheidszorg, weg te halen. Dat spaart geld, het is ook een begin van eigen verantwoordelijkheid. Al kan de staatssecretaris het niet laten om aan zijn recent verworven inzicht dat een eigen risico in de AWBZ dringend gewenst is, onmiddellijk een inkomensplaatje te hangen. Dit levert alleen maar bureaucratie op en is een uitnodiging voor ontwijkend gedrag. Een eigen risico moet in nominale termen worden ingevoerd. De aanschaf van sportschoenen of het eigen risico bij de autoverzekering zijn ook niet inkomensafhankelijk.

DE GENEESMIDDELENINDUSTRIE loopt voorspelbaar te hoop tegen het voornemen van Simons om de winstsmarges van de groothandel en de apothekersvergoedingen te verlagen alsmede het aantal medicijnen dat onder de AWBZ valt, te beperken. Het is een ingreep die voortvloeit uit de logica van een gereguleerd gezondheidsstelsel waarin de afzet van overheidswege is gegarandeerd. In een stelsel waarin de consumenten van geneesmiddelen verplicht deelnemen, de betaling van de rekening collectief is geregeld en de markt is dichtgetimmerd, had de medicijnenindustrie het beste van alle werelden: particuliere winsten en publieke kosten.

Tenzij de gezondheidszorg voor een volstrekt andere logica kiest, is het terecht dat Simons de industrie die graag aan deze non-markt deelneemt, bindt aan een prijslimiet. Wordt deze lijn doorgetrokken, dan staan de gezondheidszorg verdere stappen te wachten. De gegarandeerde zorg moet worden beperkt tot een basispakket en daarbuiten krijgen de consumenten van gezondheidsdiensten grotere vrijheid om te bepalen wat ze zelf willen en hoe ze dat betalen. Op die vrije markt kunnen de geneesmiddelenindustrieën concurreren en proberen, net als in andere innovatieve industrietakken, hun winstmarges vergroten.