Chris Hani: tot praten bekeerde communist

Chris Hani, de vermoorde algemeen secretaris van de Zuidafrikaanse Communistische Partij (SACP), was een strijdende zwarte communist, en dat maakte hem in de demonologie van blank rechts bij uitstek gehaat.

Hij leidde de communistische partij sinds 1991 en hij was voormalig chef-staf van Umkhonto we Sizwe, de gewapende vleugel van ANC en SACP. Hani glorieerde in zijn reputatie als hét symbool van zwarte strijdbaarheid. Tijdens zijn ballingschap had hij nogal grootsprakige uitlatingen gedaan. Zo had hij gewaarschuwd voor guerrilla-aanvallen op blanke gebieden, en gedreigd het land in een woestenij te veranderen. Al was hij de afgelopen maanden tot de overtuiging gekomen dat onderhandelingen met de regering de aangewezen weg vormden voor Zuid-Afrika en zijn ANC, toch hield hij zijn redevoeringen voor groepen radicale jongeren nog graag in militair uniform.

Niet bekend

In de periode van gewapende strijd, na 1961, bestond de hoeksteen van de partijstrategie erin de feitelijke macht te verwerven in de verbannen ANC-leiding. De partijtheoretici stelden zich een revolutie in twee stadia voor. In het eerste zouden ze het ANC, een brede nationalistische organisatie, helpen de macht te grijpen. In het tweede zouden ze dan het nationalisme, en wellicht ook het ANC, achter zich laten en werken aan een socialistische revolutie. Om deze strategie te kunnen uitvoeren moest de partij de controle over het ANC zien te krijgen, en daarin slaagde ze in de jaren na de ANC-conferentie van 1969 in Morogoro in Tanzania, een mijlpaal in de geschiedenis van het ANC. Partijleden verwierven vrijwel alle topposities in het ANC-leger, de Umkhonto we Sizwe. Ze domineerden het inlichtingen- en veiligheidsapparaat van het ANC alsook zijn conferenties, manifesten en publikaties. Ze wisten de meerderheid van de zetels in het dagelijks bestuur van het ANC te verwerven, en tot op de dag van vandaag is ongeveer de helft van het landelijk bestuur van het ANC tevens lid van de SACP.

Veel Zuidafrikanen halen daarover hun schouders op. Zwarte Zuidafrikanen worden al tientallen jaren onderdrukt, niet door communisten maar door lieden die zich christenen noemen. Voor de meeste Zuidafrikanen doet datgene wat het communisme in Oost-Europa heeft aangericht niet ter zake: het is te ver weg. Tegenwoordig is zelfs de sterke vertegenwoordiging van de partij in de ANC-bureaucratie veel minder belangrijk dan vóór 1990, het jaar waarin het verbod op het ANC werd opgeheven. Sindsdien heeft het ANC rechtstreeks contact gelegd met miljoenen Zuidafrikanen, en het wordt thans geleid door Nelson Mandela, een heerszuchtig man die vooraanstaande communisten onder zijn meest vertrouwde adviseurs heeft, maar die duidelijk als zijn mening te kennen heeft gegeven dat de partij en het ANC elkaar meer ruimte moeten gunnen.

De communistische partij is al sinds de jaren twintig uitgesproken non-raciaal, en het ligt grotendeels aan haar dat ook in het ANC thans kleur niet telt. Tot 1969 konden blanke, gekleurde en Indische Zuidafrikanen niet eens lid worden van het ANC, en nog in 1985 konden alleen zwarten bestuurslid zijn. Het is de communistische partij geweest die het ANC ertoe heeft gebracht die regels af te schaffen. Als er in Zuid-Afrika een vreedzame overgang naar een vorm van democratie komt, dan mogen toekomstige generaties blanken, hoe conservatief ze ook zijn, de communistische partij in stilte danken voor haar vastberaden non-raciale politiek.

Het is frappant, dat in Pretoria een communistische partij nu wettig kan bestaan en in Moskou niet. De SACP is zonder twijfel 's werelds meest dynamische communistische partij, maar ze krijgt het nog zeer zwaar te verduren door de ineenstorting van de internationale communistische beweging, en nu dan bovendien door de moord op haar leider Chris Hani. De SACP is de steun van een supermogendheid kwijtgeraakt.

De Zuidafrikaanse communisten beseffen dat een socialistische revolutie een verre toekomstdroom is en dat ze allereerst tot taak hebben het ANC te helpen aan de macht te komen zonder dat een rassenoorlog wordt ontketend. Hun partij is noodlijdend, en het valt moeilijk in te zien waar ze financiële middelen vandaan zou moeten halen in een democratisch politiek systeem, aangezien de meeste van haar leden arm zijn. Bovendien verkeert de partij door het bankroet van het Sovjet-model in een staat van ideologische verwarring. Leden van een partij die nog in 1989 streng stalinistisch was, verkondigen nu een breed scala van opvattingen, die soms niet te onderscheiden zijn van een Europees type sociaal-democratie.

De identiteit van Hani's opvolger als algemeen secretaris is nog onzeker. Het zal waarschijnlijk iemand uit de jongere generatie worden, zeker een zwarte Zuidafrikaan, en misschien iemand uit de vakbeweging. Maar wie de nieuwe leider ook wordt, hij (vrijwel zeker niet zij) zal nooit geheel in Hani's schaduw kunnen staan. De aankomende algemeen secretaris zal ten enen male Hani's persoonlijk gezag missen en grote moeite hebben de samenhang in de partij te bewaren.

Ook voor het ANC zal dit grote gevolgen hebben. Nelson Mandela, die nooit communist is geweest, heeft er al meermalen op gezinspeeld dat het ANC en de partij wellicht uiteindelijk als aparte organisaties aan de verkiezingen zullen meedoen, wat impliceert dat er een moment zal komen waarop de communisten zullen moeten beslissen aan welke van beide organisaties ze hun steun willen verlenen. Sommige vooraanstaande communisten, zoals Mac Maharaj, Thabo Mbeki en Jacob Zuma, hebben de partij al verlaten om zich te concentreren op hun werk voor het ANC.

Maar voorlopig heeft Mandela de communistische partij nog nodig, niet in de laatste plaats omdat haar steun voor de onderhandelingsstrategie van het ANC Mandela in hoge mate heeft gevrijwaard voor aanvallen van links. Zolang Chris Hani in het openbaar pleitte voor onderhandelingen, zoals hij de laatste weken van zijn leven heeft gedaan, konden ultra-militanten dat standpunt moeilijk afdoen als een blijk van slapte. Zonder de SACP zou het ANC vrijwel geen organisatiestructuur hebben, en zou het enkele van zijn beste theoretici verliezen. Van Mandela wordt gezegd dat hij zeer goed luistert naar wat de blanke SACP-voorzitter Joe Slovo zegt, die hij al meer dan veertig jaar kent. Slovo heeft de afgelopen maanden getoond dat hij wellicht de enige politieke zwaargewicht in het hele Zuidafrikaanse politieke spectrum is die nog een heldere lange-termijnstrategie voor ogen heeft.

Het is voor het onderhandelingsproces in Zuid-Afrika van levensbelang geweest dat er een gemeenschappelijke basis is gelegd waarop alle politieke partijen, ook de communistische, een plaats konden vinden. Het zou een ramp zijn wanneer die basis zou bezwijken als gevolg van de moord op Hani.