Bundesbank breekt met voorzichtig rentebeleid

AMSTERDAM, 23 APRIL. De verlaging van de rentetarieven die de Duitse centrale bank, de Bundesbank, gisteren doorvoerde, is een versnelde reactie op de verslechtering van de Duitse economie en een breuk met het tot nu toe gevoerd beleid. Bovendien probeert de Duitse centrale bank versneld te komen tot terugkeer van de normale rentestructuur. Die conclusie werd vanmorgen op de geld- en kapitaalmarkt getrokken. Gisteren verlaagde de Bundesbank het offiële disconto met een kwart procent tot 7,25 procent en de Lombardrente met een half procent tot 8,5 procent.

Op de Duitse geldmarkt zijn drie tarieven van belang. Commerciële banken houden bij de centrale bank een kasgeldreserve aan. Daarvan kunnen zij tegen het discontotarief, dat het laagste is in de geldmarkt, lenen. Is er een extra geldbehoefte, dan schrijven zij in op beleningen waarmee de centrale bank de geldmarkt voert. In de praktijk is de beleningsrente (in Duitsland de zogenoemde "repo'-rente) het bodemtarief in de commerciële geldmarkt. Met de repo-rente "stuurt' de Bundesbank de geldmarkt. In gevallen van een acute liquiditeitsbehoefte kunnen de commerciële banken een beroep doen op een noodvoorziening, waarbij ze lenen tegen het Lombard-tarief - dat vernoemd is naar Lombard Street waar vroeger de Londense geldmarkt was gevestigd. Dit Lombard-tarief is het hoogste van de drie en vormt het plafond van de geldmarkt.

In de regel is het verschil tussen het disconto en het beleningstarief niet groot. De renteverlagingen die de Bundesbank tot gisteren doorvoerde voltrokken zich volgens een vast patroon. De beleningsrente werd in kleine stapjes verlaagd tot deze het disconto dicht naderde. Vervolgens werd het disconto zelf verlaagd, zodat er ruimte was om de beleningsrente in stapjes weer dichterbij te brengen. Het is de breuk met die rentetechniek van de Bundesbank die veel partijen op de geld- en kapitaalmarkt deze week op het verkeerde been zette.

Op woensdag verlaagde de Bundesbank de beleningsrente slechts marginaal, van 8,11 procent tot 8,09 procent. Het gat tussen het officiële disconto en de beleningsrente bedroeg nog bijna 0,6 procent, en dat was volgens het in de afgelopen maanden gesignaleerde patroon erg groot. Handelaren gingen dan ook uit van een gelijkblijvend disconto. De discontoverlaging die de Bundesbank gisteren doorvoerde vergrootte het gat verder tot 0,84 procent. En daar had niemand op gerekend. Het is voor de commerciële banken nu in verhouding peperduur om extra geld van de centrale bank te betrekken. Dat betekent dat de niet-officiële geldmarkttarieven lager zouden kunnen worden dan het officiële beleningstarief, en daarmee dreigt de Bundesbank de controle over de geldmarkt te verliezen. De verwachting heerst nu dat de beleningsrente in snel tempo naar beneden moet worden gebracht.

De Lombardrente doet in tijden van renteverlagingen overigens nauwelijks ter zake. Niet het plafond van de tarieven, maar de bodem is belangrijk. De verrassing over de renteverlaging van gisteren was des te groter, omdat juist aan de vooravond van de vergadering van de Bundesbank bleek dat de groei van de geldhoeveelheid in Duitsland met 3,2 procent in maart groter was dan voorzien. De geldgroei is volgens de Bundesbank een vorbode van inflatie. Bovendien namen de commerciële leningen in Duitsland in die maand met 9 procent toe. Het monetaire klimaat voor een renteverlaging bleek in de loop van de week niet optmimaal voor verlaging van het officiële disconto.

Dit, samen met de breuk met het tot nu toe gevoerde rentebeleid, leidt volgens de meeste waarnemers tot de conclusie dat de rentepolitiek van de Bundesbank is verschoven van een puur monetair beleid naar een versnelde reactie op de economische malaise in Duitsland. De "korte' rente (nu rond 8,1 procent) daalt versneld. De inflatieverwachting in Duitsland blijft evenwel hoog (rond 4 procent), zodat de rente op obligaties (nu rond 6,5 procent), die zeer gevoelig is voor toekomstige inflatie, niet veel meer zal dalen. Zo bewerkstelligt de Bundesbank in versneld tempo een terugkeer naar een "normale' rentestructuur, waarbij de korte rente lager is dan de lange rente. En dat wordt steeds meer gezien als een wondermiddel voor het economisch herstel in Duitsland.