Bas Jan Ader The Boy Who Fell over Niagara Falls. ...

Bas Jan Ader The Boy Who Fell over Niagara Falls. Een uitgave van Galerie Paul Andriesse (Prinsengracht 116, 1015 EA Amsterdam). Oplage 500 stuks. Prijs f 17,50.

Fantastike

Fantastike, verbeeldingskracht. Uitg. RIAGG/Vijverdal Combinatie Maastricht Nederland. 144 blz. Prijs f 49,50.

Georges Bataille

Georges Bataille: De tranen van Eros. Met een inleiding van J.J. Lo Duca en onuitgegeven brieven van Bataille. Vert. Jan Versteeg. Uitg. Sun, 256 blz. Prijs f 39,50.

Roman Vishniac

To give them light: The legacy of Roman Vishniac; 160 blz. Prijs. f 75,45.

Bas Jan Ader

Galeriehouder en kunsthistoricus Paul Andriesse heeft opnieuw uiting gegeven aan zijn bewondering voor het werk van de jong gestorven kunstenaar Bas Jan Ader (1942-1976) in de vorm van een fraai verzorgd en met zwart-wit foto's geillustreerd boekwerkje. De inhoud is gebaseerd op de twee weken durende performance die Bas Jan Ader in 1972 hield in de Nederlandse galerie Art & Project. Hiertoe nam de kunstenaar gedurende werkdagen plaats op een speciaal in de galerie geplaatste leunstoel waarbij hij een uit het tijdschrift Reader's Digest afkomstig verhaal voorlas: 'The Boy Who Fell over Niagara Falls'. Tijdens de heroische vertelling over het in de waterval terechtgekomen jongetje nam Ader op gezette tijden een bescheiden slokje water uit een Duralex-glas. De romanticus Bas Jan Ader, die zijn leven tot kunst wilde maken, verdween vier jaar later tijdens de creatie van zijn laatste kunstwerk. De inhoud van dit kunstwerk, getiteld 'Op zoek naar het Wonderbaarlijke (1976), was een solo-tocht met een zeilschip over de oceaan, waarvan hij nooit is teruggekeerd. 'The Boy Who Fell over Niagara Falls' omvat de tekst van het verhaal en foto's van de lezende kunstenaar met zijn op een rieten bijzettafeltje poserende glas water.

The Boy Who Fell over Niagara Falls. Een uitgave van Galerie Paul Andriesse (Prinsengracht 116, 1015 EA Amsterdam). Oplage 500 stuks. Prijs f 17,50

BETTY VAN GARREL

Fantastike

Een olieverfschilderij siert de omslag van het Fantastike, verbeeldingskracht: Een figuurtje in fel rood en geel heft een hand naar de hemel. De ogen zijn zwarte gaten. De mond staat wijd open en lijkt om hulp te roepen. Het schilderij is in 1989 gemaakt door een patient van het psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal in Maastricht.

De RIAGG/Vijverdalcombinatie in Maastricht, een regionale en academische organisatie voor geestelijke gezondheidszorg, heeft het boek uitgegeven. In Vijverdal geven beeldend kunstenaars al 35 jaar creatieve therapie. In de meeste inrichtingen staat daarbij het therapeutische aspect voorop, de gemaakte werken worden 'geduid'. Bij Vijverdal gaat het in de eerste plaats om het maken van beeldende kunst. Van de kunstwerken die in die periode door de patienten zijn gemaakt is de collectie Fantastike van zo'n 300 schilderijen, tekeningen, grafiek, en beelden samengesteld, waarvan nu een deel in boekvorm is verschenen. Het Theater aan het Vrijthof stelt tot 19 april werken uit de collectie ten toon.

Het mooi en professioneel vormgegeven Fantastike is verschenen bij het afscheid van de beeldhouwer en keramist Dries Engelen, die 35 jaar als creatief therapeut in de psychiatrie heeft gewerkt. Behalve een interview met Engelen is een kort, poetisch voorwoord van Alexander van Grevenstein, directeur van het Bonnefantenmuseum, opgenomen. Kunstcritica Anna Tilroe leverde nog een bijdrage, over kunst en psychiatrie.

Bladerend door de tachtig, meestal in kleur gedrukte, afbeeldingen valt onder meer een uitbundig doek op van Jo Dizy. Ze schilderde drie dicht op elkaar slapende mensen onder blauwe en groene dekens; een slaapzaal, zo lijkt het. Er zijn ook enkele teksten opgenomen, zoals die van een anonieme patient die op een houten plank schreef: 'Ik ben een vis die al jaren probeert zijn kop boven water te houden.'

Fantastike, verbeeldingskracht. Uitg. RIAGG/Vijverdal Combinatie Maastricht Nederland, 144 blz. Prijs f 49,50

GERDA TELGENHOF

Georges Bataille

Georges Bataille wilde met het boek De tranen van eros 'het zelfbewustzijn (te) ontsluiten voor de overeenkomsten tussen de 'kleine dood' en een definitieve dood. Tussen wellust, delirium en grenzeloze afschuw'. Zijn hele leven heeft de Franse filosoof Bataille (1897-1962) zich beziggehouden met de verstrengeling van erotiek, wreedheid, geweld, religie en dood. De tranen van eros, dat een jaar voor zijn dood verscheen, heeft een moeizame ontstaansgeschiedenis, zo blijkt uit het voorwoord van J.M. Lo Duca en de brieven van Bataille die in het boek zijn opgenomen. Dit verklaart wellicht waarom in de tweede helft van het boek de tekst zo fragmentarisch is gebleven. Ook de conclusies van Bataille zijn soms nogal aanvechtbaar. Zo meent hij bijvoorbeeld dat de prenten, tekeningen en schilderijen van Goya aantonen dat de kunstenaar 'volstrekt abnormaal' was.

Het boek moet het vooral hebben van het beeldmateriaal, zoals een raadselachtige schildering uit de grotten van Lascaux waarop een man met vogelkop en een duidelijk erectie geveld ligt voor een gewonde bizon en huiveringwekkende foto's van een man dia aan het begin van deze eeuw in China levend werd gevild. De foto's van dit mensenoffer leverden Bataille het definitieve bewijs van de fundamentele gelijkheid van de tegendelen, goddelijke extase en uiterste afschuw. In Nederland bestaat de laatste jaren in kringen van academici en kunstenaars veel aandacht voor Bataille. Voor een buitenstaander is deze fascinatie niet altijd goed te volgen.

Georges Bataille: De tranen van eros. Met een inleiding van J.J. Lo Duca en onuitgegeven brieven van Bataille. Vert. Jan Versteeg. Uitg. Sun, 256 blz. Prijs f 39,50

DIN PIETERS

Roman Vishniac

Op oude foto's staan vaak mensen die er niet meer zijn. Ze lieten zich bewust portretteren voor familie en vrienden. Of ze traden onwetend op als figuranten in een straatbeeld, een oorlog. Om dood te gaan moesten ze misschien thuis van een trap vallen, misschien lagen ze weken met pijn op bed. Bij een foto van een bijzonder gezicht vraag je je wel eens af wat iemand nog moest doormaken.

De Russische arts en bioloog Roman Vishniac (1897-1990) fotografeerde eind jaren dertig in Midden- en Oost-Europa veel mensen van wie we exact weten hoe ze later stierven. Ze werden groepsgewijs vergast. De kruiers in Lodz en de kleuters van Warschau hebben veel of nietsvermoedend naar zijn Rolleiflex gekeken. In de Karpaten woonden joodse boeren nog vredig in zonovergoten dorpen. In Warschau leefden tientallen families in smerige kelders. De stad telde toe 500.000 joden die bij de kiosk uit 27 joodse kranten konden kiezen.

Een halve eeuw later heeft Marion Wiesel, de vrouw van de schrijver Elie Wiesel, bij de naar New York gevluchte Vishniac een paar duizend foto's bekeken. Veertienduizend negatieven gingen verloren. Een deel daarvan probeerde hij in 1941 vergeefs als waarschuwing tegen de Duitse moordplannen in Amerika te exposeren. Marion Wiesel wilde een boek samenstellen, maar voordat het zover was overleed Vishniac.

Het boek is er toch gekomen: To Give Them Light, een vervolg op het hier in 1983 verschenen A Vanished World, dat alleen nog antiquarisch te koop is. Bij elk getto, bij elke stad is een korte feitelijke geschiedenis geschetst van de joodse gemeenschap, waaraan een enkele vertelling van de fotograaf is toegevoegd. Net zo feitelijk en onnadrukkelijk zijn de opnamen. Vishniac voorzag dat dat Oost-europese straatbeeld van wandelende en werkende joden straks alleen nog op papier zou bestaan. En in sommige gezichten van wijze, oude mensen moet hij dat voorgevoel bevestigd hebben gezien.

Bij elke opname kon Vishniac een verhaal vertellen, schrijft Elie Wiesel in het voorwoord. Zoals dat van een handelsreiziger op weg naar Mukachevo. Hij zong zo mooi dat alle treinreizigers met gesloten ogen naar hem luisterden. Later zou diezelfde man, een voorzanger ook, Vishniac de markten en de dertig synagogen van Mukachevo laten zien. In april 1944 begonnen daar de deportaties van de 15.000 joden, de helft van de bevolking, eind mei was de stad 'judenrein'.

To give them light: The legacy of Toman Vishniac; 160 blz.; f 75,45

MARIANNE VERMEIJDEN