Attali trekt het boetekleed aan

LONDEN, 23 APRIL. Geen tafel met commissarissen en voorlichters, geen glaasjes water, geen decoratieve bloemstukken, geen naambordjes. Alleen een groot, leeg podium en, gezeten op de rand daarvan, Jacques Attali. De directeur van de Oost-Europa Bank, dag in dag uit voorpaginanieuws wegens het wel zeer luxueuze hoofdkantoor dat hij liet inrichten in de Londense City, deed het - zoals altijd - his way gisteren bij de presentatie van het jaarverslag.

Attali, symbool van extravagantie, was even de verpersoonlijking van de nieuwe koers van zijn bank: een toonbeeld van soberheid. Na een volle minuut uitbundig te hebben geglimlacht naar de van heinde en ver toegestroomde fotografen en cameraploegen, sprak hij, met gevoel voor understatement: “Ik ben zeer verheugd dat zovelen belangstelling tonen voor het jaarrapport”. Om zich vervolgens, ontspannen babbelend en vrijwel uit het blote hoofd, te zetten aan een uitvoerig mea culpa en een samenvatting van het jaarverslag.

Attali had “zeer ernstig” nagedacht over alle kritiek, zo bekende hij, en zowel de bank als hijzelf konden daar nog veel van leren. Weliswaar waren alle uitgaven voor interne posten - waaronder 55,5 miljoen pond voor de inrichting van het nieuwe hoofdkantoor, 52.000 pond voor een kerstpartijtje en 750.000 pond voor de vervanging van marmer dat niet paste bij de smaak van Attali - goedgekeurd en binnen het budget gebleven, toch hadden bepaalde dingen anders gekund, erkende de bankpresident. “De vervanging van het marmer valt in die categorie.” De bank zal er alles aan doen om de eigen uitgaven voortaan te beperken, beloofde Attali, die desgevraagd liet weten dat de jaarvergadering van de bank, die dit weekeinde van start gaat, 1,7 miljoen pond vergt. En dat hij er niet over peinst om zijn functie neer te leggen.

Attali kon moeilijk anders dan zijn fouten toegeven. Sinds de Financial Times vorige week berichtte dat de bank sinds de oprichting in april 1991 tweemaal zoveel heeft uitgeven aan interne kosten als aan leningen voor Oost-Europa, is hij van alle kanten onder vuur genomen. De Duitse minister van financiën, Theo Waigel, voorzitter van de Board of Governors van de bank, drong deze week in een onderhoud met Attali aan op meer "openheid' bij de bank; zijn Britse collega Lamont liet weten dat hij zich de laatste tijd zo ongerust had gemaakt over het uitgavenbeleid van de Oost-Europa Bank, dat hij bij Attali herhaaldelijk had aangedrongen op spaarzaamheid. EG-commissaris Henning Christophersen zei het “uiterst betreurenswaardig” te vinden dat de bank uitsluitend de aandacht op zich vestigt door de hoge uitgaven van eigen gebruik. En ook de Britse premier Major zal maandag naar verwachting in zijn openingstoespraak van de jaarvergadering voorzichtig kritiek uiten op de hoge kosten voor het nieuwe hoofdkantoor.

Pag.10: Kritiek op ijdelheid bankier

Binnen de bank zijn de kritische geluiden heel wat minder diplomatiek. “Attali is een heel begaafd mens”, zo liet een Oosteuropees lid van de Board of Directors zich ontvallen tegenover de Herald Tribune, “maar ik vraag me af of de bank door zo'n man gerund moet worden.” Met name het arrogante leiderschap en de ijdelheid van Attali zijn velen een doorn in het oog. Een ander Board-lid in dezelfde krant: “Hij is verslaafd aan persberichten. Telkens als hij een brief schrijft of een toespraak houdt, geeft hij een persbericht uit.” Attali is door zijn directeuren inmiddels "onder toezicht gesteld': belangrijke persberichten moeten worden voorgelegd aan de Board en ook zijn reislust, per privévliegtuig, is aan banden gelegd. Voortaan moet Attali eerst toestemming vragen aan de Board en voor elke reis door drie verhuurbedrijven prijsopgaven laten doen.

Binnen de Board wordt intussen druk gesleuteld aan het beleid. Een diepgaand onderzoek wordt ingesteld naar de uitgaven voor het nieuwe hoofdkantoor, iets waarmee Attali, naar verluidt, slechts met grote tegenzin akkoord is gegaan. Bovendien zullen de directors scherper toezien op de uitvoering van het beleid. Pierre Pissaloux, directeur begroting en planning, wordt van een van zijn taken ontheven, hij mag zelf kiezen welke. “Wij hebben sinds januari zeker dertig procent gekort op de begrotingsvoorstellen”, aldus een hoge functionaris, die sommige uitgaven ongelukkig noemt. “Maar toen wij het nieuwe gebouw zagen, begrepen wij dat de kosten nog verder moesten worden beperkt...”

Attali's positie is, ondanks alle kritiek, vooralsnog niet aan de orde, zo valt vrij algemeen te beluisteren binnen de bank. “Hij heeft een aparte stijl”, zegt een staflid, “maar dat wisten wij bij zijn benoeming ook. Toch is hij met grote meerderheid gekozen. Dus dan moeten wij nu niet zeuren. Natuurlijk is het jammer dat hij zoveel weerstand wekt. Maar als je met veel bombarie dingen aankondigt, moet je niet gek opkijken als er kritische schijnwerpers op je worden gericht.”

De kop van Attali mag dan voorlopig gespaard blijven, de affaire heeft al wel een ander slachtoffer geëist. De Canadese directeur, Don McCutchan, legt deze zomer zijn functie neer, een jaar eerder dan gepland. Het besluit is gevallen na een bezoek van Attali aan Canada waar hij heeft geklaagd over het functioneren van McCutchan, een fel criticus van Attali en de enige directeur die vorig jaar tegen de begroting voot 1993 stemde. Hoewel het officieel heet dat het gaat om een "natuurlijke rotatie' wordt op het ministerie van financiën in Canada niet verhuld dat de spanningen tussen McCutchan en Attali flink zijn opgelopen. Hoewel de woordvoerder van de EBRD niet wil uitwijden over de aard van het conflict tussen beide heren, wil hij wel kwijt dat het voor McCutchan “moeilijk was om verder te werken binnen de bank” en dat de directeur “opgelucht zal zijn als hij daar weg is. Het is een gestresste situatie en wij halen McCutchan terug om hèm een plezier te doen, niet Attali. Attali kan er zeker van zijn dat Canada weer een kritische vertegenwoordiger stuurt.”

Attali zelf behandelde de affaire-McCutchan gisteren tijdens zijn pesconferentie in iets verbloemder vorm. “Ik constateer met spijt dat de directeur ons verlaat. Hij heeft uitstekend werk verricht. Jammer dat hij weg moet.”