Wasmiddel

Het artikel "Amsterdam krijgt eigen zeep' (W&O 1 april) blijkt geen grap te zijn. Het aangekondigde wasmiddel van het Belgische Ecover, speciaal afgestemd op Amsterdams water, komt er echt. Enige aanvulling is echter op zijn plaats.

Diverse uitspraken, zoals die over fosfaten en waterontharding, hebben waarschijnlijk meer betrekking op de situatie in België dan in Nederland. Zo is het mooi dat dit wasmiddel geen fosfaat bevat, maar in Nederland is het tegenwoordig al moeilijk om nog een wasmiddel mèt fosfaat te kopen. En met geen enkel wasmiddel, ook dit niet, kan het fosfaat in het afvalwater tot nul worden gereduceerd, gezien de veelheid aan andere fosfaatbronnen.

Centrale waterontharding, zoals sinds 1987 wordt toegepast in Amsterdam, is niet bijzonder meer. De eerste centrale onthardingsinstallatie (in Dordrecht) dateert al van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1970 en nu zijn er in totaal zo'n 20 installaties in gebruik genomen die allemaal een constante waterhardheid leveren, meestal tussen de 8ß8 en 9ß8.

Daarnaast leveren veel waterleidingbedrijven een waterhardheid die bepaald wordt door de menging van het water van verschillende lokale pompstations, hetgeen in de meeste gevallen ook een redelijk constante waterhardheid oplevert met beperkte variaties, bijvoorbeeld 5ß8 tot 6ß8 of 15ß8 tot 17ß8. Dergelijke kleine variaties kunnen geen argument zijn voor een al dan niet speciaal samengesteld wasmiddel, zoals in het artikel wordt gesteld.

Het belang van de waterhardheid is in de allereerste plaats de invloed ervan op het totale verbruik van was- en reinigingsmiddelen. Voor een was in Epe bijvoorbeeld, met een waterdhardheid van 2,8ß8 (zeer zacht), is van een bepaald wasmiddel maar 45 gram nodig. Voor hetzelfde wasmiddel is de dosering in Amsterdam (8,4ß8) 70 gram, in Alkmaar (15ß8) 100 gram en in Maastricht (tot 21,8ß8) 135 gram. Dit betekent voor de consument een fors verschil in kosten en voor het milieu een aanzienlijke belasting. Waterleidingbedrijven zijn dus, zeker bij waterhardheden van meer dan 12ß8, een belangrijke factor waar het gaat om milieusparende maatregelen.

Voor de samenstelling van een wasmiddel kan het wel enig verschil maken of moet worden uitgegaan van een waterhardheid van 8ß8 of van 15ß8. Daarbij zijn echter zoveel factoren mede van invloed, dat het niet zonder meer logisch is dat een speciaal 8ß8-wasmiddel in Amsterdam minder belastend zou zijn. Logisch is het omgekeerde, namelijk dat een algemeen wasmiddel en een speciaal 8ß8-wasmiddel in Amsterdam evengoed presteren op milieugebied, maar dat voor het harde water van Alkmaar of Den Haag een speciaal 15ß8-wasmiddel wèl beter zou zijn.

De werkelijk bepalende factoren zijn de feitelijke waterhardheid ter plaats en de fluctuaties daarin. Er zijn namelijk nog enkele waterleidingbedrijven waar de fluctuaties in de waterhardheid zo groot zijn (meer dan 25%), dat het wèl een negatief effect heeft: ofwel onnodig milieubelasting door overdosering of schade aan de wasmachine door onderdosering.

De waterkwaliteit is de verantwoordelijkheid van de waterleidingbedrijven, de consument zelf is verantwoordelijk voor een betere kennis hierover. Want die kennis is in doorsnee te beperkt om de mogelijkheden die er zijn optimaal te benutten. Voor veel consumenten gaat het onderscheid niet verder dan hard en zacht water, terwijl de aanwijzingen op verpakkingen niet gelezen of niet gevolgd worden. Een nauwkeurige dosering van wasmiddelen, waarvoor wij al jaren pleiten, is qua milieu-effect het eerste en het snelste verdiend. Alleen al door een meer verfijnde opgave dan in de drie nu gehanteerde waterhardheidsgroepen en door een aktieve voorlichting hiervoor door de waterleidingbedrijven.