Undercover

Arthur Docters van Leeuwen is sinds 1988 hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. In die functie komt hij dagelijks in aanraking met politieke complotten en staatsgevaarlijke activiteiten. In een televisieprogramma gaf hij onlangs toe dat zijn baan hem opwond als een spannend jongensboek. Iedereen kan zich voorstellen dat hij intussen zelf een dankbaar onderwerp zou zijn voor een dergelijk boek. Minder bekend is dat hij behalve auteur van geheime rapporten ook schrijver is van een verhalenbundel.

In 1965 publiceerde de twintigjarige Docters van Leeuwen onder het pseudoniem Hein Wybrand in het literaire tijdschrift Maatstaf een virulent verhaal in de ik-vorm over een mistroostige kantoorklerk die een hevige seksuele obsessie voor een oudere koffiedame tot werkelijkheid wil brengen. Tot 1969 publiceerde hij regelmatig korte verhalen over in de tijdgeest passende realistische thema's waarin op surrealistische wijze de erotische fantasieën van een jongeman tot meestal teleurstellende avonturen leidden en de vrouwelijke personages vaak een smoezelig fnuikende rol speelden.

In 1971 publiceerde Hein Wybrand bij uitgeverij Bert Bakker een bundel met zestien verhalen die hij de titel Het Reservaat gaf. Merkwaardigerwijs had Ward Ruyslinck zeven jaar eerder een pleidooi voor de vrijwaring van de rechten van het vertrapte individu gepubliceerd dat ook Het Reservaat als titel droeg. Inspiratie, plagiaat of toeval? Ra ra.

Het Reservaat is een matig geschreven boek, maar met de wetenschap wie zich achter de schrijver verbergt worden passages over een hoofdpersoon die zegt geen communistisch verleden te hebben toch pikant. Het verhaal De Staatsgreep en Vrije Meningsuiting werpen met terugwerkende kracht een ander licht op deze literaire jeugdzonde. Op cynische toon wordt over staatsvijanden en over gifgas voor de Derde Wereldoorlog gesproken. Tussen de prijzenswaardige borsten van liftende kunstacademiestudenten en ander stereotypen zindert een alinea over een protest a-go-go voor een consulaat. “Hij had niet meer geweten of hun smakelijk bewegen nu werkelijk zou kunnen bijdragen tot verzachting van het leed van aan verbranding in de derde graad lijdende inwoners van een ver ontwikkelingsland.”

Het is bekend dat de chef van de BVD een excentrieke man is die geheimen geheimen laat maar tegelijkertijd niet te kinderachtig is om en plein public te vertellen welke groepering de aanslag op een politiek gevoelig monument heeft opgeëist. En het siert hem dat hij drie jaar geleden via deze krant liet weten - weliswaar zonder verwijzing naar zijn boek en pseudoniem - over een te klein talent te beschikken om zich verder als schrijver te profileren. Met de onthulling van zijn pseudoniem lijkt het literair dossier Arthur Docters van Leeuwen gesloten. Tenzij hij zich een andere dekmantel aangemeten heeft.