Uitspraak hof is steun voor Jeltsin

MOSKOU, 22 APRIL. President Boris Jeltsin hoeft zondag bij het referendum niet een meerderheid van alle stemgerechtigden achter zich te krijgen om van een vertrouwensvotum te mogen spreken. Maar ook als hij de vertrouwensvraag in het plebisiciet op deze manier wint, mag hij dit succes volgens het Constitutionele Hof niet gebruiken als argument om de volksvertegenwoordiging via een of andere vorm van "presidentieel bestuur' te ontbinden.

Het Constitutionele Hof heeft gisteren namelijk bepaald dat een eenvoudige meerderheid van de kiezers die daadwerkelijk opkomen bij de volksraadpleging al voldoende is voor Jeltsin. Voor zijn wens om het Congres van Volksafgevaardigden te ontbinden, heeft hij volgens het Hof echter wel een gekwalificeerde meerderheid nodig. “Zelfs als hij 99,9 procent van de kiezers op hem stemt, kan hem geen enkele volmacht worden gegeven”, aldus opperrechter Boris Jebzejev, een van de leden van het Hof.

Deze tweezijdige beslissing van het hof maakt het voor Jeltsin iets eenvoudiger om de volksraadpleging van zondag succesvol af te sluiten. Het belangrijkste probleem dat Jeltsin nu aan de vooravond van het referendum nog parten speelt, is de vraag of hij in staat zal zijn een meerderheid van de kiezers naar de stembus te lokken. Bij een opkomst van minder dan vijftig procent is het referendum hoe dan ook ongeldig. De opiniepeilingen, die de laatste weken, worden gepubliceerd, geven vooralsnog geen uitsluitsel over de opkomst zondag. De meeste enquêtes tenderen voorzichtig naar een participatie van meer den vijftig procent.

Het Constitutionele Hof heeft zich met dit besluit ten dele tegen het Volkscongres gekeerd. Dat uitgebreide duizendkoppige parlement had eind vorige maand bepaald dat Jeltsin het referendum alleen zou kunnen winnen als een meerderheid van de totale volwassen bevolking hem haar "ja-woord' zou geven. Volgens het Constitutionele Hof heeft de volksvertegenwoordiging met deze beslissing de referendumwet geschonden. Daarin is vastgelegd dateen meerderheid van vijftig-plus-één van het aantal stemgerechtigden alleen voor grondwettelijke vragen vereist is. In de ogen van het hof is het vertrouwensvotum waarom Jeltsin voor zichzelf en zijn sociaal-ecnomische beleid heeft gevraagd, geen constitutionele kwestie.

De vragen in het referendum die betrekking hebben op vervroegde verkiezingen van zowel een nieuwe president als een nieuwe volksvertegenwoordiging zijn volgens het hof daarentegen wel van grondwettelijke aard. De kans dat een meerderheid van alle kiezers zich zondag voor tussentijdse verkiezingen zal uitspreken is daarom, gelet op de geringe opkomst die wordt voorspeld, derhalve gering. Het resultaat van het oordeel, dat het Constitionele Hof gisteren bij wijze van politiek compromis heeft geveld, zou er dus wel eens op kunnen uitdraaien dat president Jeltsin na zondag kan doorregeren maar geen mogelijkheden heeft om zich te ontdoen van het weerbarstige parlement.