Tja tja tja, tja wat zullen we eten?

Binnenkort kunt u een pondje zeeaster bestellen bij de groenteman. De Zeeuwen kennen deze groente al lang, zij noemen het lamsoor of zulte. Gelaarsde liefhebbers trekken in april en mei de schorren op en plukken de jonge blaadjes van deze plant die zij als sla of gekookt op tafel zetten. Gekookt heeft zeeaster wel iets weg van spinazie, waarmee de groente tevens het hoge ijzergehalte gemeen heeft. De typisch zilte smaak is ook in België en Frankrijk zeer geliefd. Mosselrijders op die landen nemen vaak zeegroenten mee als bijvracht voor exclusieve restaurants. Zeeaster smaakt prima bij een portie oesters of mosselen.

Snijders kunnen echter niet meer voldoen aan de stijgende vraag. Daarom opperde een mosselhandelaar uit Yerseke half de jaren tachtig eens te kijken of het gewas commercieel te telen is. Hiertoe klopte hij aan bij het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) in zijn woonplaats. Vrijwel tegelijk toonde ook de NV Landbouwmaatschappij de Bathpolders interesse. De directie van deze grote boerderij in Rilland zag zeeaster als een mogelijk nieuw gewas voor de noodlijdende akkerbouw. Op een overgeschoten hoekje onder aan de dijk begon men te experimenteren onder begeleiding van Wageningse plantentelers. Maar de financiering van dit project liep spaak toen het boerenbedrijf werd verkocht aan een levensverzekeringsmaatschappij die er geen brood in zag. De proef werd in 1990 nieuw leven ingeblazen door de opening van Neeltje Jans. De Grontmij wil bij deze stormvloedkering een permanente tentoonstelling inrichten met vernieuwende, milieuvriendelijke teelten. Schorgroenten vallen daar ook onder, aldus het adviesbureau.

Dit keer werd het project professioneler aangepakt. Een speciale Stichting Mariene Cultures Oosterschelde is in het leven geroepen om subsidies aan te trekken. Met steun van de provincie en het rijk zijn inmiddels twee hectare proefvelden aangelegd bij Haamstede op Schouwen-Duiveland. Sinds 1 januari krijgt het onderzoek ook geld van de EG en is het uitgegroeid tot een samenwerkingsproject met universiteiten in Gent, Brussel en Lissabon. De coördinatie berust bij het NIOO.

Op het proefcomplex bij Haamstede wordt behalve naar zeeaster (Aster tripolium), ook gekeken naar zeekraal (Salicornica), zeekool (Cramber maritima) en zeebiet (Beta maritima). Onderzocht wordt of teelt van deze zeegroenten mogelijk is op binnendijkse gronden. ""Op land onder aan de dijk groeien alleen suikerbieten of gras. Maar de opbrengst hiervan is beneden peil door het hoge zoutgehalte van die grond. De verbouw van zeegroenten zou die grond rendabel kunnen maken'', meent dr. Ad Huiskes. Naar schatting gaat het om enkele honderden hectaren zoute akkers langs de kust van Tholen, Schouwen-Duiveland en Zeeuws Vlaanderen.

De gewassen gedijen uiteraard het beste in een zout milieu, een schor wordt immers dagelijks overspoeld door zeewater. Het proefperceel wordt daarom regelmatig bevloeid met opgepompt grondwater uit de zoute kwel. De akker is als een rijstveld omgeven door een dijkje dat het water vasthoudt. Via een schuif kan het water worden weggelaten in een sloot. Gespeurd wordt naar de exacte zoutbehoefte van de plant. De toegediende zouthoeveelheid wordt gevarieerd door het kwelwater te mengen met regenwater. ""We proberen zo laag mogelijk te gaan met het zoutgehalte'', zegt Huiskes. ""Het gewas kan dan ook verder landinwaarts verbouwd worden, waardoor de teelt voor meer boeren perspectief biedt. Maar de plant moet wel haar zilte smaak behouden, want dat is tenslotte haar handelsmerk.''

Het potentieel areaal beperkt zich overigens niet tot de Zeeuwse kust. Bioloog Huiskes vertelt dat hij telefoontjes heeft gehad uit Algerije, Egypte en Pakistan. ""Die landen hebben jarenlang gerrigeerd zonder te draineren en zitten nu met hele zoutvlaktes waarop niets meer groeit. Het zout is uit de diepere bodemlagen met het steeds stijgende grondwater mee naar boven gekomen. Het zou mooi zijn als we nu kunnen aantonen dat zouttolerante planten kunnen groeien op zulke gronden. Schorgroente is trouwens niet alleen gezond voor de mens, maar ook uitstekend veevoer'', zegt Huiskes. Verzilte gronden zijn vooral te vinden in Noord-Afrika, het Midden-Oosten, de Indusvallei, midden China en in de zuidoostelijke Russische republieken Oezbekistan en Kazachstan. Wereldwijd gaat het om een areaal van 60 miljoen ha dat jaarlijks stijgt met 2 tot 4 miljoen ha. In Lissabon wordt de teelt bestudeerd onder sub-tropische omstandigheden. De Portugese onderzoekers richten zich vooral op de voedings- en bemestingseisen van de zeegroenten.

Commerciële teelt vereist een uniform gewas. De nodige veredeling van wild zaad, dat vorig jaar september is verzameld op de Zeeuwse slikken, gebeurt in Gent. Huiskes: ""Doel is om planten van dezelfde grootte te ontwikkelen, zodat je ze eenvoudig mechanisch kunt oogsten. Wat zeeaster en zeekool betreft wordt gestreefd naar een plant met weinig stengel en veel malse bladeren zonder harde nerven. In Brussel wordt gezocht naar rassen die veel zaad produceren en goed kiemen. Tevens wordt de mogelijkheid van vegetatieve vermeerdering bekeken, dus via stekken. De meeste schorgroenten zijn namelijk meerjarige planten waarvan de wortelstok uitloopt en in het voorjaar nieuwe scheuten vormt. Zeeaster en zeekool kunnen zelfs twaalf tot vijftien jaar produktief blijven.''

Volgens Huiskes is de teelt van schorgroenten uiterst milieuvriendelijk. Bestrijdingsmiddelen zijn niet nodig. Onkruid is niet bestand tegen bevloeiing met zout water en plaaginsekten die van nature voorkomen op de zoutminnende planten blijven tot nu toe achter de dijk. ''Enige waar we mogelijk last mee krijgen is Botrytis. Deze schimmel vreet aan de stengelbasis, waardoor de plant rot en uiteindelijk omvalt. Toch proberen we ook hier niet tegen te spuiten. Brusselse parasitologen denken een aaltje te kunnen vinden dat onschadelijk is voor de plant maar fataal voor de schimmel. Een andere optie is de plant resistent maken voor deze schimmel.''

Indirect heeft de binnendijkse teelt eveneens een gunstig effect op het milieu; het ontlast de waardevolle schorren die nog resten. Als gevolg van de Deltawerken is het Zeeuwse schorgebied met zijn specifieke begroeiing flink geslonken. Eertijds ondergelopen slikken zijn drooggevallen en andere stukken hebben hun zoute karakter verloren toen zij achter dammen terechtkwamen. Tussen 1982 en nu is het slikareaal gehalveerd tot 4000 ha, waarvan 3000 ha in het Verdronken Land van Saeftinghe.

Daar komt bij dat sinds 1990 de Oosterschelde een beschermd natuurgebied is. Er is een vergunning nodig van het Zeeuwse Consulentschap Natuur, Bos, Landschap en Fauna om de schorren te betreden. De 350 vergunninghouders mogen wekelijks maximaal 2,5 kilo zeegroente snijden voor eigen gebruik. Maar het weghalen van extra kilo's voor de tussenhandel levert sommigen een aardige bijverdienste. Controle door de waterpolitie is vrijwel onmogelijk in een immens gebied dat strekt van de Volkeraksluizen tot Vrouwenpolder op Walcheren. Huiskes: ""Commerciële teelt kan zorgen voor regelmatige aanvoer op de veiling tussen april en september. Hierdoor worden beroepssnijders overbodig en zullen de kwetsbare schorvegetaties verder met rust worden gelaten.''