Rivierdijken

In W&O van 15 april wordt in het artikel Hogere dijk? Lagere Rijn!' niemand minder dan Multatuli aangehaald die waarschuwde voor het doorgaan met dijkverhogingen (nog ruimer: het nadeelige van rivierdyken'). Zijn Idee 1050 d' dienaangaande, alsmede de reactie van zijn technisch meer onderlegde vriend S.E.W. Roorda van Eijsinga van 1877 (Idee 1050 e'), laten zich nog goed lezen (zie deel VI van Multatuli's Volledige werken', bezorgd door G. Stuiveling, 1952).

Beide stukken deden me denken aan het eerste deel van Bilderdijks Geschiedenis des vaderlands' (uitgegeven door H.W. Tijdeman, 1832), waarin deze geleerde veelschrijver, na Drusus en Corbulo te hebben opgevoerd wier beide bekende waterbouwkundige ondernemingen het eerst tot ""het verderf van een groot gedeelte des lands'' zouden hebben geleid, uitgeroepen heeft: ""Gelukkig Holland, zoo men nooit gegraven en zelfs nooit gedijkt had!''