Quazar musiceert niet alleen in studio, ook op podium; Housemuziek genspireerd op doorleefde gospelzang

Muzikant en popjournalist bij de Volkskrant Gert van Veen wordt wel "de house-paus' genoemd. Onlangs verscheen het tweede album Here & Now van zijn groep Quazar, die zich van andere house-acts onderscheidt doordat er bij optredens echt wordt gemusiceerd. “Een beetje bliepen, dat vinden we leuk.”

Quazar treedt op in Bolwerk, Sneek (29/4), Bibelot, Dordrecht (30/4), Atak, Enschede (1/5), LVC, Leiden (6/5), Fenix, Sittard (7/5), Tivoli, Utrecht (8/5), Paradiso, Amsterdam (15/5), Paard, Den Haag (20/5), Nighttown, Rotterdam (21/5), Noorderligt, Tilburg (22/5).

“Het is heerlijk om even te verdwijnen in de rook”, omschrijft Gert van Veen de aantrekkingskracht van een houseparty. “Ik ondekte de muziek in de zomer van 1988 en ik begreep het meteen. Ik ben er in gedoken, ging naar parties en heb met mensen gepraat. Na een paar nachten ontdekte ik de kick van het geheel, dus heb ik daarover geschreven en ben ik het blijven volgen. Kon ik het helpen, dat andere popjournalisten er minder enthousiast op reageerden?”

De twijfelachtige titel "house-paus' kan hem gestolen worden. Van meet af aan berichtte hij enthousiast over de parties, de deejays en de veelal obscure twelve-inch platen die het jonge muziekgenre house, elektronische dansmuziek met een stuwend ritme, gestalte gaven. Volgens sommigen ging Van Veen te ver, toen hij in 1991 een paginagroot artikel publiceerde over de gezamenlijke tournee die zijn groep Quazar ondernam met Surkus en de kort tevoren tot de dansmuziek bekeerde punkgroep Eton Crop. “Collega's hebben er kennelijk moeite mee, dat ik zelf muziek maak. Maar ik was al muzikant voor ik met schrijven begon.”

Van Veen studeerde muziekwetenschappen en speelde als toetsenman bij de groepen Secret Sounds en X-Factor, “tot ik er gek van werd hoe er aan zo'n groep werd geduwd om commercieel te worden. Bij wijze van noodsprong ben ik toen maar over muziek gaan schrijven. Pas toen de house zich aandiende, beantwoordde dat aan de dingen die ik altijd al met muziek heb willen doen.” Na plaatprojecten onder steeds wisselende namen als Mecca en House of Venus, koos hij met Quazar voor een vaste groep die daadwerkelijk de podia op zou kunnen. Met medemuzikant Eric Cycle en zangeres Farida Merville schept Gert van Veen onder de artiestennaam MG een scherp contrast tussen spaarzame elektronische housemuziek en warme, bezielende zang. Danseres Sophia en het Zodiac Sound System vervolmaken de avondvullende show, die doorgaans heel wat later begint en eindigt dan een doorsnee rockconcert.

“Dit is ons schetsboek”, wijzen de muzikanten op de enorme batterij apparaten en toetsenborden in hun Amsterdamse huiskamerstudio. Bijna alles gaat mee naar de optredens, want Quazar schept er eer in dat alle muziek live op het podium wordt gespeeld of gegenereerd, via samplers en sequencers. Met alle problemen van dien. “Wij behoren tot de weinige house-acts die echt muziek maken op het podium. Dit soort apparatuur is er eigenlijk niet voor gemaakt om blootgesteld te worden aan de extreme omstandigheden die we tegenkomen. Laatst speelden we voor vijfduizend man in een veilinghal in Alkmaar, waar het zo vochtig en heet werd dat er drie apparaten uitvielen. Er was een sampler dolgedraaid en alleen de drumbeat bleef over. Gelukkig reageert Farida goed op dat soort moeilijke situaties. Ze begon gewoon te zingen, alsof er niets aan de hand was.”

De doorleefde zang in de zogenaamde garage of deep house van Quazar stamt volgens Gert van Veen uit de Amerikaanse gospeltraditie. “Bij een optreden draait het om de tegenstelling tussen een instrumentale groove en dat soort warme vocalen. Wij zijn met name benvloed door vroege house uit Chicago en techno uit Detroit, gemaakt door zwarte muzikanten die op hun beurt naar Kraftwerk hadden geluisterd. In Europa wordt ten onrechte een onderscheid gemaakt tussen soul en elektronische muziek. Die twee sluiten elkaar niet uit, want soul zit hem in het gevoel dat je de muziek stopt. Soms gaan we ook heel kinderlijk te werk. Lekker bliepen, dat vinden we leuk.”

In het ideale geval, vindt hij, schept een houseparty een sfeer van saamhorigheid. Onder ingewijden heerst er een zekere weemoed naar de begintijd, toen alles nog draaide om love, peace en openheid. “Het gebruik van XTC speelde daar een rol in, maar het was zeker niet de motor van de scene. In zekere zin was het vergelijkbaar met de hippietijd. Toen had je LSD, en ging het er ook heel vriendelijk aan toe. Nadat er sensatieverhalen over house in de media verschenen, kreeg je een heleboel pottekijkers.

“House heeft een zware aanslag overleefd,” constateert Van Veen. “Mensen die merkten dat er geld aan kon worden verdiend, hebben er veel aan verpest. Het werd een massagebeuren en en de voetbalsupporters ontdekten het. Hun zogenaamde gabberhouse is een apart soort muziek geworden. In een jaar tijd is het ritme opgeschroefd van 130 tot 180 beats per minute. Dat is zo gigantisch snel, dat je het niet meer kunt mixen met andere houseplaten. Ik vergelijk het met de rockmuziek van eind jaren zestig, waar zich op een gegeven moment de hardrock uit ontwikkelde. Gabbers ontmoeten elkaar in een sporthal, met vijf- tot tienduizend man tegelijk. Dat publiek bestaat voor 90 procent uit jongens, net als bij heavy metal. Het is een nieuwe subcultuur geworden, die niets meer te maken heeft met de underground waar wij deel van uitmaken.”