Omstreden gast in Holocaust Museum

WASHINGTON, 23 APRIL. De opening vandaag van het National Holocaust Museum in Washington heeft binnen de joodse gemeenschap niet alleen discussie maar ook een incident veroorzaakt. Volgens joodse leiders wordt de ceremonie met dertien staatshoofden, onder wie president Clinton, bezoedeld door de aanwezigheid van de Kroatische president Franjo Tudjman, in 1988 auteur van een antisemitisch geschrift.

“Het is een schande dat deze man hier aanwezig is. Zijn uitlatingen over de holocaust hebben degenen die het bestaan ervan ontkennen, geholpen”, aldus Elie Wiesel, winnaar van de Nobelprijs voor de vrede en een van de sprekers bij de opening. Een directeur van het Simon Wiesenthal Centre in Los Angeles noemde Tudjmans aanwezigheid een “wandaad” die “nooit had mogen worden toegestaan”.

Terwijl Kroaten zich de afgelopen dagen weer in de strijd tegen de moslims in Bosnië hebben gestort, is de openingsceremonie voor Tudjman een schoonwassing in vele betekenissen. In zijn boek "De wildernis van de realiteit der geschiedenis' schrijft hij over de “speciale kenmerken” van de joodse godsdienst en mentaliteit, die aanvallen zouden uitlokken. Bovendien zouden de joden volgens hem het aantal van zes miljoen slachtoffers van de Holocaust hebben overdreven. Zijn uitspraken moesten het nationalisme van Kroatië versterken, dat zich in de Tweede Wereldoorlog bij de nazi's aansloot. Nu Tudjman als president de Amerikanen hard nodig heeft, heeft hij bezorgde Congresleden haastig kond gedaan van zijn afschuw van de holocaust.

Het museum doet van binnen door de zware, vaak ongeschilderde bouwmaterialen, grijze stalen straatlampen en vierkante deuropeningen denken aan de concentratiekampen. Langs foto's en films daalt de kijker steeds verder af in een hel: een nauwe veewagon met nog sporen en splinters van angstig krabbende vingers van honderden mensen, een ruimte vol verzamelde haren, een ander vol schoenen en beelden van de bulldozers en de lijken.

De Duitse regering wilde subsidie aan het 168 miljoen dollar kostende museum geven voor een ruimte die informatie zou bieden over het naoorlogse Duitsland. Na een afwijzing van hun aanbod kropen de geschrokken Duitse functionarissen snel weer in hun schulp. Bondskanselier Helmut Kohl heeft het museum vorige maand bezocht, maar vindt het niet gepast om naar de opening te komen.

Zijn het pogingen van Tudjman en Duitsland tot zelfzuivering, vragen sommige joodse intellectuelen zich af bij de herdenking van de concentratiekampen. Waarom een holocaustmuseum op de Washingtonse Mall, terwijl het niet tot de Amerikaanse maar tot de Europese geschiedenis behoort?

Pag.4: Museum toont "bomkrater' in geschiedenis

Het museum lijkt nieuwe binnenhuisarchitectuur voor een zwarte bomkrater in de geschiedenis, waarbij presidenten, senatoren en dominees verzetsleuzen uitspreken. “Het is omdat de Shoah getemd is”, schreef Melvin Jules Bukiet in The Washington Post. “Het is geen joodse tragedie die wordt herdacht op de Mall deze week: het is joodse macht waar eer aan wordt bewezen.”

Jonathan Rosen van het joodse weekblad The Forward trekt de tegenovergestelde conclusie: “,Het idee om een heiligdom voor het joodse slachtofferschap in het centrum van Washington te bouwen is ongepast. De christelijke cultuur heeft aan joden honderden jaar geleden al de rol toegekend van lijdende getuigen. Moeten joden zich nu vrijwillig opofferen om die rol weer eens te spelen?” Anderzijds ontleent hij er “grimmige voldoening” aan “dat het verhaal over wat aan mijn grootouders overkwam een permanent onderdeel is geworden van de Amerikaanse cultuur”.

Overal in Amerika worden holocaustmusea opgericht. Er zijn er nu al zo'n 75. Volgens rabbi Arthur Hertzberg, hoogleraar godgeleerdheid aan Dartmouth college, hangt het samen met het verlies van de joodse identiteit. “Het is een droevig feit dat Israel, joodse opvoeding en alle bekende trefwoorden de joden niet meer bij elkaar brengen”, zei laatst een grote donor voor het Simon Wiesenthal centrum in Los Angeles. “Maar de holocaust werkt altijd weer.”

Het land voor het National Holocaust Museum is geschonken door de federale regering. Het museum is met donaties gefinancierd. President Carter richtte de United States Holocaust Memorial Council in 1979 op en stelde Elie Wiesel aan het hoofd.

Volgens Bukiet is het museum een “absolutie achteraf” voor de Amerikaanse weigering om in de oorlog de spoorlijnen voor de jodentransporten te bombarderen omdat het geen strategische prioriteit had. Maar dat is toch wel een zeer zijdelingse betrokkenheid. Het is misschien juist door de grote afstand dat er in Amerika een nationaal museum over de holocaust tot stand kon komen. Er staat op de Washingtonse Mall geen museum over de Amerikaanse slavernij of rassensegregatie vroeger.

Voor wie de constructie van staal, beton en baksteen van het holocaustmuseum betreedt, vallen dergelijke overwegingen vooraf weg. Het lijkt een aparte planeet, museum en gedenkteken, geschiedenis en herinnering tegelijk. In de Hall of Witness, met glazen overkapping, begint de reis die het beeld van de concentratiekampen oproept. De architect James Freed heeft ze bezocht om inspiratie op te doen. Freed was in 1939 met zijn ouders net op tijd uit Essen aan de nazi's ontvlucht.

De bezoeker wordt in een grote, sombere lift naar boven gebracht. Van daaruit cirkelt hij in een donkere gang met expositiemateriaal, films en foto's weer naar beneden. Het begint met het joodse leven voor de tijd van de nazi's. Dan de komst van Hitler, de boekverbrandingen, rassentheorieën en schedelmetingen. Een nauwe veewagon heeft nog sporen en splinters van angstig krabbende vingers van de honderd mensen tegelijk. Verder een barak uit Auschwitz. Een ruimte vol verzamelde haren, een ander vol schoenen en de beelden van de bulldozers en de lijken.

De gruwelijkste beelden zijn alleen boven een muurtje te zien, zodat het kinderen bespaard blijft. Er zijn twee torenhoge ruimten met onschuldige kiekjes van joodse inwoners van het Poolse dorpje Ejszyszki. Een familiebijeenkomst, een fietstochtje, een picknick, waarbij de toeschouwer het einde van alle personen kent.

Op een witte muur staan lijsten van mensen die joden hebben gered met hier en daar een fotootje met een beschrijving. De Nederlandse en Poolse lijsten domineren omdat ze verreweg de langste zijn. Misschien niet omdat daar de meeste verzetsstrijders zaten maar omdat de Israelische organisaie Yad Vashem daar het verst is met de registratie. De donkere gang met versmallingen wordt vaak opgelicht door grijs videoschijnsel van filmopnamen van Duitse soldaten en van de bevrijders.

De stijl van het National Museum is aanzienlijk ingetogener, voor zover dat bij het herdenken van de zes miljoen moorden mogelijk is, en daardoor indrukwekkender dan het meer propagerende Beit Hashoah museum of tolerance in Los Angeles. Daar is een poging gedaan om de holocaust op Amerikaans utilitaristische wijze ergens toe te laten dienen, namelijk het met wortel en tak uitbannen van racisme. Het begint met videospelletjes waar de mate van vooroordeel van de bezoeker wordt getest. Op een videofilm fluisteren mensen over wie er nu in de buurt is komen wonen. Er worden aan de toeschouwer vragen gesteld over de zaak van de zwarte automobilist Rodney King. Er is een kort filmverslag met massale slachtingen van Armenen en Cambodjanen.

Verderop een korte geschiedenis van Amerika, met de wapenfeiten, de opwellingen van racisme en de groei van de burgerrechtenbeweging. Pas dan komt het relaas van de holocaust. Er is een vrolijk caféterras in het vooroorlogse Berlijn, waar zowel een joodse vrouw met en Amerikaanse vriendin, een Duitse uitgever en de arts Mengele praten over wat de opkomende nazi's hen bieden zullen. Zo zijn er meer bordkartonnen replica's van een concentratiekamp en de Wannsee-conferentie over de organisatie van de Endlösung. Net zoals in het National Museum is er een kaartje met streepjeskode, waarop een joods slachtoffer staat afgebeeld met geboortedatum. Aan het eind moet de toeschouwer het kaartje in een apparaat met een streepjescode steken en dan komt op een velletje uitgetikt hoe het met het slachtoffer is afgelopen.

Het Washingtonse gebouw staat op veel meer zichzelf, zoals de holocaust. Aan het eind is een zeshoekige lichte Hall of Rememberence, waar de bezoeker zijn indrukken kan overdenken.