Nedlloyd heeft weinig ruimte voor nieuwe saneringsplannen

ROTTERDAM, 22 APRIL. Hoe groot is de speelruimte van Nedlloyd het komende jaar? Een concreet antwoord op deze priemende vraag strandt vooralsnog in koffiedik-kijken. Maar bij het gisteren gepresenteerde verlies over 1992 van ruim 58 miljoen gulden werd wel één ding duidelijk: als Nedlloyd de komende tijd niet heel diep snijdt, niet heel snel flinke winst haalt uit zijn kernactiviteiten containerlijnvaart en Europees wegtransport, dan wordt de al erg krappe speelruimte nog krapper en haalt het concern het eind van deze eeuw niet op eigen benen.

Bestuursvoorzitter H. Rootliep lichtte gisteren in het Schiphol Hilton hotel voor de laatste keer in zijn loopbaan de jaarcijfers van het Rotterdamse transportconcern toe. Het deed hem zichtbaar weinig plezier het concern met een verlies van ruim 58 miljoen gulden over te dragen aan zijn opvolger L. Berndsen. Het is straks aan deze oud-verzekeraar om te zorgen voor voldoende speelruimte voor Nedlloyd, voor het wegsnijden van overtollig vet, voor wereldwijde kostenbesparingen en dus voor winstherstel. Gisteren mocht Berndsen zijn debuut voor de pers maken door de vooruitzichten voor 1993 te schetsen. Een voorzichtig gepresenteerde sanering en een ambitieuze rendementseis waren zijn eerste daden.

Berndsen heeft de directeuren van Nedlloyd laten weten dat dit jaar in elke divisie een rendement van tien procent op het geinvesteerde vermogen gehaald moet worden. Overigens geen nieuws, want Rootliep heeft al een aantal malen dergelijke dingen geroepen. Verder wil de nieuwe Nedlloyd-topman over twee jaar een jaarlijkse kostenbesparing van 250 miljoen bewerkstelligen. Daartoe zullen onder meer de komende twee jaar 2.000 mensen verdwijnen. Daarvan zijn er overigens al 600 weg in verband met het wegvallen van de afhandelingsdiensten voor het EG-grensverkeer.

Maar uitvoering van deze saneringsplannen vormt nog geen garantie voor een grotere speelruimte voor Nedlloyd en Berndsen. Het is zeer de vraag waar alle snijwerk op zoek naar meer efficiëncy moet plaatshebben. Immers, Nedlloyd is een zeer kapitaal- en arbeidsintensief bedrijf met veel vaste kosten. De voorgestelde banenreductie is fors, circa tien procent van het totaal aantal vaste medewerkers verdwijnt op die manier. Erg veel meer besparing is op dit vlak moeilijk.

Nedlloyd vermindert daarnaast nu al de vaste kosten door bepaalde activiteiten uit te besteden. Meer inhuren en minder in eigen beheer, is hier het devies. Daarnaast zoekt het concern samenwerking met derden om zo de kosten over meer partijen te verdelen. Als kostenbesparing leidt tot onvoldoende rendementsherstel is er nog één reddingsboei: de verkoop van de twee nog resterende niet-kernactiviteten die het concern kwijt kan - en die ook nog veel geld opleveren. Dat zijn de belangen in luchtvaartmaatschappij Martinair (49 procent) en de volle dochter Neddrill (olie- en gasboringen).

Aan de verkoop van deze twee kleeft een groot nadeel: Nedlloyd steunt voor zijn resultaat onevenredig zwaar op zowel Martinair als Neddrill. Deze twee activiteiten valt bij Nedlloyd in de afrekening over 1992 onder "diverse activiteiten' (Neddrill) en onder "resultaat minderheidsdeelnemingen' (Martinair). Het afgelopen jaar bedroeg het bedrijfsresultaat van de diverse activiteiten 44,1 miljoen gulden positief, een stijging van bijna vijf procent ten opzichte van 1991. Het resultaat minderheidsdeelnemingen bedroeg 62 miljoen gulden, vrijwel geheel bestaand uit de winstbijdrage van Martinair. Samen dus ruim 106 miljoen gulden.

Het bedrijfsresultaat van de twee kernactiviteiten steekt hiertegen schril af. Bij het Europese landtransport en distributie was weliswaar een positieve ommekeer waar te nemen, het uiteindelijk bedrijfsresultaat bedroeg niet meer dan 19,5 miljoen gulden (inclusief een boekwinst van 15,5 miljoen). Bij zeescheepvaart was de malaise in de containerlijnvaart (overcapaciteit, inzakken van de wereldhandel en tarievenslag) zeer voelbaar. Het bedrijfsresultaat van deze tweede kernactiviteit liep het afgelopen jaar terug van 58,4 miljoen in 1991 tot 8,6 miljoen gulden in 1992.

Verder desinvesteren mag dan volgens Berndsen pure noodzaak zijn, het brengt een ander doel in het gedrang: het streven naar robuuste winst. De winst uit de kernactiviteiten moet omhoog, omdat de speelruimte van Nedlloyd anders steeds krapper wordt. Zolang het concern geen winst maakt, wordt het steeds moeilijker financiers (banken, beleggers) bereid te blijven vinden geld te lenen. Weinig winst betekent ook dat alles opgaat aan aflossingen en er geen ruimte is voor dividend. De verwachtingen voor de belangrijkste markten waarop Nedlloyd actief is, zijn voorlopig nog erg somber. In het eerste kwartaal van dit jaar werd wederom verlies geleden, zei Berndsen gisteren. “Maar de maand maart heeft een opvallend beter beeld laten zien”, voegde hij er optimistisch aan toe.

Het verlies dat gisteren werd gepresenteerd, viel de meesten in omvang uiteindelijk nog wel mee. Analisten hadden rekening gehouden met een grote voorziening zodat Berndsen met schone lei aan zijn karwei zou kunnen beginnen. Maar die voorziening bleef uit. Voorlopig althans. Weggemoffeld in het uitvoerige persbericht werd wel melding gemaakt van "mogelijke eenmalige reorganisatiekosten' in de komende twee jaar. Maar mocht Berndsen in de nabije toekomst overwegen zo'n voorziening te treffen, dan zit hij met dat steeds terugkerende probleem: hij heeft er niet of nauwelijks de ruimte voor.