Mozart tussen de bloesems

Het Betuwse landgoed de Mariënwaard, ieder voorjaar overspoeld door toeristen die zich verlustigen aan de mooie bloesems, wordt in juni autovrij. Tussen de witroze overdaad zoemen dan alleen nog de insekten. Althans, als het aan de gemeente Geldermalsen ligt.

- De Rode Kruis Bloesemtocht, die op 1 mei plaatsvindt, voert langs het Appeldijkje. Op die dag zal de Genie van de Koninklijke Landmacht op drie plaatsen in de Linge pontonbruggen leggen. Een tijdelijk veer bij Enspijk zorgt voor een vierde oversteek.

- Het uitgezette parcours gaat dwars door boomgaarden en langs dijken en paden die anders niet voor het publiek toegankelijk zijn. De tocht van veertig kilometer gaat door Geldermalsen, Deil, Tricht, Mariënwaard, Enspijk, Rumpt, Beesd, Acquoy, en Rhenoy. De 8, 15 en 25 kilometerparcoursen zijn hiervan afgeleid. Starttijden tussen 7u30 en 14u.

- Startterrein: fruitveiling (naast station NS Geldermalsen). Inl 070-3141460.

In zo'n ouderwetse boomgaard, waar wolken bloesem nog boven je hoofd zweven, heerst een merkwaardige stilte. Afgezien van het niet aflatende gezoem van insecten, is het net of die witte en witroze overdaad geluiden dempt, een beetje zoals sneeuw doet. Helaas zijn dergelijke boomgaarden inmiddels bijna allemaal verdwenen; appels en peren groeien al jaren aan miniatuurboompjes waar de gemiddelde mens met zijn oren ver boven uitsteekt.

Op enkele plaatsen in de Betuwe staan echter nog oude, hoge fruitbomen. Langs de Linge bijvoorbeeld, de langste rivier van Nederland die honderden kilometers door sappige weiden en vette Betuwse klei meandert. Ware bloesemtrekpleister is het Appeldijkje van Mariënwaard, een landgoed tussen Beesd en Tricht. De appelbomen, hoog op stam, maar op zo'n manier gesnoeid dat de takken in de breedte groeien, vormen aan weerszijden van de dijk een bedwelmende haag van bloesem.

Wie ooit de film "De Witte Waan' van Adriaan Ditvoorst zag, hoort al wandelend tonen uit het 21ste pianoconcert van Mozart. De aan herone verslaafde hoofdrolspeler ziet in zijn hallucinaties appelbloesemtakken oplichten in de zon. Dit terugkerend beeld wordt steeds begeleid door de melancholieke klanken van het adagio.

Luidruchtig gromt een langsrazende Yamaha 750 cc om de even wegdromende wandelaar ervan te doordringen dat verkeerslawaai het vogelgezang en insektengezoem bijna voortdurend overstemt. In deze tijd van het jaar, als de fruitbomen in bloei staan, kreunt de smalle Lingedijk hier onder het gewicht van duizenden auto's. De ANWB - die haar eigen bewegwijzering afplakt om filevorming op de dijken te voorkomen - telde op hoogtijdagen ruim achtduizend voertuigen: auto's, motoren, en honderden touringcars. Vorig jaar reed er een de dijk af toen hij een tegenligger wilde passeren: De passagiers kwamen met de schrik vrij, maar enkele oude appelbomen waren onherstelbaar vernield.

“Zo kon het niet langer,” zegt Robert Croll. Croll en zijn zwager Frans van Verschur wonen in de Mariënwaard. De verkeersoverlast wordt niet alleen veroorzaakt door bloesemtoeristen, maar ook door het sluipverkeer dat de dagelijkse file op de A2 tussen Deil en Vianen wil ontlopen. Toen de familie van Verschuer, eigenaar van "De Hoge Heerlijkheid Mariënwaerdt', voorstelde om de wegen op het landgoed aan het openbaar verkeersnet te onttrekken, had de gemeente Geldermalsen daar wel oren naar. Dat scheelt immers twaalf kilometer op het budget wegenonderhoud. Besloten werd dat tachtig procent van de wegen in Mariënwaard wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, zodra de randvoorzieningen - verbreding en omleiding van wegen om het landgoed - klaar zijn. “Dat zal in mei of juni zijn,” schat een voorzichtige gemeente-ambtenaar.

Tijdens een rondrit over het landgoed wijzen Van Verschuer en Croll op de toekomstige veranderingen in het landschap: van oude, overwoekerde lanen worden fiets- en wandelpaden gemaakt, en in de nieuwe doorgangsroute worden bochten aangelegd, om het verkeer af te remmen. Van Verschuer weidt uit over de geschiedenis van de Mariënwaard. “In de twaalfde eeuw stond hier een bloeiend kloostercomplex dat zo groot was als het ommuurde deel van Buren, dat enkele kilometers stroomopwaarts met zijn stadswallen in een bocht van de Linge staat.” In 1566 verwoestten beeldenstormers het klooster en joegen de Norbertijnermonniken op de vlucht. Omdat een groot deel van het landgoed, namelijk zeshonderd van de negenhonderd hectaren, gedurende negen maanden van het jaar onder water stond (nog steeds spreken de bewoners van de "natte' en de "droge' Marienwaard) was niemand bereid de gevraagde prijs voor het gebied te betalen. Uiteindelijk kocht de graaf van Bylandt het landgoed en bouwde op de fundamenten van het oude klooster (in 1780) het huidige landhuis Mariënwaerdt. Door vererving in rechte lijn is de Mariënwaard nu eigendom van de familie van Verschuer.

Daarmee lijkt het landgoed weer in zorgzame handen terecht te zijn gekomen: “Mariënwaerdt is tweehonderd jaar in stand gehouden, we willen dat nog minstens tweehonderd jaar zo houden,” zegt Van Verschuer vastbesloten. Van het middeleeuwse klooster is niets meer over, maar de historisch genteresseerde hoeft voor een aandenken uit die tijd niet al te diep te graven. Het grasveld rechts van het statige huis bijvoorbeeld, ligt beduidend hoger en golft onregelmatig: “Brokstukken van de oude abdijkerk,” zegt Croll. Zijn vrouw, een Verschuerdochter, vond vroeger bij het spelen in de tuin bij het landhuis vaak mensenbotten: knekeltjes van de oude kloosterbegraafplaats. En bij de restauratie van een van de twaalf boerderijen op het landgoed, bleek een stoeptegel de omgekeerde grafsteen van Petrus van Zuren, de voorlaatste abt van het klooster, te zijn. De gave steen ligt nu in de witgepleisterde kelder van een van de boerderijen. Vanaf het Appeldijkje wijst Croll op een flauwe heuvel in het weiland; “de galgewaard, waar vroeger de ter dood veroordeelden werden opgehangen.” Terwijl hij dit zegt, passeert een ronkende dieselwagen. Voor de huidige bloeiperiode komen de autovrij-plannen te laat, maar voor volgend jaar is de strijd tussen bloesemgeur en uitlaatgassen al beslecht. Loom verzonken in zijn bedding glinstert de Linge in de avondzon.