Loopgravenoorlog na voorstel reorganisatie departementen

DEN HAAG, 22 APRIL. Zonder veel tamtam stuurde PvdA-minister Dales (binnenlandse zaken) dinsdag de lang verwachte notitie van de Haagse topambtenaren over de reorganisatie van de rijksoverheid naar de Tweede Kamer. Veertigduizend rijksambtenaren zullen binnen vijf jaar moeten worden weggeschoven naar gemeenten, provincies of verzelfstandigde instellingen. Maar de notitie gaat eigenlijk al over de vormgeving van het volgende kabinet. En daarover lopen de meningen zeer uiteen.

Tot en met pagina 53 wordt de voorstudie van secretaris-generaal L. Geelhoed van economische zaken integraal door zijn collega's van de andere departementen overgenomen. De topambtenaar schetst een academische analyse van organisatie en werkwijze van de overheid in een snel veranderende wereld. Het bestuur in Nederland is onvoldoende toegesneden op de grote maatschappelijke vraagstukken en op de ontwikkelingen in Europa, meent Geelhoed. “De gedachte dat ieder onderdeel van de rijksoverheid moet beschikken over zijn eigen "wijzen', zijn eigen wetgevingsafdelingen, eigen loketten en lokettisten en zijn eigen veldwachters, verraadt vooral de gezichtsveldverenging die aan hyperverkokerde organisaties eigen is.” De twaalf collega's zijn het tot zover met Geelhoed eens.

Maar het venijn zit in de staart van Geelhoeds notitie; daar waar hij komt met suggesties voor oplossingen. De topambtenaar pleit voor een nieuwe indeling van de ministeries als onderdeel van de bestuurlijke vernieuwing. Geelhoed: “Indien op grond van ambtelijke ervaringen en inzichten wijzigingen in de huidige indeling gewenst zouden zijn, is het niet verstandig daaromtrent te zwijgen”. De voorspelbare reactie binnen het college van secretarissen-generaal liet niet lang op zich wachten. Geruime tijd had men eendrachtig gewerkt aan een analyse van “kerntaken van de overheid”, maar nu werd dit vredige departementale landschap razendsnel doorsneden met loopgraven en hier en daar wat schuttersputjes. Geelhoed ligt tezamen met zijn collega's Van Dinter (justitie), Hoekstra (algemene zaken) en waarschijnlijk Den Dunnen (VROM) tegenover Van Aertsen (binnenlandse zaken) en de andere collega's. Enig partijpolitiek patroon tussen de partijen valt niet te ontdekken; veeleer staan departementale “bedrijfsbelangen” rechtstreeks tegenover elkaar. Al met al is het naar de Tweede Kamer gezonden stuk sterk verwaterd vergeleken met de oorspronkelijke notitie van Geelhoed. Diens ideeën over departementale herindeling worden slechts als "aandachtspunten" in de notitie vermeld.

De topambtenaar van economische zaken vindt het onderscheid tussen Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking “gekunsteld”. Economische Zaken zou zich meer moeten bemoeien met marktsectorten, die nu onder andere departementen vallen. Zo gaat Verkeer en Waterstaat bijvoorbeeld over het goederenvervoer. Infrastructuur en ruimtelijke ordening zou onder een nieuw departement "omgevingsministerie' kunnen vallen. De milieu-afdeling van Vrom zou daar ook onder kunnen vallen. Volksgezondheid zou bij Sociale Zaken kunnen worden ondergebracht.

In de notitie schrijven de SG's vroom dat nu de “de beurt aan het kabinet is en in algemene zin aan de politiek om zich een oordeel te vormen”. Maar de scheidslijnen die de topambtenaren verdeeld houden lopen rechtstreeks door in kabinet. Daar staan Lubbers, Hirsch Ballin, (na enig aarzelen) Kok, Andriessen en Alders tegenover minister Dales en de overige bewindslieden. Wellicht is de voorstelling van twee kampen binnen het kabinet een te ordelijke voorstelling van zaken. Een betrokken ambtenaar beschrijft de discussies veeleer in termen van een “kakelend kippenhok waar iedereen een eigen kant op loopt”.

De consternatie na het ferme stuk van Geelhoed is al met al niet verrassend. De reacties vloeien voort uit de mogelijke consequenties van zijn voorstellen. Het draait niet alleen om minder ambtenaren of herinrichten van departementen: Geelhoed neemt heel bestuurlijk Nederland op de schop. Minder departementen betekent minder ministers: dat heeft grote gevolgen voor verdeling van politieke macht na de volgende verkiezingen. Afslanking door decentraliseren is gekoppeld aan een nieuwe bestuurlijke indeling van Nederland. Alle grote operaties die al gaande zijn, zoals Grote Efficiency, Decentralisatie Impuls en Bestuur op Niveau, worden onverhoeds aan elkaar gekoppeld zodat niemand zijn bestuurlijke leven meer zeker is. Dus gebeurt wat Dales in gesprek met NRC Handelsblad voorspelde: men heeft de verdedigingsmechanismen van de betrokken organisaties gemobiliseerd. Voor werkelijke doorbraken blijft het wachten op de bestuurlijke windstilte van de komende kabinetsformatie.