Japan is in verwarring over de yen; Voor het eerst klinken verwijten aan het adres van Clinton

TOKIO, 22 APRIL. Tot hoever kan de yen nog stijgen? De Japanse yen is vandaag opnieuw verder gestegen tot 110,20 yen voor één dollar. Analisten krijgen meer bravoure naarmate de stijging voortduurt. Werd vorige week vrijdag nog een koers van 110 yen geopperd, na president Clintons opmerkelijke uitspraak dat de appreciatie van de yen nummer één was in het rijtje Amerikaanse wensen jegens Japan, gisteren werd in Tokio al gezinspeeld op een koers van 100 en vandaag zelfs van 90. Niemand die het weet.

De Japanse autoriteiten doen wanhopige pogingen de snelle stijging van de yen tot stilstand te brengen. Gouverneur Mieno van de centrale bank deed maandag aan tekstexegese en herinterpreteerde de woorden van Clinton tot een neutraal standpunt. De financiële markten waren van diens uitleg noch van de interventies van de centrale bank onder de indruk.

Clintons uitspraak werd opgevat als een "nee' tegen een gezamenlijke interventie door de centrale banken van de zeven belangrijkste industrielanden (G-7). De yen steeg gisteren zelfs even tot onder de 110 yen voor een dollar (als de yen in koers stijgt, wordt een dollar minder yens waard). Niettemin had de Bank van Japan naar verluidt voor één miljard aan dollars gekocht om de koers van de Amerikaanse munt op te krikken.

De Japanse minister van buitenlandse zaken, Kabun Muto, sprak gisteren in het parlement de bankgouverneur tegen en uitte harde woorden aan het adres van de Amerikaanse president. “Als iemand met de hoogste verantwoordelijkheid in een land zulke uitspraken doet, is dat abnormaal en ongebruikelijk”, zei hij. Dat was nog geen twee dagen nadat zijn eigen premier, Kiichi Miyazawa, publiekelijk de Bank van Japan om ingrijpen vroeg om de snelle stijging te stoppen. Verwarring is troef in Tokio. Muto kondigde aan dat Japan de G-7 zal verzoeken om gezamenlijk te interveniëren. Maar diens collega van financiën, Yoshiro Hayashi, hield daarover gisteren zijn mond.

De snelle spurt van de yen houdt Japan stevig in de ban. Het is elke dag voorpaginanieuws en de televisie-journaals openen er vele minutenlang mee. Economische onderzoeksinstituten wedijveren onderling over de gevolgen voor de economie. Voorspellingen dat de economische groei een kwart tot een half procentpunt lager zal uitvallen tuimelen dagelijks over elkaar heen.

De stijging van de yen is de Japanse autoriteiten op zichzelf niet onwelgevallig, de snelle stijging wel. Die heeft volgens hen niets te maken met het groeiende overschot op de handelsbalans, maar alles met pure speculatie tegen de dollar en in de yen. Daarbij spelen drie factoren en rol: het verlies aan tempo bij het Amerikaanse economische herstel, de winst aan tempo bij het Japanse herstel en de kans op nieuwe renteverlaging in Duitsland. Alle drie factoren doen de speculanten kiezen tegen de dollar en de D-mark en voor de Japanse yen.

Hoewel de dure yen de Japanse uitvoer ongunstig en de Japanse invoer gunstig benvloedt, zal het Japanse handelsoverschot met de Verenigde Staten, en ook met de rest van de wereld, voorlopig alleen maar verder toenemen. Dat komt doordat een substantieel deel van de Japanse uitvoer wordt afgerekend in dollars en naarmate de yen stijgt, Japanse exporteurs meer dollars zullen vragen voor hun produkten, zo goed als de invoer in waarde daalt door lagere invoerprijzen. Dat zal de inflatie in de afzetlanden aanwakkeren en de inflatiegevoelige lange rente weer doen stijgen, precies het tegenovergestelde wat Clinton met zijn aanval op het Amerikaanse begrotingstekort beoogt.

Pas later, volgens econometrische schattingen pas over een jaar tot anderhalf jaar, zullen de hogere exportprijzen van invloed zijn op het exportvolume en dat zal de Japanse exporteurs hard treffen. Afnemers zouden dan uitwijken naar alternatieve, goedkopere produkten. Maar bij bepaalde produkten is uitwijken onmogelijk, zoals bijvoorbeeld bij geheugenchips, omdat Japan op dat gebied absoluut wereldleider is. Zo onderhandelt NEC met Amerikaanse computerfabrikanten over een prijsverhoging van vijf tot tien procent voor zijn 4-megabit dynamic access memory chips (DRAM'S), chips die voor de Amerikanen onmisbaar zijn en die ze zelf niet (meer) maken.

Andere Japanse exporteurs zullen versneld hun fabrieken naar andere landen verplaatsen, bij voorkeur naar landen in Zuidoost- en Oost-Azië, zodat het Amerikaanse handelstekort met Japan zich "verplaatst' naar deze landen. Ook Japanse bedrijven met vestigingen in het Westen zullen hun strategie wijzigen. Sharp overweegt om zijn Britse fabriek voor videorecorders, die nu hoofdzakelijk produceert voor het Europese vasteland, als uitvalsbasis te gebruiken voor de export naar Amerika en het Midden-Oosten. Door de daling van het pond tegenver de yen zijn de personeelskosten in deze fabriek nog maar 35 procent van die in Japan. Hitachi zou zijn Britse en Duitse fabrieken voor televisies en halfgeleiders als uitvalsbasis willen gebruiken voor export naar Japan.

Zulke ontwikkelingen zullen de handelsstromen aanzienlijk benvloeden, maar niet op de manier die de Amerikanen wensen. Zo verdubbelde vorig jaar al de export van Japanse auto's uit de VS naar Japan tot 115.000. Nog een cijfer: meer dan de helft (52 procen) van de Amerikaanse auto-export (die naar Canada niet meegerekend) bestond vorig jaar uit Japanse auto's die in Japanse vestigingen in Amerika werden gemaakt. Honda is intussen al de vierde auto-inporteur van Japan. De dure yen zal de globalisering van de Japanse economie verder versnellen. Bankgouverneur Mieno zal dat hebben bedoeld toen hij deze week zei dat de snelle stijging van de yen op de Japanse exportindustrie een “massief effect” zal hebben.

De dure yen maakt de uitvoer naar Japan goedkoper. Daarop speculeert het Westen, de Amerikaanse regering voorop. Maar de vraag is of de Japanse importeurs het prijsvoordeel wel (voldoende) "doorgeven' aan de Japanse consument. Velen betwijfelen het in Japan. De distributiesector is tenslotte een verlengstuk van de Japanse industrie en die zal er nauwlettend op toezien dat groot- en kleinhandel haar (dure) produkten blijft verkopen. Dat de Japanse regering gisteren aankondigde nauwlettend toe te zien of het koersvoordeel inderdaad wel de consument bereikt, doet daaraan niets af.