Ingetogen verhalen over de opstand in het getto van Warschau

Ned.2, Dagboek van de laatste helden, 22.10-23.00u.

De stemmen haperen niet. Er zijn geen tranen. Ingetogen vertellen zes overlevenden van de opstand in het joodse getto in Warschau hun verhaal in de documentaire Dagboek van de laatste helden van Willy Lindwer die de EO vanavond uitzendt. De opstand begon op 19 april 1943 en eindigde bijna een maand later op 16 mei. Die dag heerste een sinistere stilte in het getto dat drie jaar eerder, op 15 november 1940 werd afgesloten van de buitenwereld. Toen bevonden zich 380.000 joden in het getto, hun aantal nam snel toe tot bijna een half miljoen. Aan alles was gebrek. Het leven was doortrokken van angst. Angst voor de overweldiger, voor diens brute kracht. Twee jaar na het afsluiten van het getto begonnen op 22 juli 1942 de deportaties. Dagelijks werden acht tot tienduizend joden weggevoerd naar de vernietigingskampen. De verschillende ondergrondse jeugdbewegingen die zich in het getto bevonden stonden machteloos. Ze besloten tot de oprichting van een joodse verzetsorganisatie. Verzet zonder wapens, althans weinig en zeker in het begin. Wat er aan wapens binnenkwam was afkomstig van de Poolse ondergrondse. Er formeerden zich 22 gevechtsgroepen die ieder 12 à 15 mensen telden. Zij maakten zich op voor wat de beslissende strijd zou worden. Toen de Duitsers in januari 1943 besloten het getto te liquideren bevonden zich daar nog ongeveer 60.000 joden. De eerste krachtmeting tussen het verzet en de Duitsers had plaats toen in die maand de deportaties weer begonnen. Maar anders dan een half jaar eerder klonken nu schoten vanuit de huizen en werden Duitsers getroffen. De deportaties werden stopgezet, althans even. Want dat niets de Duitsers daarvan zou weerhouden beseften de opstandelingen maar al te goed. Maar ze wisten ook dat verzet mogelijk was. Een overlevende vertelt dat hij in de weken tussen januari en april een voorgevoel had dat het ging gebeuren. Op 19 april 1943 was het zover. Duitse auto's reden om de muur van het getto, soldaten namen hun positie in en marcheerden even later binnen. “Ze maakten een vrolijke en zelfverzekerde indruk”, zegt een overlevende. Maar al snel werd vanuit een raam een granaat naar beneden gegooid, klonken schoten en brak de chaos uit. De opstandelingen verschansten zich achter en onder de ramen van de huizen zodat de soldaten hen niet konden raken. Opnieuw werd de aanval op het getto ingezet, nu met tanks en zwaar artillerievuur. Er kwam een nieuwe bevelhebber die kon beschikken over 2000 man van de SS, Wehrmacht en de politie. Een overlevende: “Er kwam een konvooi met munitie en wapens alsof ze een heel leger tegenover zich hadden terwijl we slechts jongens en meisjes waren”. Jongens en meisjes van begin 20. Ze hadden geen weerwoord op de vlammenwerpers die hun belagers in de huizen wierpen. Noch konden ze voorkomen dat degenen die zich hadden schuilgehouden in de bunkers werden ontdekt en afgevoerd. Als schuilpaats restte nog het riool. Op 10 mei 1943 werden daaruit 34 mensen gered. Zes dagen later had de SS de opstand bedwongen.