Het hart van Londen ligt in de buitenwijken

In bijna alle grote steden bestaat buiten het district met de grote, erkende, theaters een circuit van kleine en heel kleine zalen: de "fringe'-theaters. Soms zijn deze theatertjes zó klein dat de acteurs moeten oppassen dat zij niet struikelen over de benen van het publiek op de eerste rij. Het merendeel van de kleine theaters bevindt zich buiten het centrum van de stad, sommige zijn gevestigd in het "officiële' theaterdistrict. J.J. Peereboom bezocht een aantal fringe-theaters in Londen en Parijs.

Hampstead Theatre, Avenue Road NW 3, 71 7229301

Almeida, Almeida Street N 1, 71 3594404

King's Head, 115 Upper Street N 1, 71 2261916

Old Red Lion, Sint John's Street EC 1, 71 8377816

Orange Tree, 1 Clarence Street, Richmond, 81 9403633

Tricycle, 269 Kilburn Highroad, NW 671 3281000

The Pit, Barbican EC 2, 71 6388891

De grote theaters van Londen zijn allemaal hetzelfde. De kleine hebben ieder hun eigen karakter. In sommige van de grote zijn de krullen van het pleisterwerk langs de balkons met meer toewijding geschilderd en klappen de stoelen wat soepeler omlaag dan in andere. Maar of een stuk nu in het ene of in het andere theater wordt gespeeld maakt voor de toeschouwer weinig verschil. Uitzonderingen zijn het National Theatre en het Barbican Theatre van de Royal Shakespeare Company. Gebouwd in de geest van de laatste dertig jaar, met zorg niet alleen voor de speelruimte, maar ook voor de foyers.

Het merendeel van de kleine theaters is in de laatste dertig jaar ingericht. Ze zijn zelden gevestigd in nieuwe gebouwen. Meestal begon het in een bovenkamer, achterzaaltje of opslagruimte waar enkele rijen stoelen werden geplaatst tegenover een klein podium. Als er geld beschikbaar kwam, kon er iets mooiers van worden gemaakt. Sommige van die kale oude zalen zijn onherkenbaar veranderd, maar het zijn kleine theaters van de fringe gebleven: buiten het centrum van de stad gelegen, met prijzen die nog niet de helft bedragen van de theaters in het West End. Zij geven kortlopende series voorstellingen van stukken die voor managers van de grote theaters, met hun zware vaste lasten, te riskant zijn; zij adverteren niet in de nationale bladen, en zij hebben vaak een restaurant, of tenminste een kantine.

Een van de aantrekkelijkste kleine zalen is de Orange Tree in Richmond. Net een jaar oud. Het lijkt wat ver weg, maar het theater ligt vlak bij het station van de ondergrondse, tegenover de pub met restaurant waar het uit voortgekomen is. De speelruimte is omlijst door banken, met een klein balkon erboven. Wie op de voorste rij zit moet af en toe een been intrekken zodat de acteurs er langs kunnen. Iedere trilling van hun oogleden en iedere trekking van hun mondhoeken is waarneembaar.

Op het ogenblik wordt er The Return of the Prodigal van St. John Hankin gespeeld - een scherp formulerende verwaarloosde auteur, die in 1909 zelfmoord pleegde. Het conflict dat hij laat zien, van een ambitieus burgergezin met een zoon die niet wil deugen, lijkt van gisteren, zo dichtbij komt het. In mei presenteert de Orange Tree een stuk van een levende auteur, David Cregan. Tegelijk zijn er voorstellingen van andere stukken in de oorspronkelijke zaal, nu bekend als The Room; en dan is er iets verderop nog het Richmond Theatre, aan de Green.

In de buitenwijken gaat meer theater om dan een flaneur in het West End zou denken. Islington in het noordoosten, minder ver dan Richmond en steedser, heeft drie theaters van naam. De Almeida, waar "onze eigen' Pierre Audi jarenlang het zomerse muziekfestival heeft georganiseerd, is het meest aanzienlijke. Het heeft vaak Howard Barker en incidenteel Pinter gespeeld, en het gaf onlangs de naam van Terence Rattigan nieuwe glans met een produktie van The Deep Blue Sea. Er is een bar waar maaltijden geserveerd worden, en waar het altijd een gedrang is.

Om de hoek, in Upper Street, ligt The King's Head, een pub die een reputatie heeft opgebouwd met maaltijden gevolgd door voorstellingen in een achterzaaltje, waar de toeschouwers aan hun tafel blijven zitten. De laatste tijd laat de Old Red Lion steeds meer van zich spreken, ook een pub met een toneelzaal.

En Hampstead dan, recht naar het noorden van Oxford Circus. Het Hampstead Theatre, bij het ondergrondse station van Swiss Cottage, is het best bekende van alle kleine, met een lange reeks ontdekkingen en bijzondere produkties op zijn naam. Verder naar het noorden, in het oude dorp, zijn nog drie kleine theaters die hun best doen, maar een iets minder vaste hand van programmeren hebben dan het Hampstead Theatre.

Een bezoeker van Londen moet op goed geluk naar de kleine theaters gaan.Tegen de tijd dat een voorstelling bekend is loopt zij alweer af of wordt verplaatst. Hij kan zich het best op een selectie richten: Richmond, de drie van Islington, het ene van Hampstead, en het ene van Kilburn in het noordwesten. Het Tricycle Theatre daar is lang niet zo netjes als Richmond en Hampstead. Het is een populair theater dat nogal wat stukken van zwarte auteurs heeft opgevoerd, en dat nu begint aan een trilogie over een verdeelde familie in Ierland, A Love Song for Ulster van Bill Morrison. Hoe die uitvalt moet afgewacht worden, maar het theater is de reis waard (naar het ondergrondse station Kilburn), en er is altijd iets te eten - zij het niet een diner, maar een hap.

De meeste van de (ongeveer zestig) kleine theaters liggen in de buitenwijken van Londen, maar er zijn er ook enkele in de stad. Zoals bijvoorbeeld het Theatre Upstairs van de Royal Court, de Cottesloe van het National Theatre en The Pit van de Royal Shakespeare Company. In het bijzonder dit laatste is een bezoek waard, behalve voor mensen die er zich beklemd voelen omdat het niet voor niets The Pit heet: ondergronds gelegen op het diepste niveau van het Barbican-complex in de City. Je zit er wat ongemakkelijk, want tamelijk hard, maar dicht om de handeling heen, net als in Richmond. Een van de stukken op het repertoire is op het ogenblik The School of Night van Peter Whelan, over de laatste weken van de toneelschrijver Christopher Marlowe die in 1593 doodgestoken werd in een kroeg aan de Theems. De beslotenheid van het oude Engelse leven wordt door Whelan, en door Richard McCabe in de hoofdrol, even voelbaar gemaakt als in de historische romans van Peter Ackroyd.

Het opsporen van de kleine theaters en van hun programma's, die niet in de dagbladen staan omdat dat te duur voor ze wordt, vereist de aankoop van een van de wekelijkse uitgaansbladen, Time Out of What's On in Londen. Langs de ene weg of de andere, de verkenning is de moeite waard. De toerist komt in de buitenwijken dichter bij het hart van Londen dan onder de lichtjes en de opsmuk van het West End.