Geiseractiviteit blijkt afhankelijk van klimaat

Geothermische verschijnselen, zoals heetwaterbronnen en geisers, hangen gewoonlijk samen met vulkanische activiteit. Dat is bijvoorbeeld fraai te zien op IJsland. Men weet al sinds lang dat zulke verschijnselen zich op één plaats niet constant behoeven te manifesteren, maar ook gedurende lange perioden afwezig kunnen zijn. Dit opkomen en verdwijnen van geothermische activiteit wordt gewoonlijk toegeschreven aan de mate waarin het magma in de aarde tot dicht onder het oppervlak weet door te dringen. Onlangs heeft men echter ontdekt dat ook variaties in het klimaat een rol kunnen spelen.

In het noorden van Kenya vindt geothermische activiteit plaats langs de Centraalafrikaanse Slenk. Op de flanken van enkele vulkanen in dit gebied zijn afzettingen gevonden die er op wijzen dat er vroeger ook op grotere hoogte heetwaterbronnen zijn geweest. De activiteit op die hoogte zou gestopt kunnen zijn na het wegzakken van het onderaardse magma. Toch zijn twee vulkanen in de afgelopen eeuw nog tot uitbarsting gekomen, wat suggereert dat er ook nu nog voldoende warmte moet zijn voor geothermische activiteit.

Een alternatieve verklaring is dat niet de warmte is verdwenen, maar het water. Dit zou vroeger, tijdens een natter klimaat, hoger in de bodem hebben gestaan. Britse en Amerikaanse geologen hebben nu de ouderdom van de geothermische afzettingen op de vulkanen vergeleken met de waterstanden van vroegere meren in dit gebied in de afgelopen 200.000 jaar (zoals afgeleid uit de sporen van kustlijnen). Er blijkt dan een opvallend verband op te treden tussen de perioden van geothermische activiteit op grote hoogte en hoge waterstanden in de vroegere meren (Nature 362, p. 233).

Afzettingen op twee vulkanen blijken samen te hangen met zeer hoge waterniveaus tussen 12.000 en 7000 jaar geleden. Toen, tijdens de afloop van de laatste ijstijd, was het klimaat hier veel natter. Andere afzettingen vertonen een samenhang met het nattere klimaat tussen 35.000 en 25.000 jaar geleden en tussen 120.000 en 145.000 jaar geleden. Dit alles wijst er volgens de onderzoekers op dat er in dit gebied een duidelijk verband bestaat tussen perioden met een natter klimaat en grotere geothermische activiteit. Ook het klimaat zou dus van invloed zijn op zulke activiteit.