Gas op de plank

Plankschaatsen is een prachtige sport. Nu weet ik niet of iemand de vorige zin heeft begrepen, want een schaatsplank heet een skateboard en mijn zoon van vijf kent alleen het werkwoord "skeetborden'. Maar toch, plankschaatsen is leuk en er hoeft niets aan de schaatsplank te veranderen behalve voor wie lui is of motorisch gestoord. Want moeilijk te leren is het wel.

De meest acceptabele verbouwing van de schaatsplank komt op naam van Fiorenzo Novali uit Bergamo. Hij voorzag in 1985 de plank van een beugel die helemaal over de plankschaatser heen loopt. Besturen hoeft dan niet meer met subtiele voetbewegingen. De armen nemen het over. Dat is een achteruitgang, maar we vergeven het de Italiaan. Zijn uitvinding maakt allerlei nieuwe acrobatiek mogelijk, zoals op twee wielen door de bocht, voeten van de plank en koprollen. Bovendien is zijn tekening voor een octrooiaanvraag heel gewaagd.

[FIG 1]

Aan het andere uiteinde van het spectrum vinden we de Belg Frank Francken. Zijn voorstel, uit 1977: een plank met hulpmotor. Gas geven, sturen en remmen doe je met je voeten, zodat "de bedienaar van zulk voertuig een grote behendigheid en een groot evenwichtsgevoel moet bezitten.' Dat zal wel ja. De eerste duizend keer zal de plank met grote snelheid onder zijn eigenaar vandaan knetteren. Maar je moet er niet aan denken dat een paar jongelui er handigheid in krijgen. Gelukkig weet ik zo drie, vier wetten die de invoering van dit soort machines kunnen verhinderen.

Je kunt overal wel een tweetaktmotor op zetten. De Fransman André Cornet kwam, ook al in 1977, op de proppen met iets waarvoor de naam off-the-snow ski's zich opdringt. Het gaat om planken op rupsbanden die de gebruiker aan zijn voeten kan bevestigen. De planken worden aangedreven vanuit een motor die de skieër op zijn rug draagt. Twee stangen doen de overbrenging.

[FIG 2]

Cornet is vrachtwagenmonteur en heeft met zijn uitvinding tot dusver geen succes gehad. Bij gebrek aan tijd en geld heeft hij het idee ook niet ver genoeg kunnen ontwikkelen. "Een prototype had ik wel, en dat ging 5 á 10 km per uur. Het kan natuurlijk harder, als je bijvoorbeeld versnellingen inbouwt. Het is bedoeld als iets tussen brommen en wandelen in. Een snel, licht vervoermiddel voor alle omstandigheden, tot in de bergen toe.'

Erg hard gezocht naar belangstellenden heeft Cornet niet, geeft hij zelf toe. "Daar moet je veel voor kunnen reizen en daar heb ik het geld niet voor.' De bergen kunnen opgelucht ademhalen.

Dan is dit het moment om op te merken dat nota bene een Duitser, Ernst-Leander Hermsdorf uit Berlijn, in 1952 een manier heeft bedacht om schaatsers van een hulpmotor te voorzien. De motor moest een ventilator op de rug van de drager aandrijven, zodat deze vooruit werd geblazen. Onnodig te zeggen dat de voorziening ook toepasbaar was op ski's. Hermsdorf zag verder mogelijkheden om de motor aan te sluiten op rolschaatsen. Daarin heeft hij vele tientallen, zo niet honderden uitvinders aan zijn zijde gevonden.

Bijvoorbeeld William Wenzel uit Alameda, Californië. In 1982 slaagde hij erin octrooi te krijgen op zijn versie van de gemotoriseerde rolschaats. Hij is gepensioneerd, na een leven in de tapijtenbusiness. Voor die bedrijfstak had hij al de nodige uitvindingen gedaan, waaronder een tapijtmes.

"Die rolschaats, ja, dat wilde ik altijd al doen. Ik ben altijd genteresseerd geweest in motorized things, niet in roem of geld. Zo'n idee zit in je achterhoofd, het zit je dwars, en ik wilde wel eens zien of ik het kon. Ik ben er een jaar of drie mee bezig geweest.'

[FIG 3]

Wenzel nam een tweetaktmotor van een kettingzaag en verbond die via een flexibele kabel met één as van één rolschaats. "Die rolschaats moest voorwielaandrijving hebben; I found out the hard way.' Het punt is, dat de gemotoriseerde rolschaatser makkelijk onderuit wordt gesleurd door zijn eigen schaatsen. Uiteindelijk wordt er voortdurend aan zijn voeten getrokken. Als één voet niet wordt aangedreven, is die altijd veilig. Wanneer de andere, aangedreven schaats er al te enthousiast vandoor gaat, raakt hij met zijn voorwielen van de grond - het been strekt zich immers naar voren. Daarom moeten de voorwielen zijn aangedreven: dan is het gevaar geweken zodra het zich voordoet. Werkt de motor op de achterwielen, dan ga je verschrikkelijk onderuit.

"Iedere keer dat ik erop reed werd ik belegerd. Mensen wilden weten of dat ook te koop was. Maar behalve van iemand uit Polen twee jaar geleden hebben we geen commerciële belangstelling gehad. Mijn zoon en ik haalden er 50 km per uur mee. Gevaarlijk? Ach nee. Toen er nog geen remmen op zaten pakte ik in geval van nood gewoon een telefoonpaal. Ik heb er al met al één Röntgenfoto aan overgehouden.'