Ga nou maar

Meneer P - herinner ik me meneer P? Ja, ik herinner me meneer P.

Die is op een nare manier doodgegaan. Heeft bijna een week gevochten. Plukte aan de dekens, greep naar zijn hoofd. Hij piepte, hij kreunde, hij schreeuwde.

Pijn? Geen pijn.

Benauwdheid? Geen benauwdheid.

Wat dan wel?

Anneke weet het niet. Ze weet wel dat de dood iets is waarop je je moet voorbereiden, dat je het met jezelf moet zien eens te worden over de eindigheid van je leven, dat je bepaalde gedachten moet aandurven, juist als je nog goed bent.

Meneer P. Dat je dan zegt: ga nou maar; wat heb je hier nou nog te zoeken, beste man? Dat er gehuild is in het huis. Margretha - ken ik Margretha? Ja, ik ken Margretha. Zij is van begin tot eind bij hem gebleven.

Toen was hij dood. Toen werd hij afgelegd. Zijn ogen bleven op een kiertje staan en dat paste bij meneer P. Altijd zijn eigen zin. Een stropdas voor, een jasje aan. Toen zag hij er weer uit als op de foto boven zijn bed. En dan bel je de familie: kom toch nog maar even kijken. Want het beeld van de dood, dat is vooral het beeld voor de mensen die achterblijven.

Stilte. Aarzeling. Is het ook mogelijk om mooi dood te gaan?

Ze knikt. “Dat doen de meesten hoor, de meesten gaan mooi dood.” En steekt een nieuwe sigaret op.