De jacht van overlastteam-Zuid op drugtoeristen

De Rotterdamse gemeenteraad debatteert vandaag over het drugbeleid. De nadruk zal daarbij liggen op overlast en criminaliteit. Bestrijding van drugoverlast in de wijken is in Rotterdam sinds vijf jaar de verantwoordelijkheid van "overlastteams.'

ROTTERDAM, 21 APRIL. Drie Franse jongens parkeren hun oude Renault en volgen twee Noordafrikanen in leren jasjes naar een drugpand. Geen twijfel mogelijk: drugtoeristen en drugrunners. Maar als agenten van het overlastteam Zuidplein de Fransen op het hoofdbureau fouilleren, komt achtduizend Franse francs in contanten en een broodje gezond te voorschijn, maar geen kruimeltje herone.

“Shit, te vroeg gepakt”, moppert een agent. De Fransen worden nog even in de arrestantencel gehouden voor het papierwerk. Als één van hen uit balorigheid de Hitlergroet brengt, pelt sectorchef M.J. Cornelissen voor zijn ogen een boete van 750 franc van hun bundeltje bankbiljetten af. “Het ontmoedigingsbeleid in praktijk”, zegt Cornelissen.

In Rotterdam valt drugoverlast sinds vijf jaar onder verantwoordelijkheid van de politiedistricten. Vorig jaar sloot de politie in de hele stad veertig drugpanden. De handel is het sterkst geconcentreerd in de wijken het Oude Westen en Noord, maar ook Rotterdam-Zuid heeft een omvangrijke drugscene. Het overlastteam van district 10 komt eenmaal per maand in actie tegen drugpanden in de Tarwewijk, Afrikaanderwijk of Hoogvliet.

Om half vijf 's middags neemt het overlastteam - negen man en twee vrouwen in burger - de laatste informatie over drugpanden in Rotterdam-Zuid door. Het actiegebied van deze avond is de wijk Hoogvliet. Laat in de middag nemen de koppels in burgerauto's posities in rond een rij flatjes aan de rand van de wijk. Koppel 3310, bestaande uit D. Boonstoppel en C. Overbeeke, heeft als taak de klanten na een bezoek aan het pand te onderscheppen. Op het bureau moeten ze bekennen waar ze de drugs hebben gekocht, waarna een inval volgt. “Dat levert vrijwel nooit problemen op”, zegt Boonstoppel. “Verslaafden lopen zo leeg.”

Als aan de horizon de olieraffinaderijen de lichten onsteken, komt de handel in het flatje langzaam op gang. Twee mannen worden binnengelaten en stappen enkele minuten later weer in hun rode sportwagen. Koppel 3310 rijdt een blok verderop de auto klem. Te dicht bij het drugpand. “Dit gaat als een lopend vuurtje door de buurt”, voorspelt Boonstoppel, terwijl de verdachten in de handboeien over de motorkap gedrapeerd liggen. Dat blijkt juist: tien minuten later staat plotseling een bewoner van het drugpand op het balcon te fluiten. Iemand anders knippert in de woonkamer de lichten aan en uit. Daarna wordt het donker in het pand: de bewoners stellen die avond kennelijk geen prijs meer op bezoek. “We zitten stuk”, zegt Boonstoppel.

Rond tien uur besluit men daarom de aandacht dan maar te verleggen naar de Tarwewijk. Een koppel "schept' een verslaafde met enkele grammen herone op zak. Hij moet door vier man in bedwang worden gehouden en verdwijnt onder ijzingwekkend geloei in een isoleercel. Een tweede verslaafde is aanmerkelijk rustiger. Hij gebruikt naar eigen zeggen al zestien jaar en heeft zijn voorraad keurig in vijf pakketjes verdeeld, één pakketje voor elke dag, en een zilverpapiertje gekookte cocane voor speciale gelegenheden. “Elf lijntjes, maar 45 gulden per gram en toch goed spul, weet je”, mompelt hij berustend. Hij heeft zijn rantsoen op Perron 0 gekocht, omdat zijn vaste dealer niet thuis was. Opnieuw geen aanleiding voor een inval.

Om de nacht niet te teleurstellend te laten verlopen, besluit men rond twaalf uur dan maar bij een pand binnen te vallen waar het vrijwel altijd prijs is. Twee man hanteren een stormram, twee anderen stormen met kogelvrije vesten naar binnen. Plotseling staat de kleine woonkamer vol agenten met schijnwerpers. Het ruikt er naar rottend wasgoed en beschimmeld voedsel.

De "dealer' is een antropoloog die bij zijn dementerende moeder inwoont. “Je neemt hem niet mee”, schreeuwt zij vanaf een doorgezakte canapé. “Ik schrijf een brief aan de koningin.” De dealer, een man met een lange baard in een vettig glimmend confectiepak, is een oude bekende. Men spreekt elkaar bij de voornaam aan. In de achterkamer maakt een agente polaroid-foto's van zijn gasten - een Surinaamse dame in ochtendjas, die naar eigen zeggen “even een theezakje kwam lenen” en een broodmagere jongen. De gasten gaan mee naar het bureau, de voordeur, een samenraapsel van hout en spaanplaten dat al vele invallen heeft doorstaan, wordt van een nieuw slot voorzien. Terwijl de politie-auto's het pleintje afdraaien, staat de moeder in de deuropening nog steeds te sputteren: “Jullie nemen hem niet mee. Hij blijft hier.”

De netto-opbrengst van een avondje overlastteam: enkele grammen herone en een gang vol verdachten. “Een slappe avond”, zegt een agent. “De vorige keer moesten we ze met de handboeien aan de trapleuningen vastzetten.” Tot half drie 's nachts wordt de administratie afgehandeld, dan kan iedereen naar huis, inclusief de arrestanten.

Slechts zelden leiden invallen in drugspanden tot blijvend resultaat. Als er van legale bewoning sprake is, kunnen huurbazen nog wel eens overgehaald worden de huur op te zeggen. Toch acht Cornelissen de overlastteam geen verspilling van mankracht. “Door die invallen merk je toch dat dealers voorzichtiger zijn. Vijf jaar geleden stonden ze naast je surveillancewagen in de rij voor een pandje. Nu gebruiken ze meerdere panden per week om de overlast te spreiden, of huren tijdelijk panden van gebruikers om hun handel in te drijven.”

Het overlastteam krijgt de laatste twee jaar steeds vaker te maken met drugtoeristen. Cornelissen schat dat in zijn sector ruwweg eenderde van de panden zich specialiseert in buitenlanders. Overwegend Belgen en Fransen: uit een recent in Amsterdam bleek daar maar 5 procent van de drugtoeristen uit Frankrijk en België afkomstig. Dit deel van de toeristenmarkt heeft Rotterdam duurzaam op de hoofdstad veroverd. De toeloop hangt samen met de lage heroneprijzen en volgens Cornelissen met de open binnengrenzen: “dat heeft een psychologische barrière verwijderd.”

Drugrunners gidsen bezoekers uit Lille of Antwerpen tegen commissie naar een drugpand. Ze staan in de berm van de snelweg op de uitkijk en zetten de achtervolging in als een auto met een Frans of Belgisch nummerbord langsrijdt. Bij de invalswegen naar Rotterdam-Zuid patrouilleren de runners te voet. Een deel van de drugtoeristen bezoekt Rotterdam in gestolen auto's en stelen ter plaatse een nieuwe - vorig jaar werden in heel Rotterdam 219 gestolen Belgische en Franse auto's in beslag genomen.

Populair zijn de toeristen niet. Onlangs probeerden bewoners van een straat in de Tarwewijk drugtoeristen af te schrikken door de banden van alle Belgische en Franse auto's lek te steken. De volgende ochtend stonden hun eigen auto's zonder banden: de toeristen hadden ze ter plekke omgewisseld. Omdat de bewijsvoering tussen runner, toerist en dealpand moeilijk rond is te krijgen, kan de politie niet meer dan een ontmoedigingsbeleid voeren. Met een lik-op-stuk beleid bij verkeersovertredingen probeert men toeristen en runners zoveel mogelijk geld afhandig te maken. “Als ze een centimeter over een doorlopende streep rijden, krijgen ze de maximale boete”, zegt een agent.

Sommige hulpverleners zetten hun vraagtekens tegen het beleid van overlastteams. Drugonderzoeker J.P. Grund vreest dat de huidige nadruk op overlast de politie ertoe aanzet al te enthousiast drugpanden te sluiten. Opjagen van verslaafden kan een terugkeer van de straathandel in de hand werken, aldus Grund. Ook de gemeente ziet dat gevaar. In de recente ambtelijke notitie "Drugsbeleid en veiligheid' wordt aangedrongen op gedoogpanden voor druggebruikers, zoals dominee Visser, de intitiatiefnemer van Perron 0, al langer wil. In enkele Rotterdamse wijken wordt momenteel voorzichtig geëxperimenteerd met dergelijke "kleinschalige verzamelplaatsen', maar betrokkenen willen daar nog liever geen ruchtbaarheid aan geven uit angst voor "burgerwacht-achtige activiteiten'. Cornelissen ziet zo'n pacificering van de drugscene nog niet zo snel gerealiseerd: “De wijken zullen de overlastteams nog wel even nodig hebben.”