De Illustratie

Het visuele argument. Themanummer van Kennis en Methode, vier maal per jaar verschijnend tijdschrift voor wetenschapsfilosofie en wetenschapsonderzoek, uitgegeven door Boom. Los nummer: ƒ 27,50. Abonnement: ƒ 88,50. Inl.: 05220 - 66199.

Het maken van röntgenfoto's behoort tot de alledaagse medische praktijk, niet alleen in ziekenhuizen, maar ook bijvoorbeeld bij de tandarts. De techniek is zo ingeburgerd dat de meeste patiënten weinig uitleg nodig hebben om te begrijpen wat er op zo'n foto te zien is. Toch is daar niets vanzelfsprekends aan. Decennia lang hebben medici, fysici, fotografen en technici getwist over de betekenis van röntgenfoto's, bijvoorbeeld op het terrein van de tuberculosediagnostiek.

Röntgenfoto's van de borstkas werden aanvankelijk, in het begin van deze eeuw, vergeleken met andere afbeeldingen van de longen, zoals anatomische preparaten of foto's daarvan. De schaduwen die op röntgenfoto's zichtbaar waren kregen hun betekenis niet doordat men ze vergeleek met de "werkelijkheid', maar door vergelijking met andere, reeds gangbare afbeeldingen. Een toen veel gebruikte manier van afbeelden vond plaats in geluid: door de bortskas te bekloppen en te beluisteren. Achteraf gezien lijkt het misschien vanzelfsprekend om naar overeenkomsten te zoeken tussen het röntgenbeeld en geluidsbeeld, maar dat was het in 1909 geenszins. Een Nederlandse röntgenoloog schreef toen: ""Bij de Röntgenstralen betreedt men de wereld van het ongeziene, welke elke wijze van vergelijking mist.''

Anderen zagen wel mogelijkheden tot vergelijking. Zo bedacht een Britse arts-assistent hoe röntgenfotografie zou kunnen worden gebruikt in de diagnostiek van longtuberculose. Hij beschreef de overeenkomsten tussen röntgenfoto's en klopbeelden van dezelfde longen. Zowel de röntgenfoto's als de klopbeelden "vertaalde' hij in schematische tekeningen, zodat de resultaten van beide technieken direct met elkaar vergelijkbaar werden. Het bleek dat de röntgenschaduwen vaak groter waren dan de gebieden die geen resonantie teweegbrachten wanneer erop werd geklopt. Diagnostische betekenis verbond hij daar niet meteen aan.

Dat gebeurde pas nadat een discussie was ontstaan over de plaats waar de tuberculose-infectie in de longen begon. Tot dan toe ging men er op grond van het klopbeeld vanuit dat dit bovenin de longen was. Pathologisch-anatomisch onderzoekers zaaiden twijfel: de bacillen zouden de eerste infectiehaarden wel eens kunnen veroorzaken waar ze de longen binnenkomen, bij de bronchiën. Op röntgenfoto's was daar altijd schaduw te zien als dat ook op de top van de longen het geval was. Enkele artsen hadden zoveel vertrouwen in de nieuwe techniek dat ze stelden dat hiermee tuberculose kon worden aangetoond vóórdat er bacillen in het speeksel zitten en andere uiterlijke symptomen optreden. Anderen vonden dat aan het eind van de jaren twintig nog steeds een te ver gaande conclusie. Pas in de jaren dertig, toen men in Nederland begon met preventieve screening van kinderen en arbeiders, verkreeg de röntgenfoto zijn definiërende plek in het ziektebeeld: men werd patiënt omdat er iets op een foto te zien was, zonder dat men zich ziek voelde en zonder dat de dokter direct - bijvoorbeeld door beklopping van de borstkas of onderzoek van het speeksel - ziekte kon vaststellen.

In het jongste nummer van Kennis en Methode laat Bernike Pasveer aan de hand van de rol van de röntgentechniek in de tuberculosediagnostiek zien dat die afbeeldingen alleen betekenis kregen binnen een bepaalde praktijk van tuberculosebestrijding, maar dat die praktijk op zijn beurt werd gevormd door die afbeeldingstechniek.

Wie iets wil uitleggen kan dat op vele manieren doen. Meestal kiest de moderne uitlegger voor een stroom woorden, al dan niet op schrift. Een alternatief vormt een demonstratie, of een of meer plaatjes. De gedachte hierachter is tweeledig: dat een plaatje soms meer zegt dan duizend worden - een kwestie van informatie-economie - en dat een plaatje soms meer overtuigingskracht heeft dan woorden - een kwestie van rhetorica. Wetenschappelijke artikelen bevatten vaak illustraties: grafieken, schema's, tekeningen of foto's. In het wetenschapsonderzoek is de laatste jaren meer aandacht gekomen voor de rol die illustraties spelen in artikelen. Kennis en Methode wijdt er dit keer zijn jaarlijkse themanummer aan. Vier van de vijf artikelen zijn gevalsstudies, waaronder die van röntgenfotografie in de tuberculosediagnostiek.

Intrigerend is het artikel van Ger Wackers over hersendood, want dat gaat over een controverse die nog open is. Het is bovendien een belangrijke controverse: wanneer mag je iemand als dood beschouwen? Voor leken is het nog altijd zo dat iemand leeft zolang zijn hart klopt. De meeste medici denken daar vandaag de dag anders over. Zij definiëren het al dan niet in leven zijn aan de hand van elektrische activiteit in de hersenen. Over naar welk deel van de hersenen je dan moet kijken verschillen de opvattingen. Plaatjes spelen een belangrijke rol in de discussies. Het gaat dan zowel om EEG's (grafieken die de elektrische activiteit in de hersenen voorstellen) en röntgenfoto's van hoofden, maar ook om een foto van een kip zonder kop. Wanneer de kop boven de hersenstam is afgehakt, blijven ademhaling en hartslag werken. Doordat de kip met een druppelaar werd gevoed ging dat nog weken door. De hogere delen van zijn hersenen zaten in zijn kop, die duidelijk zichtbaar op de grond ligt. Is de kip nu dood of niet?

In het begin van het artikel wordt een jongeman beschreven die op een intensive care ligt. Hij wordt beademd, maar zijn hart klopt krachtig. Zijn EEG is niet geheel vlak, hetgeen wijst op een geringe restactiviteit van de hersenen. In Nederland zou hij nog leven, en omdat hij zijn wil niet meer kenbaar kan maken een discutabel geval voor euthanasie zijn. In Engeland zou hij als dood worden beschouwd en zouden zijn organen eruit kunnen worden genomen voor transplantatie. Euthanasie is dan uiteraard niet meer aan de orde.

De andere twee gevalsstudies gaan over hoe Lombroso gebruik maakte van plaatjes en zelfs van een heel museum vol skeletten en andere menselijke onderdelen (in Turijn, waar zelfs zijn eigen hoofd op sterk water te zien is) en over hoe onderzoekers van paranormale verschijnselen in het begin van deze eeuw hun bevindingen rapporteerden (met veel foto's).

Het vijfde artikel is veel theoretischer van opzet. ""Er kan in een wetenschappelijk artikel geen sprake zijn van een "woekering van betekenissen' die kunstenaars zo dierbaar is en die je ook terugvindt in de illustraties bij populair-wetenschappelijke artikelen'' betoogt wijlen Françoise Bastide. ""In feite gedraagt een wetenschappelijke illustratie zich net als het wetenschappelijke artikel zelf: hij is geconstrueerd als een hinderlaag zonder uitweg in een militaire strategie. Steeds als er een lezing van de resultaten kan worden geproduceerd die verschilt van die van de oorspronkelijke auteurs, moet een adequaat (visueel) argument die afwijkende lezing verhinderen.'' Gelijk krijgen is bij een dergelike opvatting een belangrijk doel van wetenschappers, gelijk hebben een metafysisch begrip.