Brabantse bouwer actief op zeebodem bij Hongkong; Broers Heijmans willen verder in milieutechniek

Het Brabantse familiebedrijf Heijmans is de laatste jaren uitgegroeid tot een van de grootste bouwers in Nederland. De twee broers willen niet alleen meer wegen aanleggen. Ze willen ook verder in milieutechniek. Het unieke asfalt van Heijmans wordt zelfs toegepast op de zeebodem bij Hongkong.

ROSMALEN, 22 APRIL. Het bouwbedrijf Verenigde Heijmans Bedrijven in Rosmalen koopt af en toe een stuk grond naast een van de vele vestigingen in Nederland die het familiebedrijf inmiddels rijk is. Niet om daarop projecten te ontwikkelen, maar alleen om te voorkomen dat een autosloperij zich op het terrein vestigt. “Tot twee keer toe hebben we dat gedaan, toen we hoorden dat er een sloperij kwam. Wij willen geen berg autowrakken naast de deur”, zegt Jan Heijmans, die de directie vormt samen met zijn broer Lambert Heijmans, de bestuursvoorzitter, en de financiële man Joop Janssen.

Voor Heijmans is het een teken van het inconsequente beleid dat de Nederlandse overheid voert voor het milieu en de ruimtelijke ordening. Lambert Heijmans: “De overheid wil de autowrakken uit het landschap en stimuleert daartoe bijvoorbeeld de verschroting van de wrakken. Tegelijkertijd worden nog steeds op veel plaatsen vergunningen afgegeven voor autosloperijen, zodat in de weilanden en op bedrijfsterreinen nog steeds bergen wrakken liggen”.

Daarbij speelt voor Heijmans ook het eigen belang. Onder de naam AVI exploiteert Heijmans in Brabant de nogal branchevreemde ijzerverschroter, die wordt gevoed met autowrakken. Jan Heijmans: “Wij halen die wrakken overal uit Nederland vandaan, terwijl in Brabant de wrakken zo over de grens naar België gaan. De overheid moet proberen dat te concentreren”.

Heijmans zal niet lang meer last hebben van de verschroter, die de afgelopen jaren een volle dochter was geworden toen andere aandeelhouders eruit stapten. Begin dit jaar werd 75 procent van de aandelen verkocht aan het Duitse staalbedrijf Klöckner dat een joint venture heeft met Hoogovens. Klöckner heeft bovendien een optie om binnen vijf jaar de rest van de aandelen te kopen.

De ambities van het familiebedrijf Heijmans worden wel op andere terreinen nog gefrustreerd door wat het beschouwt als halfslachtig overheidsbeleid. Bedrijven die zoals Heijmans een groot deel van de omzet uit de wegenbouw halen, hebben van nature een moeizame verhouding met de overheid. Gemeenten en Rijkswaterstaat zijn vrijwel altijd de opdrachtgevers en bepalen zo de regels van het spel van aanbestedingen. Ondanks de bezwering van Janssen dat je “niet moet aanschoppen tegen de hand waaruit je je brood eet”, lopen de irritaties bij Heijmans hoog op.

Vorig jaar realiseerde Heijmans een omzet van 972 miljoen gulden (“we zijn heel trots""), waarmee het bouwbedrijf in Nederland een van de grootsten is temidden van de bouwers die - in tegenstelling tot Heijmans - een groot deel van de omzet ook uit het buitenland halen. Eind 1994 moet die omzet al 1,2 miljard zijn en om de balansverhoudingen gezond te houden wil Heijmans een onderhandse emissie van 20 tot 25 miljoen gulden. Binnen enkele jaren wil Heijmans ook naar de beurs, die het een klein aantal neven en nichten van de familie Heijmans mogelijk maakt hun aandelen te gelde te maken.

Heijmans wil een omvang die het mogelijk maakt om de steeds stijgende kosten voor onderzoek en ontwikkeling te kunnen blijven betalen. Behalve in de wegenbouw wil Heijmans vooral verder in de milieutechniek. “We hebben unieke asfaltconstructies, die zelfs op de zeebodem bij Hongkong worden toegepast. De ontwikkeling daarvan kost vreselijk veel geld”, zegt Jan Heijmans. Zo tekende Heijmans gisteren een contract met het Franse bedrijf Soletanche, waarmee al samen wordt gewerkt bij de schoonmaak van het Utrechtse Grift-park. De joint venture Fundasol legt zich toe op door de Fransen ontwikkelde diepwandtechnieken en andere specialistische funderingstechnieken.

De beloning voor deze inspanningen blijft echter uit, vindt Heijmans. Lambert Heijmans: “Opdrachtgevers zoals de overheid willen in principe steeds meer certificering van activiteiten, zoals trouwens in de EG ook verplicht gaat worden. Het ministerie van economische zaken stopt veel geld in de ontwikkeling van technologie. Wij hebben geluidsarm asfalt (Twinlay), waarvan proeven van het ministerie van VROM uitwezen dat de hoeveelheid decibellen met 5 procent vermindert. In de praktijk is ons "open asfalt' veel duurzamer gebleken door de toevoeging van oude autobanden. Maar bij inschrijvingen is het bestek zo ruim omschreven, dat ook anderen kunnen meedoen met hun boerenmengsel en lagere prijzen neerleggen. Hoe kunnen wij ooit technologie exporteren als we die op de thuismarkt niet eens kwijt kunnen. Als we ons beklagen bij Rijkswaterstaat, zegt die gewoon: anderen zijn nog niet zo ver als jullie - daar moeten we rekening mee houden”.

Jansen doet er nog een schepje bovenop met een verwijzing naar de Oostduitse baggeraar BBB, die in 1990 voor het ophogen van de kust flink lager inschreef dan de Nederlandse baggerbedrijven maar deze week het werk neerlegde: “Ze overtraden de arbo-wet en maken het karwei niet af. Ik ben benieuwd wat dit extra gaat kosten. Rijkswaterstaat gaat hiermee echt op zijn gezicht. Het is gewoon een schande”.