Beet van teek leidt maar zelden tot de ziekte van Lyme

EDE, 22 APRIL. De ontdekking van de ziekte van Lyme, tien jaar geleden, veroorzaakte een golf van ongerustheid onder natuurliefhebbers, wandelaars, boswachters en bosarbeiders. Zij waren immers gewend om regelmatig door teken te worden gebeten en beschouwden zo'n beet altijd als onschuldig. Totdat in het Amerikaanse bosrijke plaatsje Lyme een epidemie van gewrichtsziekten na veel onderzoek kon worden verklaard. Zij werd veroorzaakt door een besmetting met de in Lyme voor het eerst gevonden schroefvormige bacterie Borrelia burgdorferi, een bacterie die door teken wordt overgebracht.

De angst voor een tekebeet en de ziekte van Lyme die daarna kan ontstaan, is binnen enkele jaren zo gegroeid dat in huisartsenpraktijken nabij bos, duin en heide regelmatig mensen komen om een teek door een medicus te laten verwijderen. Het is volgens de deskundigen op een gisteren in Ede gehouden studiedag echter onverstandig om met het uittrekken van zo'n enkele millimeters groot diertje, dat zich met zijn kakementen onlosmakelijk in de huid heeft vastgebeten, te wachten tot een bezoek aan de dokter. Controle op teken direct na een wandeling door de natuur werd door iedereen aanbevolen. En een gevonden teek moet direct worden verwijderd. Hoe eerder de teek weg is, hoe kleiner is de kans dat hij via zijn speeksel de bacterie Borrelia burgdorferi al op zijn gastheer heeft overgebracht.

De bioloog F. de Boer, tekendeskundige aan de Universiteit van Amsterdam, onderzocht met collega's de beste manier om een teek uit te trekken. Een pincet is voldoende, maar een speciale tekenpincet is het beste. Als de teek vlak boven de huid wordt vastgepakt en met de pincet enkele keren wordt rondgedraaid, breekt het diertje vlak boven zijn zuigmondje af. Die mond blijft voorlopig zitten, maar schadelijk is dat niet, aldus De Boer.

De bacterie Borrelia burgdorferi is verwant aan de verwekkers van syfilis en van de ziekte van Weill. Ze wordt in Nederland verspreid door de schapeteek (Ixodes ricinus). Deze schapeteek wordt niet veel meer op schapen aangetroffen maar dat komt omdat die vrijwel uitsluitend nog op kaalgevreten weilanden huizen, waar de teek aan uitdroging sterft. Teken houden van hoge vegetatie waarin het vochtig blijft. In het voor- en najaar zijn de teken talrijk, maar in de zomer komen er veel meer mensen in het bos, zodat mensen in drie seizoenen door teken kunnen worden gebeten.

Lang niet alle teken in Nederland zijn besmet. Dat is maar bij een paar procent van de nimfen, de ontwikkelingsfase van de teek tussen larf en volwassenheid, het geval. Van de volwassen teken is tien tot dertig procent besmet. Het aantal mensen dat door een teek wordt gebeten is onbekend maar beloopt jaarlijks ongetwijfeld ettelijke tienduizenden.

Jaarlijks krijgen in Nederland enkele honderden mensen de ziekte van Lyme. De kans om na een tekebeet ziek te worden is dus erg klein. Het geregistreerde aantal zieken neemt toe, maar de Geneeskundige Hoofdinspectie weet niet of dat komt doordat er echt meer ziektegevallen zijn, of doordat artsen de ziekte beter herkennen en er betere laboratoriumtests beschikbaar zijn.

De ziekte verloopt in drie stadia, met steeds andere verschijnselen. De meest directe aanwijzing voor een besmetting met Borrelia burgdorferi is een lokale ontstekingsreactie, een zich langzaam uitbreidende rode kring rond de beet. In het midden verbleekt hij vaak al weer, zodat het een concentrisch uitbreidende ring wordt. Dit erythema migrans ontstaat meestal binnen dagen na de beet, maar kan ook nog een jaar later verschijnen. Behandeling met antibiotica doet het erytheem verdwijnen en voorkomt verdere ellende.

In het tweede stadium heeft de bacterie zich via de bloedbaan naar andere organen verspreid. Dat gebeurt bij ongeveer tien procent van de patiënten die erythema migrans hebben gehad en niet zijn behandeld. Het meest voorkomende secundaire ziekteverschijnsel is een milde hersenvliesontsteking. Daarnaast komen gewrichtsontstekingen, hartritmestoringen of andere hartafwijkingen door een ontsteking, en huidaandoeningen voor. Bij de hersenvliesontsteking blijven, volgens de neuroloog H. Kuiper van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, ernstige hoofdpijn en nekkrampverschijnselen meestal achterwege. De secundaire verschijnselen kunnen wel drie jaar aanhouden.

Worden de klachten chronisch en dreigen er onomkeerbare beschadigingen, dan is stadium drie begonnen: de chronische persisterende infectie. Huidveranderingen komen voor, de gewrichtsklachten houden aan, maar ook kunnen er loop-, geheugen-, concentratie- en blaasfunctiestoornissen ontstaan. De behandeling met antibiotica wordt per stadium ingrijpender en het succes neemt af. De herstelperiode in het derde stadium duurt, volgens Kuiper, lang en het herstel is vaak niet volledig.

Hoewel de kans daarop klein is, kan een burgdorferi-besmetting jarenlang ellende opleveren. Huisartsen staan daardoor onder druk van angstige gebetenen om na iedere tekebeet met antibiotica te behandelen. Kuiper: “Niet doen. Zelfs niet als laboratoriumtests hebben uitgewezen dat de gebetene antistoffen tegen burgdorferi in zijn bloed heeft, want de meeste infecties verlopen asymptomatisch.”

Dat vrijwel alle besmettingen na een tekebeet zonder ziekte over gaan bevestigde ook de Sittardse microbiologe M.K.E. Nohlmans. Bij onderzoek onder jachthondenbezitters (die vaak achter hun hond aan struinen) en bloeddonors vond ze bij 15 respectievelijk negen procent van hen IgG-antilichamen. Van de jachthondenbezitters herinnerde de helft zich een tekebeet en drie procent wist zich een erythema migrans te herinneren. Antibiotica zouden dus meestal voor niets worden gegeven. Goed sluitende kleding biedt de beste bescherming.