Amsterdamse scholen op zoek naar verloofdes

Het Amsterdamse onderwijs heeft de fusiekoorts te pakken. Scholen zoeken zenuwachtig naar partners uit angst voor maatregelen die op stapel staan. ""Misschien zijn we wel tè nerveus'', zegt een conrector.

""Wij zijn een typisch muurbloempje.'' Tevergeefs heeft directeur R. Burdorf gezocht naar een fusiepartner voor zijn noodlijdende MAVO Amstelland in Amsterdam-Zuid. ""In de omgeving staan alleen scholen voor HAVO en VWO en die willen niet met een MAVOsamengaan. Dat zou hun naam geen goed doen'', zegt hij beteuterd. En dus moet het Amstelland komend schooljaar zijn deuren sluiten, want met 160 leerlingen valt de school onder de nieuwe opheffingsnorm van 240 leerlingen. ""Dan staan zeventien leraren op straat, inclusief de directeur.''

Het Amsterdams dilemma wordt het genoemd: ongeveer twintig scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs en MAVO in Amsterdam zijn te klein om zelfstandig voort te bestaan, maar niemand wil ze opnemen uit angst leerlingen te verliezen. Ouders kiezen immers liever voor een school zonder MAVO en VBO - dan maar wat verder weg - om de status of uit vrees dat hun kroost in een "leerfabriek' onverhoeds zou afglijden. Vooral het nette Amsterdam-Zuid heeft een hoge concentratie van HAVO-VWO scholen die geen behoefte hebben "breed te gaan'. De buurt kent geen enkele vorm van beroepsonderwijs en met het Amstelland verdwijnt de laatste zelfstandige MAVO.

Het Amsterdams dilemma heeft al verscheidene slachtoffers geëist. De Deinumschool, een VBO in Amsterdam-West, was met zijn 180 leerlingen gedwongen tot een "noodfusie'. De school ging samen met een partner vijf kilometer verderop: de Derde Technische School in Oost. ""Aansluiting bij MAVO-HAVO-VWO scholen hebben we niet eens geprobeerd, die waren toch niet in ons genteresseerd'', aldus R. Winter, adjunct-directeur van wat nu het Technisch College Zeeburg heet.

Toch beginnen nu ook de "hogere scholen' in Amsterdam te flirten met potentiële fusiepartners. ""Iedereen zoekt zenuwachtig naar een verloofde'', ziet conrector A. Luger van het Vossius gymnasium om zich heen. Haar school is op verschillende fronten actief. Ze voert besprekingen over samenwerking met het Spinoza lyceum en de MAVO-HAVO scholengemeenschap Gerrit van der Veen. En ze neemt deel aan het Voortgezet onderwijs platform dat een "stads-brede' oplossing zoekt.

Wat bezielt het Vossius, met bijna 500 leerlingen ruim boven de opheffingsnorm en nog groeiend ook, om zich voor te bereiden op een fusie? ""Nú is het misschien nog niet zo urgent, maar dan wel over vijf jaar. Maar misschien zijn we wel iets tè nerveus'', zegt Luger bedachtzaam. Rector M. Wildeboer van het Barlaeus gymnasium denkt van wel. ""Door zich al voor te bereiden op mogelijke maatregelen, spreiden de scholen het bedje voor de plannen van Onderwijs.''

Het zwaard van Damocles dat de scholen boven zich zien hangen, is de invoering van de zogeheten lump-sum-financiering. Staatssecretaris Wallage (onderwijs) heeft aangekondigd dat de scholen vanaf 1996 een budget krijgen voor alle uitgaven op basis van de gemiddelde kosten per leerling. Vooral scholen met veel oudere, en dus duurdere leraren hebben dan reden om nerveus te worden. Wildeboer verwacht dat haar school, die nu 630 leerlingen telt, wel 2.500 leerlingen nodig heeft om de gevolgen op te vangen. “Anders gaan we echt failliet.”

""De overheid probeert ons op alle manieren te pakken omdat we klein zijn. We moeten snel onderdak vinden'', meent J. de Vries van de Middenmeer MAVO die 280 leerlingen heeft. Maar zover is het nog niet. In het huidige financieringssysteem krijgen kleine scholen per leerling juist méér geld. Bij een fusie gaat een school er nu financieel en in formatieplaatsen op achteruit. Wallage probeert met de zogeheten linearisering het financiële voordeel voor kleine scholen op te heffen, maar hij heeft grote moeite dit voorstel door de Kamer te loodsen. En toch anticiperen scholen er alvast op en zoeken naar partners, waarbij ze hun zelfstandigheid zoveel mogelijk proberen te handhaven.

Het meest radicale plan voor schaalvergroting werd onlangs gelanceerd door het Voortgezet onderwijs platform, waarvan bijna 50 Amsterdamse schooldirecties lid zijn. Vorm de 65 scholen voor voortgezet onderwijs om tot tien onderwijsinstituten met elk ten minste 3.000 leerlingen, zo stelt het platform voor. De instituten zouden alle vormen van onderwijs, van beroeps tot voorbereidend wetenschappelijk, moeten aanbieden. Anders dan in een brede scholengemeenschap zouden scholen hun eigen naam, gebouw en instroom van brugklassers houden.

""Zo'n instituut is een soort holding op bestuurlijk niveau met vestigingen die marktgericht kunnen werken'', verduidelijkt J. van der Aa, voorzitter van het platform en directeur van het Caland lyceum. De tien onderwijsinstituten die het platform heeft gepland in Amsterdam, zouden moeten ontstaan door fusies met zogeheten nevenvestingen. ""Zo heb je de voordelen van een brede school, zoals gemakkelijke doorstroom, schaalvoordelen en mogelijkheden voor taakdifferentiatie van de leraren. Tegelijkertijd handhaaf je in de nevenvestingen de kleinschaligheid.''

De onderwijsinstituten zouden ook de redding betekenen voor het Amsterdamse beroepsonderwijs. Van der Aa: ""Het beroepsonderwijs is hard nodig in een stad als Amsterdam met relatief veel jongeren die tot de kansarme groepen behoren.'' Uiterlijk tot oktober 1994 kunnen de fusie-aanvragen voor scholen met nevenvestingen worden ingediend bij het ministerie. Van der Aa: ""Waanzinnig veel participanten moeten nog met het voorstel akkoord gaan. En het zijn uiteindelijk de schoolbesturen die beslissen over fusies.''

De situatie in het Amsterdamse voortgezet onderwijs wordt nog eens gecompliceerd doordat de 65 scholen worden bestierd door maar liefst veertig besturen. Ook zij zijn aangestoken door het fusievirus. Het protestants christelijk en het Montessori onderwijs zijn het verst. De vier scholen voor Montessori onderwijs, met in totaal 3.000 leerlingen, vallen al onder één bestuur. C. Bartman van de Stichting Montessori Onderwijs Amsterdam ziet ook het meest in een fusie met nevenvestigingen. ""Een grote kolos schrikt ouders af. Vooral de klanten voor het Montessori lyceum zouden dan naar andere scholen uitwijken.''

De negentien scholen van protestants christelijke signatuur staan op het punt bestuurlijk te fuseren. In het katholiek onderwijs zijn de fusieplannen nog in een priller stadium. Maar zelfs interconfessionele fusies zijn bespreekbaar. Zo staat de roomskatholieke Rosa, een school voor beroepsonderwijs met 175 leerlingen, op het punt te fuseren met vier protestant christelijke scholen in Amsterdam-Noord. ""We zijn bereid de school over te dragen aan het protestants christelijke schoolbestuur om de Rosa te redden'', aldus M. Siewe van de Amsterdamse Stichting Katholiek Onderwijs (ASKO), het grootste katholieke bestuur. ""De godsdienstles in het voortgezet onderwijs is toch al niet meer zo rooms, luthers of calvijns.''

Maar er zijn ook scholen in Amsterdam die de fusie-dans liever ontspringen. Het Fons Vitae lyceum in Amsterdam-Zuid, een van de scholen die de MAVO Amstelland had kunnen redden, ziet er niets in. ""We zitten met 630 leerlingen maar net boven de minimale grootte om goed te kunnen werken'', zegt conrector J. Stekelenburg. ""Maar waarmee zouden we moeten fuseren? Als je er een MAVO bij zet, doe je een strop om je nek, dat is je doodvonnis. In een dorp zou het kunnen, zo'n fusie, maar hier in Amsterdam wordt een hard gevecht om de leerling gevoerd.''