Zuid-Holland constateert sterke achteruitgang natuur

DEN HAAG, 21 APRIL. De natuur in Zuid-Holland is de laatste jaren over vrijwel de hele linie sterk achteruitgegaan. Zowel de plantenwereld als de broedvogelstand heeft zware klappen opgelopen. Sommige vogelsoorten zijn geheel uit de provincie verdwenen, terwijl andere uiterst zeldzaam zijn geworden.

De schade aan de natuur is voornamelijk toe te schrijven aan verdroging, vermesting en verzuring, die grotendeels op naam komen van het boerenbedrijf. Daarnaast is sprake van biotoopvernietiging als gevolg van woningbouw, wegenaanleg, industrialisatie en uitbreiding van de glastuinbouw in de dichtbevolkte provincie. Sinds 1978 is ongeveer honderd vierkante kilometer grasland en 3.000 kilometer sloot (tien procent van het totaal) verloren gegaan. Ook luchtvervuiling door het verkeer draagt bij aan de verarming.

Dit alles blijkt uit enkele rapporten van provinciale ambtenaren, waarin de huidige toestand wordt vergeleken met die in de periode 1976-1983. De onderzoekers spreken van een “dramatische achteruitgang over een breed front”. De stichting Zuidhollands Landschap, die de particuliere natuurbescherming vertegenwoordigt, noemt de resultaten van het onderzoek "schokkend'. Ir. R. Hijdra van de stichting veronderstelt dat in andere provincies zich een soortgelijke ontwikkeling voordoet.

Als reactie op de alarmerende gegevens hebben gedeputeerde staten van Zuid-Holland nieuwe actiepunten voor het behoud van de natuur opgesteld. Zo wil het college waardevolle vegetaties beschermen door kwetsbare graslanden aan te kopen en de bouw van ammoniakarme veestallen bevorderen. “De provincie en landbouworganisaties zullen natuur- en milieuvriendelijk boeren met nog meer kracht moeten stimuleren”, aldus drs. H.L. Blok, gedeputeerde voor natuur en landschap.

Uit het onderzoek blijkt dat de natuurwaarde van de plantengroei in het veenweidegebied de afgelopen jaren met ruim 30 procent is gedaald.

Pag.2: Weidevogels maken het slecht

Bij de meest waardevolle vegetaties loopt dat percentage op tot 70. Daarbij gaat het om een achteruitgang in de variatie en vermindering van het aantal exemplaren van zeldzame soorten, bijvoorbeeld wilde orchideeën, op een bepaalde plek.In reservaten wordt juist een herstel van de natuurwaarden gesignaleerd. Enige verbetering tekent zich ook af in zogenoemde beheersgebieden, waar boeren zich terwille van de natuur en tegen vergoeding beperkingen opleggen bij de bedrijfsvoering.

Daarbuiten echter staat de natuur bij voortduring onder zware druk, niet alleen in het agrarisch cultuurlandschap, maar ook in de duinen en de delta met haar slikken en schorren. De rapporterende ambtenaren spreken van “snippers natuur, die steeds meer eilandjes worden in een zee van steen, glas, asfalt en mest”.

Met de meeste weidevogelsoorten is het slecht gesteld. De aantallen zomertaling, watersnip en tureluur, die hoge eisen stellen aan hun leefomgeving, zijn de afgelopen vijftien jaar meer dan gehalveerd. De kemphaan is in die periode zelfs geheel uit het veenweidegebied verdwenen. Van de algemene soorten zijn alleen de kievit en scholekster vooruitgegaan of gelijkgebleven. Met de grutto gaat het daarentegen bergafwaarts.

Uitgestorven in Zuid-Holland is verder de geelgors en bijna uitgestorven zijn boomleeuwerik en paapje. Soorten die in aantal verminderen, soms in sterke mate, zijn onder andere oeverzwaluw, grote karekiet, rietzanger, roerdomp, strandplevier, baardmannetje en grote stern. Daar staat een kleine winst op het gebied van de avifauna tegenover. In de Voornse duinen heeft de lepelaar zich gevestigd en de kerkuil is na jaren in de provincie teruggekeerd. Ook de geoorde fuut en de kluut blijken het redelijk goed te doen.

Veel schade aan de plantenwereld is toe te schrijven aan een daling van het grondwaterpeil als gevolg menselijke activiteiten, zoals waterwinning voor industrie en huishoudens. Bovendien is peilverlaging vaak onderdeel van landinrichtingsprojecten (vroeger ruilverkavelingen), waarvan de boer profijt trekt. Dank zij het droge oppervlak kan hij met zijn trekker en machines gemakkelijker het land op. De natuur echter verdraagt zo'n ingreep niet. Vochtminnende plantesoorten komen met hun wortels in het droge te hangen, verkommeren en gaan onherroepelijk dood. En dat heeft weer nadelige gevolgen voor de dierenwereld.

Een sluipend proces van vernieling wordt ook door overbemesting en zure regen teweeg gebracht. Vooral bossen in de binnenrand van het duin hebben onder verzuring te lijden. Door de enorme mestgiften dringt een overdosis aan fosfaat en nitraten het milieu wat een ernstige bedreiging vormt voor plant en dier. In het deltagebied (Haringvliet, Hollands Diep, Biesbosch) speelt bovendien het probleem van de vervuilde waterbodems, die uiterst schadelijk zijn voor de dierenwereld ter plaatse.