Vendex-topman Hessels voor het eerst geplaagd door de onmacht

AMSTERDAM, 21 APRIL. Wharton-econoom en oud-McKinseyaan Jan Michiel Hessels heeft in de afgelopen drie jaar in marstempo structuur aangebracht bij het op acht na grootste bedrijf van Nederland: detailhandel- en dienstenconcern Vendex. Maar nu de oogstjaren moeten aanbreken zit de conjunctuur tegen. Hessels deelde gisteren op een persconferentie een "onvoldoende' uit voor het effect van zijn maatregelen op de resultaten van Vendex en moest voor het eerst het antwoord op de vraag hoe het nu verder moet, schuldig blijven.

Hessels begon drie jaar geleden met het aanbrengen van structuur in de rijp en groen-verzameling bedrijven van Anton Dreesmann. Zijn overnamewoede had het eigen vermogen aangetast en daar moest iets aan gedaan worden. Hessels moest ook, en daarmee kreeg zijn klus een dimensie extra vergeleken met die van bijvoorbeeld Jan Timmer bij Philips, orde scheppen in de ingewikkelde aandeelhoudersstructuur van Vendex. Anton Dreesmann had namelijk alvast een voorschot genomen op de opbrengst van de beursgang van Vendex.

Een derde opdracht van Hessels was het gezondmaken van de warenhuizen, een opdracht waar de Dreesmannen zelf in de jaren tachtig niet aan hadden voldaan. Anton Dreesmann had verliezen van de warenhuizen gecamoufleerd door grote aankopen. Door die grote acquisities leken de warenhuizen er niet meer toe te doen. Vorig jaar was van de 10,4 miljard gulden omzet maar 1,7 miljard afkomstig van de warenhuizen.

Dreesmanns kroonprins prof.dr. A. van der Zwan legde echter de vinger op de zere plek: een bedrijfsonderdeel als de 58 warenhuizen moest renderend worden, zolang het zo'n belangrijk deel van het kapitaal van Vendex opeiste. Door het verzet van de aandeelhouders tegen de harde lijn van Van der Zwan gingen kostbare jaren van sanering van de warenhuizen verloren.

Hessels formuleerde bij zijn komst de kernactiviteiten: enerzijds detailhandel met warenhuizen, speciaalzaken en voeding (vooral Edah) en anderzijds diensten met schoonmaakbedrijven (Hodon) en uitzendbureaus (met als belangrijkste ASB). De waaier "diversen' met postorderbedrijven, een bank, een groothandel, filmparticipaties, opleidingscentra, reclamebureaus, drogisten en talrijke andere interessegebieden van de oude Anton moesten de deur uit. Hessels is daar voor een groot deel in geslaagd. Voor de verkoop van sommige bedrijven in Brazilië en voor de Nederlandse Staal bankiers wacht hij nog op een gunstig moment. Hij kan zich dat veroorloven, omdat de "overige activiteiten' die 1991 nog 25 miljoen gulden snoepten van het bedrijfsresultaat, nu niet meer verliesgevend zijn.

Hessels wist ook probleem nummer twee, Dreesmanns onterechte wissel op de toekomst, op te lossen. Dreesmann had via zijn Antilliaanse holding Vede circa 225 miljoen gulden aan leningen van ABN Amro los weten te krijgen op voorwaarde dat Vendex in 1992 naar de beurs zou gaan. Door de problemen in het concern kon en kan daar voorlopig geen sprake van zijn. In het vorig jaar juni verschenen jaarverslag 19911992 staat dat Vendex aan Vede 350 miljoen gulden betaald heeft voor de afkoop van het recht op aandelen bij de beursgang.

Dit immense bedrag komt nergens in de winstcijfers terug: Vendex liet over 1991/1992 een winststijging zien tot een winst van bijna 200 miljoen gulden. Hessels muteerde de enorme afkoopsom op de balans door hem weg te strepen tegen de opbrengst van de verkoop van Dreesmann's kroonjuweel Dillard's. Nadeel van die verkoop was dat de Amerikaanse warenhuisketen geen winstbijdrage meer levert. Dit is een van de voornaamste oorzaken dat de winst van Vendex vorig jaar daalde van 200 miljoen tot 124 miljoen gulden.

Met het afkappen van de wildgroei van bedrijven en de afkoop van het recht van Vede had Hessels nog een probleem over: de warenhuizen. Hij schrapte 1.700 van de 10.600 banen bij Vroom & Dreesmann. Door de lange duur leek het of Vendex drie jaar lang slachtingen onder V & D-personeel aanrichtte, maar in feite was het één van de meest sociale "turn arounds' die in Nederland hebben plaatsgehad. Het aantal gedwongen ontslagen bedroeg iets meer dan tien.

Hessels moet uitgekeken hebben naar 1993, het eerste jaar dat de warenhuizen winst zouden kunnen tonen en dat Vendex tevens zijn imago van probleembedrijf zou kunnen worden afschudden. Maar gisteren moest Hessels opnieuw vertellen dat de warenhuizen niet winstgevend waren. Het bedrijf heeft besloten maar geen mededelingen meer te doen over verliezen en wanneer weer winst wordt verwacht. Alleen het bedrijfsresultaat zonder rentelasten en voorzieningen kunnen nog de openbaarheid verdragen.

Hessels moest vertellen dat de consumenten minder elektronica, cd's en sportartikelen hebben gekocht en V & D nog steeds problemen heeft met de afdelingen huishoudelijk en wonen, waardoor de omzet is teruggelopen. En juist die extra omzet moest de winst genereren. Concurrenten Bijenkorf en Hema wisten wel omzetstijging te boeken. Hessels neemt dat laconiek op, omdat hij de dit keer iets gunstiger uitpakkende samenstelling van hun produktenpakket kent. Wat knaagt, is dat Hessels op dit moment weinig meer kan en wil doen om de warenhuizen gezond te maken. Hij wil de organisatie niet blootstellen aan nieuwe saneringsrondes. Daarmee ontstaat voor Hessels voor het eerst het probleem van de onmacht. V & D wacht tot de klanten weer geld hebben om te kopen.