Tracéwet: termijn voor inspraak te kort geacht

DEN HAAG, 21 APRIL. Tussen de Tweede Kamer en minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) is onenigheid ontstaan over de inspraaktermijn van burgers in de nieuwe Tracéwet. In het wetsontwerp bedraagt deze termijn vier weken, een meerderheid van de Kamer vindt dit te kort.

Dat bleek vanmorgen bij de voortzetting van de behandeling van de Tracéwet. Deze wet beoogt de besluitvormingsprocedure over belangrijke wegen, spoorlijnen en vaarwegen in te korten van gemiddeld bijna acht jaar naar drieëneenhalf jaar. Met deze stroomlijning is de Tweede Kamer het eens, wel wees het Kamerlid Lankhorst (Groen Links) erop dat de Tracéwet “gebruikt gaat worden voor de snellere aanleg van een aantal wegen” die zijn fractie helemaal niet wil.

Op het GPV na waren alle oppositiepartijen het echter oneens met de termijn van vier weken voor de inspraak van burgers. Nu hebben burgers nog gemiddeld acht weken de tijd om de projectnota, met daarin de voorstellen voor mogelijke tracés en uitvoeringsvormen, te bestellen, te lezen en te bespreken. De nieuwe termijn van vier weken komt voort uit de Algemene Wet Bestuursrecht, waar andere wetten zich wat dit betreft op dienen te baseren.

De oppositiepartijen vrezen dat door de nieuwe termijn de inspraak in het gedrang komt, en willen de oude termijn van acht weken in de Tracéwet. Ook de milieubeweging pleit hiervoor. De PvdA is eveneens gevoelig voor het argument dat vier weken te kort kan zijn, maar het Kamerlid Van Gijzel van die partij wil in de Tracéwet geen uitzondering op de Algemene Wet Bestuursrecht opnemen. Hij pleitte er daarom gisteren voor weliswaar een termijn van vier weken in de nieuwe wet te zetten, maar in “uitzonderlijke situaties” die termijn door de minister van verkeer en waterstaat te laten verlengen.

Minister Maij-Weggen zei vanmorgen er “stellig van overtuigd” te zijn dat het wetsvoorstel zorgvuldige besluitvorming garandeert. Volgens haar zijn er onvoldoende argumenten om de termijn van vier weken uit de Algemene Wet Bestuursrecht in de nieuwe Tracéwet “onderuit te halen”. “De ervaring leert dat als de termijnen vast liggen, de praktijk zich daar goed mee weet te redden.” De minister voelt meer voor het voorstel van de PvdA, maar wil de “uitzonderlijke situaties” van Van Gijzel beperken tot de zogeheten grote projecten van nationaal belang, zoals de Betuwelijn en de Hoge Snelheidlijn. “Iedereen vindt zijn eigen situatie uitzonderlijk”, meent zij, “dus dan krijg je oeverloze discussies”. Volgens Maij-Weggen zijn ook de burgers zelf gebaat bij duidelijkheid, en dus bij een vaste termijn van vier weken en van enkele weken meer voor grote projecten van nationaal belang. De Kamer praat volgende week verder over de Tracéwet.