Regisseur Paul Ruven is uit de minimal movies gegroeid

The Best Thing in Life. Regie: Paul Ruven. Met: Roy Ward, Ellen ten Damme, Amanda Reddington. Amsterdam, Rialto.

Bescheidenheid is voor de gekken en een vermogen om te relativeren voor de dommen. Dus meldt een begintitel van The Best Thing in Life dat hij is genspireerd door Mondriaan en Hopper, terwijl het verschijnen van het onvermijdelijke "produktieboek', met veel interviews en dagboeknotities, door een inleider wordt uitgelegd met de mededeling dat dankzij zo'n boek de auteursrechten van het scenario officiëel vastliggen. En dat is wel nodig, als “bescherming tegen auteursrechtenpiraten, die zich overigens voornamelijk aan gene zijde van de oceaan schijnen te bevinden”. Men is klaar voor een remake van The Best Thing in Life en het kan niet anders of in Hollywood staan de studiobazen te trappelen. Oftewel, we hebben het hier over de zoveelste "minimal movie' die maximaal wordt verkocht.

Verwijst het woord "minimal' in de muziek en de beeldende kunst naar minimale artistieke middelen waar een zo groots en obsederend mogelijk artistiek effect mee wordt bereikt, de Nederlandse groep filmers die onder aanvoering van de onvermoeibare Pim de la Parra zogenaamde "minimal movies' maakt, denkt bij het woord minimaal in de eerste plaats aan het budget. Een minimum hoeveelheid geld leidt onveranderlijk tot een film die goed is, is hun overtuiging. Waag het niet om vraagtekens te zetten bij de kwaliteit van zo'n film. Wie zeurt is een sikkeneur. Want kijk eens voor hoe weinig geld er een héle film is gemaakt? En waarom zou je het plezier bederven van iedereen die zich zo enthousiast en vooral zo gratis inzette?

Minimal movies lijken hoofdzakelijk te worden gemaakt voor de mensen die eraan meewerkten. En de bioscoopbezoeker? Die krijgt, wanneer hij een kaartje koopt voor The Best Thing in Life, een onbeholpen geschreven produkt te zien waarin scenarist/regisseur Paul Ruven zijn personages laat worstelen met topzware monologen die samen maar geen dialogen willen worden. Wanhoop zet de toon, het einde van de twintigste eeuw is nabij en ook dat der tijden. Aids heeft de in runeuze staat verkerende wereld in zijn greep, door een wurgende bureaucratie uitgewrongen "illegalen' houden het hoofd boven water door zich als "buddy' te verhuren. Mondriaan en Hopper zijn ver te zoeken; naar Kafka, naar wie anders, wordt meermalen verwezen en voor de vorm lijkt de vroege Godard het grote voorbeeld.

In The Best Thing in Life bewijst Paul Ruven andermaal dat hij een gewiekst en krachtig filmer zou kunnen zijn. De grote tekstborden met zij- en ondertitels bepalen verloop en sfeer van de scènes, en zijn ook visueel een sterke vondst. Het spel van de actrice Ellen ten Damme, Ruvens eigen "ontdekking', doet een origineel acteursregisseur vermoeden. Wat Ruven nodig heeft, is een coscenarist die hem dwingt het belang van een verhaalstructuur onder ogen te zien. En een assistent die hem verbiedt zich over te geven aan cliché's, flauwe woordspelingen en gemakkelijke moppen. En een producent die hem redt van de minimal movies.