"Mest-top' van CDA van dubieus allooi

“CDA wil deel milieubeleid aan boeren overlaten.” Onder deze kop maakte NRC Handelsblad maandag melding van een geheime ontmoeting op het Catshuis, enkele weken geleden. Tijdens deze ontmoeting werd in besloten kring een deal gesloten over het toekomstige mestbeleid. Men weet: nergens in het publieke domein maakt het CDA zo exclusief de dienst uit als in de landbouw.

Welke partijen waren op dit overleg aanwezig?

In de eerste plaats de kopstukken van de vervuilende agrarische sector, de CDA'ers Latijnhouwers en Miedema (Mares van het Landbouwschap was verhinderd), alsmede de huisbankier van deze sector, Rabo-topman Wijffels. Voorts de partijtop van het CDA, fractieleider Brinkman en voorzitter Van Velzen. Vervolgens de beide CDA-politieke zetbazen van de landbouw in de Tweede Kamer, Van Noord en Esselink. Ten slotte de CDA-landbouwminister Bukman en diens chef, minister-president Lubbers.

Voorwaar geen gering gezelschap, garant voor een hecht commitment. Wie op deze ontmoeting ontbrak, komt er later niet meer aan te pas. Wie stonden er zoal buiten spel?

Om te beginnen de CDA-fractie zelf. Dat is echter een probleem van die partij, waar verder niemand wakker van hoeft te liggen. Belangrijker is het ontbreken van de eerstverantwoordelijke milieuminister Alders, die, met zijn partij de PvdA voor het blok is gezet. Volledig buiten spel stond de Tweede Kamer. Als de derde fase van het mestbeleid straks in het parlement aan de orde komt, rest onze volksvertegenwoordiging slechts haar gebruikelijke ritueel van democratisch theater.

Dit alles is niets nieuws. Alle insiders weten dat het bij de meeste werkelijk belangrijke beslissingen in de politiek op die manier gaat en niet anders. Dat is sinds jaar en dag al zo. Op soortgelijke wijze viel in 1982 de beslissing om de ambtelijke natuurbescherming over te hevelen van toenmalig CRM naar Landbouw. Daarmee was het lot van dit deel van het overheidsbedrijf bezegeld. Kenmerk is dat het steeds gaat om zaken van dubieus allooi, waarvoor niet zonder meer een Kamermeerderheid te vinden is. In zulke gevallen creëren de CDA-top en de daarop steunende belangengroepen een voldongen feit. Partijloyaliteit en machteloosheid dwingen vervolgens de Tweede Kamer in het gareel.

Dat het zo werkt komt maar zelden aan het licht. Geheimhouding is immers essentieel, zowel om ruggegraatloze Kamerleden hun alibi te verschaffen, alsook om de democratische illusie bij het publiek niet te verstoren.

In dit geval is de gang van zaken echter uitgelekt, vermoedelijk vanuit het CDA, waarbinnen het toenemend gist en broeit. De Albestierder in het torentje aan het Binnenhof zal daarover niet geamuseerd zijn. Zijn "politiek als moreel ondernemerschap' moet immers geloofwaardig blijven. Dit ondernemerschap vereist van tijd tot tijd dat de democratie even wordt uitgeschakeld.

En dan is er nog dat hinderlijke “papegaaienkoor van lieden die elkaar een vertrouwenskloof tussen politiek en samenleving aanpraten”, zoals CDA-fractieleider Brinkman het kortgeleden treffend typeerde. Papegaaien behoren helaas tot de internationaal bedreigde diersoorten. Er is echter één geluk: ze hebben een lang leven.