Liefdesverklaring aan Monteverdi door het Ned. Blazersensemble

Concert door Nederlands Blazers Ensemble onder leiding van Luca Francesconi. Werken van Gabrieli, Francesconi en Monteverdi. Gehoord 20-4 Paradiso Amsterdam. Herhaling 25-4 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Met Claudio Monteverdi's L'Orfeo uit 1607 rekent men de geboorte van de opera, na de nodige miskramen bij zijn collega's van de Camerata Fiorentina. Was men in Florence nauwelijks verder gekomen dan een madrigalistisch nabootsen van woorden in muziek, Monteverdi drong dieper door in menselijke gevoelsbewegingen en driften, en maakte van het genre favola pastorale al spoedig en waarlijk dramma per musica. Nog steeds houdt het Orpheus-gegeven componisten bezig, Konrad Boehmer bijvoorbeeld werkt aan een Orfeo-opera waarin de held voor de verandering als een demagoog wordt ontmaskerd.

Ook Luca Francesconi wilde een houding zien te vinden tegenover Monteverdi's meesterwerk, en in de jaren tachtig ontstonden daartoe de eerste schetsen, die uiteindelijk resulteerden in zijn collage voor uitsluitend blazers: Risonanze d'Orfeo, één grote liefdesverklaring, gecomponeerd in opdracht van Antwerpen culturele hoofdstad van Europa 1993 speciaal voor het Nederlands Blazers Ensemble. Een nogal wisselvallige collage vol verrassingen, zoals de steeds weer opduikende begintoccata, het Wilhelmus van de familie Conzaga, het hof waarvoor Claudio Monteverdi L'Orfeo componeerde. En de weemoedige ritornello aan het begin, merkwaardigerwijs opgevat als een vlot en vrolijk dansje, zodat het opeens herinnerde aan Giovanni Gabrieli's Canzone XXVIII voor acht koperinstrumenten gespeeld in het openingsdeel van het programma. Geblazen vanaf het balkon kregen wij zelfs zo'n Canzone nog eens als toegift: het koper was in zijn enthousiasme niet meer te stoppen, want niet elke dag krijgt men de gelegenheid zulke heerlijke speelmuziek uit te voeren.

Helaas ontkwam Francesconi's collage ook niet aan banale elementen, zoals een flauwe klarinetsolo met een pompompom-basje. Zo klonk deze Risonanze d'Orfeo vaak eenvoudigweg te simpel getranscribeerd. Daar stonden dan weer vondsten tegenover in Xenakis-stijl voor de onderwereldscènes. Vervelen hoefde je je niet.

Ook Francesconi's Aria voor gespreid opgesteld blazersoctet bleek gebaseerd op een fragment uit de Orfeo, waarin tekstdichter Alessandrino Striggio La Musica laat zingen: “Met lieflijke accenten breng ik elk verward hart tot rust en breng ik vuur in de meest kille geesten.” Verward in Francesconi's nieuwste compositie was zeker die relatie met Monteverdi, want hij had wel toonhoogten en toonduren afgeleid van dit fraaie model uit de proloog, maar hij hield zich verder geheel aan zijn eigen avantgardistische taal: een fijnzinnig mozaëk boven spetterende staccati, dat pas aan het eind in lome lokroepen tot lange bogen versmelt. Ondanks de overwegend lage blazers is de klank, afgezien van enkele passages tegen het meer wringende slot, zeer hoog, wat een manieristisch elegante werking heeft.

Aan het Nederlands Blazers Ensemble bleek dit ongewone programma van ruimtelijke muziek zeer besteed en aan het enthousiaste publiek zeker niet minder.