Lager Duits Lombardtarief zeer wel mogelijk

AMSTERDAM, 21 APRIL. Een tegenvallend Duits inflatiebeeld en de behoedzame kleine stapjespolitiek van de Bundesbank temperden enige tijd het aanvankelijke rente-optimisme op zowel de geld- als kapitaalmarkt.

Inmiddels is dat optimisme teruggekeerd. Het wordt mede gevoed door de renteverlaging in Frankrijk, waar het belangrijkste geldmarkttarief, het interventietarief, met 0,35 procentpunt omlaag werd gebracht naar 8,75 procent. De vraag is of de Bundesbank morgen eveneens haar officiële tarieven zal verlagen. De hernieuwde daling van de kapitaalmarktrente biedt de ruimte en de verder verslechterende conjunctuur zou de reden kunnen zijn. Een verlaging van het Lombardtarief met 0,5 procentpunt is mogelijk, al dan niet gecombineerd met een even grote discontoverlaging. Niettemin duidt de ruimte tussen het discontotarief (7,5 procent) en het repotarief (vandaag verlaagd van 8,11 naar 8,09 procent) erop dat de Bundesbank monetair-technisch gezien nog kan wachten.

Indien de Bundesbank haar officiële tarieven wijzigt, zal De Nederlandsche Bank eveneens haar tarieven aanpassen. Onafhankelijk hiervan heeft De Nederlandsche Bank de ruimte om zelfstandig een verlaging van de beleningsrente door te voeren. De positie van de gulden ten opzichte van de D-mark (vanochtend 1,1237 gulden) maakt dit mogelijk.

Het geldmarkttekort verminderde in de verslagweek tot 5,9 miljard gulden. De verkrappende werking van de storting op de jongste staatslening werd gecompenseerd door de verkleining van de kasreserve en de betaling van rente en aflossing op andere staatsleningen. De Staat heeft, getuige de weekstaat, met de gestorte middelen de bij DNB opgenomen voorschotten terugbetaald, het beroep op het financieringsarrangement teruggebracht en tevens de bodem van de schatkist weer bedekt. De ruimere geldmarkt is mede bewerkstelligd door relatief ruime toewijzingen op de speciale beleningen, teneinde te voorkomen dat individuele banken aan het einde van de contingentsperiode (23 april) krap komen te zitten en dit aldus zou leiden tot een tijdelijke stijging van de daggeldrente. De relatief ruime geldmarkt komt tot uiting in de wegzakkende daggeldrente. Gisteren noteerde het daggeld ongeveer 7,75 procent tegen 7,88 procent een week geleden.

De geldmarkt zal vanaf vrijdag, wanneer de nieuwe contingentsperiode aanbreekt, geconfronteerd worden met een nieuwe kasreserve van 17,1 miljard gulden, 4,5 miljard gulden hoger dan de vorige. De Nederlandsch Bank verwacht een verruiming van de geldmarkt daar de Staat de komende week verplichtingen heeft in de orde van grootte van 3,75 miljard gulden. De verhoging van de kasresereve roomt deze verruiming af. Mogelijk dat ook de nieuwe speciale belening, naast een wellicht lagere beleningsrente, een kleinere omvang zal hebben. De Staat zal in verband met genoemde verplichtingen in de komende week wederom rood komen te staan.

Bron: Economisch Bureau ING Bank