"Ik denk niet dat Clerc meer talent heeft dan de generatie waartoe ik behoor'; Wesselink tart de gevestigde dam-orde

EINDHOVEN, 21 APRIL. Die laatste partij in het Nederlands kampioenschap dammen was een duel tussen twee generaties. De gevestigde orde - Harm Wiersma - ondervroeg de nieuwe lichting - Wieger Wesselink - over zijn ambities. Wesselink was bloednerveus. Twee uur lang stond het klamme zweet hem in de handen. Maar hij maakte Wiersma een punt afhandig en eindigde op een gedeelde eerste plaats met Rob Clerc, generatiegenoot van Wiersma. Binnenkort spelen de twee in Vorden of Westerhaar een barrage van drie partijen. De 26-jarige Wesselink heeft aan drie remises genoeg voor de titel en een plaats in het wereldkampioenschap van 1994, de 37-jarige Clerc moet winnen.

De hiërarchie stond de afgelopen jaren vast. Veelvoudig oud-wereldkampioenen Harm Wiersma en Ton Sijbrands zijn onaantastbare grootheden. Zij speelden zelden, maar dwongen altijd respect af. De derde stek was afwisselend voor Rob Clerc en de inmiddels vrijwel gestopte Jannes van der Wal. Wesselink sloeg de afgelopen week een eerste bres.

De deur van zijn kamer op de zevende verdieping van het immense hoofdgebouw van de Technische Universiteit in Eindhoven, is volledig bedekt door een wit papier met een grote één er op getekend. Met de complimenten van zijn kamergenoot. Op zijn bureau staan twee dozen Limburgse vlaai. Hij moet de vakgroep informatica tracteren, waar hij als promovendus werkt met interactieve computer graphics en geometrische modellen. Wesselink is nog wat beduusd van het plotselinge succes. Over dammen praat hij enthousiast maar voorzichtig. Van Wiersma, Sijbrands en wereldkampioen Tsjitsjov is hij nog meer fan dan concurrent. Maar zijn kansen tegen Clerc schat hij hoog in.

“Ik denk niet dat Clerc meer talent heeft dan de generatie spelers waartoe ik behoor, met Van der Zee en Krajenbrink. Als wij ook profspeler waren geworden, hadden we misschien Clerc en Van der Wal voorbij kunnen streven. Maar je kan nauwelijks van dammen bestaan. En Wiersma, Sijbrands, Clerc en Van der Wal hadden zoveel naam gemaakt, dat je daar niet tussen kwam. Zij hebben hun basisinkomen als dammedewerker van de kranten. Als je daar als beginner bijkomt, kan je ze die rubrieken niet zomaar afnemen.”

“Wat ik in de match tegen Clerc niet in de hand heb is de spanning. Dat zou me de kop kunnen kosten. Clerc heeft veel meer ervaring. Ik was bijvoorbeeld het hele toernooi niet zenuwachtig geweest, maar tegen Wiersma had ik klamme handen. Dan probeer ik toch zoveel mogelijk te blijven zitten achter het bord. Niet lopen, maar een beetje rondkijken, over het bord heen turen. Je hebt de neiging om als het spannend wordt naar de andere partijen te gaan kijken, maar dat leidt ontzettend af. Je gaat toch onwillekeurig allemaal varianten uit zitten rekenen op die andere borden.”

Dammen, zo luidt dikwijls de kritiek, lijdt onder een grote remisemarge. Voordeel is lang niet altijd beslissend. Wesselink speelde op remise tegen Wiersma en kan dat weer doen in de barrage tegen Clerc. “In één partij zal niet altijd de sterkste winnen”, moet Wesselink toegeven. “Als er een groot krachtsverschil is, zal men niet zo snel een ingewikkelde opening tegen je spelen. En je kan op vereenvoudiging spelen, een ruil van een paar schijven aangaan. Maar dat kan niet zonder duurzaam nadeel op te lopen. Je tegenstander staat geen vereenvoudiging toe die tot een gelijke stand leidt. En bij een stand van tien tegen tien schijven wordt het toch een echte partij. Verder vereenvoudigen is dan niet meer mogelijk.”

Het NK van 1993 was het eerste sinds jaren waaraan zowel Sijbrands als Wiersma meededen. Maar Sijbrands ergerde zich de eerste ronden zo erg aan geluidsoverlast in de speelzaal dat hij wegliep en zich terugtrok uit het toernooi. De voorzitter van Witte van Moort, Johan Huls, noemt dat onvolwassen gedrag van Sijbrands. “Je moet streven naar ideale speelomstandigheden. Maar als organisatie van een damtoernooi heb je de lokaties niet voor het uitkiezen. Dan heb je als topspeler ook verantwoordelijkheden. Wat Sijbrands deed was slecht voor het dammen. Daar moeten ook consequenties aan worden verbonden voor de toekomst”, aldus Huls.

Wesselink is voorzichtiger: “Je hoeft als dammer niet alles te accepteren, maar mijns inziens was dat lawaai gewoon een ongelukje. Ze hebben er alles aan gedaan om het vlekkeloos te laten verlopen. Ik denk dat er ook wel andere dingen hebben meegspeeld dan alleen het lawaai. Maar het is zonde. Met Wiersma én Sijbrands was het toernooi nog mooier geweest.”