Hongaarse films uit jaren "60

Niet alleen de Tsjechoslowaakse filmcultuur maakte aan het eind van de jaren zestig een tot dan onbekende bloeiperiode door.

Met poëtische stijlmiddelen, psychologische wijsheid en een niet-folkloristische aandacht voor de nationale geschiedenis creëerden in deze periode debuterende Hongaarse regisseurs als István Szabó, Károly Makk, Miklós Jancsó, István Gaál en Pál Sándor een moedige, tegendraadse nationale cinema, die tot aan het midden van de jaren tachtig de meest onafhankelijke, vitale en liberale in het toenmalige Oostblok zou blijven.

Waar in landen als Polen of Tsjechoslowakije een terugslag in het politieke en culturele vrijheidsklimaat voor belemmeringen zou zorgen, bleven de Hongaren gewoon door gaan. Ook in Nederland werden met grote regelmaat (om de twee of drie jaar) festivals georganiseerd van uitsluitend recente Hongaarse films. Pas tegen het einde van het communisme, raakte de Hongaarse cinema in het ongerede, deels door economische factoren, voor een belangrijker deel door een gebrek aan woede en noodzaak tot het ontwikkelen van gecompliceerde metaforen en dubbele betekenissen.

Omdat het al weer enige tijd geleden is dat de vroege films van de genoemde regisseurs hier te zien waren, vertoont een aantal Nederlandse filmtheaters de komende weken een overzicht van zestien van de toonaangevende Hongaarse films uit de jaren 1963-73.